Waarom het tijd wordt voor een onafhankelijke (rijks)accountant

Net als veruit de meeste zzp’ers heb ook ik voor mijn belastingaangifte een ‘mannetje’. Hij is officieel geen accountant, hij heeft een administratiekantoor. Hij woont op de Veluwe en is in de Here. Van welke club hij lid is, de rekkelijken of de preciezen, ik weet het niet. Maar ik heb inmiddels wel een vermoeden.

Liefst vijf uur lang zat hij afgelopen voorjaar bij ons thuis aan de keukentafel om uit te zoeken hoe het toch mogelijk was dat er in 2014 een verschil van een paar eurocent zat tussen mijn administratie en mijn zakelijke bankrekening. Alsof hij van de Fiod was en zojuist was gestuit op hét boekhoudschandaal van de 21ste eeuw.

Naar aanleiding van twee nieuwe krantenberichten over de bedenkelijke moraal van accountants, moest ik daar deze dagen even aan terugdenken. De eerste publicatie betrof het nieuws dat Deloitte, een van de Big Four, in Nederland niet wilde voldoen aan de verplichting om iedere acht jaar van accountant te verwisselen. Reden: de partners van Deloitte hebben een goodwillregeling. Om redenen van privacy – lees: schaamte – wilde Deloitte niet dat de details van deze vermoedelijke exuberante regeling op straat kwamen te liggen. Van de huidige accountant, Ernst & Young, mocht de regeling buiten de boeken blijven. De nieuwe accountant die Deloitte op het oog had wilde daar niet in mee gaan.

De andere publicatie ging over een miljoenenboete van de Belastingdienst voor – wederom – Deloitte en Ernst & Young. Beide organisaties zouden hebben meegewerkt aan belastingontduiking. Ze zouden vermogende Nederlanders hebben geholpen bij een fiscale constructie om geen btw te hoeven betalen over de aanschaf van luxe jachten.

Sjoemelende accountants: dat is niet nieuw. Accountants liggen al decennia lang onder vuur. Deloitte & Touche, het huidige Deloitte, heette in de financiële wereld jarenlang Toilet & Douche, Coopers & Lybrand, inmiddels opgegaan in PwC, Bloopers & Drijfzand. Dat was niet voor niets. Internationale boekhoudschandalen – Enron, WorldCom, Ahold – hebben de reputatie van de grote kantoren geen goed gedaan. Sterker, de Big Four (Deloitte, PwC, Ernst & Young, KPMG) waren eerst de Big Five. Arthur Andersen, een van de vijf, moest als straf voor zijn rol in het Enron-schandaal worden opgedoekt. Tijdens de crisis volgde een reeks nieuwe schandalen. Ook in Nederland: SNS Reaal, Vestia, SBM Offshore en zeer recent nog Imtech. Deconfitures waarbij de accountant een bedenkelijke rol speelde.

Door al deze missers liggen de accountants onder vuur. Ook in Den Haag. Voor minister Dijsselbloem reden vorig jaar in de Tweede Kamer nog te dreigen met het aanscherpen van de wetgeving. Om dat te voorkomen presenteerde de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants een jaar geleden een hervormingsplan. Met als belangrijkste veranderingen: een onafhankelijke raad van commissarissen, een ander beloningsmodel en kwaliteitsverbetering.

Allemaal prachtige voornemens. Kwaliteitsverbetering: wie wil dat nu niet! Maar papier blijkt geduldig. Alle hervormingen en mooie plannen ten spijt gaat er bijna geen week voorbij of er raakt weer een accountant in opspraak.

Binnen de beroepsgroep zijn de preciezen kennelijk dun gezaaid. Dat is niet zo vreemd. De concurrentie is zo fel dat veel grote en middelgrote kantoren in de praktijk vaak maar al te graag hun oren laten hangen naar de wensen van de klant. Doen ze dat niet, dan lopen ze niet alleen kans dat ze de klant verliezen en de jaarrekening niet meer mogen opstellen en/of controleren, maar vissen ze ook achter het net bij de bijkomende lucratieve adviesklussen. Die zijn bij grote kantoren vaak goed voor bijna de helft van de inkomsten.

Deze belangenvermenging zet de bijl aan de onafhankelijkheid van de accountant. Die onafhankelijkheid is juist de raison d’être van de accountant. De controleverklaring moet zekerheid geven over de getrouwheid van de jaarrekening van een bedrijf of organisatie zodat de leiding, partners, aandeelhouders, banken, fiscus en subsidieverstrekkers die kunnen gebruiken voor hun beslissingen.

De remedie is even eenvoudig als efficiënt: laat de jaarrekeningen van grote bedrijven en organisaties opmaken en controleren door onafhankelijke (rijks)accountants. Breng die onder bij een zelfstandige organisatie onder supervisie van de Belastingdienst of de Autoriteit Financiële Markten of een andere toezichthouder. Geef die accountants een (goed) vast salaris en laat ze naar rato van het aantal gewerkte uren betalen door de bedrijven en andere organisaties waarvan ze de jaarrekening opmaken en/of controleren. Goed voor de schatkist: grote kans dat deze bedrijven en andere organisaties aanzienlijk meer belasting moeten gaan betalen. Ook fijn voor de Big Four: kunnen zij zich volledig focussen op het advieswerk.

By the way: mijn administratie matcht weer tot op de laatste eurocent nauwkeurig met de bijbehorende rekening courant.
‘Mannetje’, bedankt!