Nog steeds voedselonzekerheid en ondervoeding in Zuid-Amerika

De VN vernieuwde afgelopen maand de Duurzame Ontwikkelingsdoelen 2030. Waar eerder onder andere de aanpak van honger wereldwijd centraal stond, gaat het nu om voedselzekerheid. Want Zuid-Amerikanen hoeven nog steeds niet te rekenen op goede voeding.

”Voedselzekerheid betekent niet alleen toegang hebben tot voedsel, het moet ook voedzaam, kwaliteitsvol eten zijn,” zegt de VN. Het is dus niet alleen een probleem van ondervoeding maar ook van goede voeding. Hoewel de basisnoden geledigd zijn hebben ruim 50 miljoen inwoners van Latijns-Amerika niet alle dagen goed eten op hun bord. Weliswaar boekten Latijns-Amerika en de Caraïben grote vooruitgang in de strijd tegen armoede en honger, er is meer nodig om een structurele verbetering van de voedselzekerheid te bewerkstelligen.

De wereldwijde economische crisis bemoeilijkt echter de start van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. De economie in de regio zal dit jaar met amper een procent groeien, weinig meer dan in het afgelopen jaar. De VN pleit dan ook voor meer publiek-private samenwerking die de duurzame ontwikkeling van de regio stimuleert. Ook het vergroten van de productiviteit en het verhogen van de levensstandaard van de Latijns-Amerikaanse boeren staan hoog in het vaandel.

De helft van de levensmiddelen in de regio wordt geproduceerd door veertien miljoen kleine landbouwers. Die moeten stukje bij beetje bereikt worden en besef krijgen van duurzame landbouw, milieuplanning en marketing. De regio is namelijk weliswaar een grote voedselproducent, maar ook al veertig procent van haar bossen kwijt. Volgens de VN is het zaak om natuurbehoud met voedselproductie te verbinden. Lokale ngo’s willen de hele toeleveringsketen bewerken en in het komende decennium 800.000 landbouwers in 26 landen bereiken.

In 1990 was nog ruim veertien procent van de Latijns-Amerikaanse inwoners ondervoed. Bijna een kwart eeuw later, in 2014, is dat vijf procent. Zuid-Amerika deed het in dat opzicht beter dan Centraal-Amerika. De Caraïben laten ten opzichte van 1990 nauwelijks vooruitgang zien, waardoor daar nog steeds 7,5 miljoen mensen honger lijden. Vooral in Haïti (53 procent), maar ook in Nicaragua (17 procent), Bolivia (16 procent) en Guatemala (16 procent) zijn grote delen van de bevolking ondervoed.

In de rest van de wereld ziet het er niet beter uit. Steeds minder mensen wereldwijd sterven aan ondervoeding, maar toch hongert nog steeds iedere achste aardbewoner; 795 miljoen mensen lijden honger en per jaar overlijden 3,1 miljoen kinderen onder de vijf jaar, omdat ze niet genoeg te eten hebben. Gewapende conflicten zoals in Syrië, Irak of in Zuid-Soedan verergeren die situatie nog eens. Thans ervaren 172 miljoen mensen de impact van dergelijke conflicten.

En hoewel de Duitse Welthungerhilfe meldt dat de situatie in met name Zuid-Amerika, Azië en Oost-Europa verbeterd is, is het nog steeds met ongeveer elk vierde land in de wereld ernstig of zeer ernstig gesteld. Vooral Afrika en Zuid-Azië worden nog bedreigd door hongersnood, waarbij de situatie het ergste is in Zambia en de door burgeroorlog verscheurde landen Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek.