De moraal van het afscheid van (aseksuele) Bassie en Adriaan

Alleen op zaterdag mocht ik als kind ’s ochtends tv kijken. Om 07.00 uur ging ik dan – inclusief dekbed – naar beneden voor Wickie de Vicking, de Dinobabies en favoriet: Bassie en Adriaan. Het zal een aangeboren liefde voor cult zijn.

Vooral de oude avonturen van het duo (voor insiders: het pre-B100-tijdperk) verslond ik als Bassieworst. Mijn kinderlijke fascinatie manifesteerde zich er destijds in dat alles zich in mijn geheugen beitelde. Zo kan ik nog teksten uit voetbalplaatjesplakboeken opdreunen (“Marc Overmars zet aan voor een van zijn befaamde rushes”) en praat ik probleemloos Bassie & Adriaan-dialogen en liedteksten mee. De vraag was dan ook niet óf ik naar de afscheidsfilm Keet en Koen: de zoektocht naar Bassie & Adriaan wilde, het was een moetje. Fan blijf je, ook als Ajax in de krochten van de Jupiler League speelt. (Een zelfgekozen afscheid kregen B&A nooit omdat Aad kanker kreeg, wat waarschijnlijk – naast geld uiteraard – de reden was om mee te werken aan de film.)

De Amsterdamse filmzaal waar ik vorige week zaterdag, in de ochtend (toepasselijk), met een collega-adept plaatsnam was dusdanig gevuld dat de gemiddelde leeftijd naar schatting 7 keer het totaal aantal bezoekers betrof. Het mocht de pret niet drukken, nam ik me voor. Het was immers de afscheidsfilm, alsof je weet dat dit echt het laatste optreden van The Beatles is.

Wat volgde was een pijnlijke trip down memory lane. De corpulente bejaarden, het overacteren en het simpele plot waren het ergste niet, dat viel te verwachten. Gniffelen kon ik ook om de aan een rollator gekluisterde ‘Vlugge’ Japie, een gehackte Robin de Robot, en Aad die als Baron nog eens het klassieke drommels, drommels en nog eens drommels bezigde – een kinderhand is gauw gevuld.

Maar sommige dingen doe je een fan niet aan. Zo worden Keet en Koen in de film gelanceerd als opvolgers van Bassie & Adriaan, wat toch hetzelfde is als Ard van Peppen tot nieuwe Johan Cruijff bombarderen. Keet is volgens het script zelfs het nichtje van Bassie (waar is dat voor nodig!) én wordt tot overmaat van ramp verliefd – terwijl Bassie & Adriaan-avonturen zo aseksueel horen te zijn als een pot augurken.

Bij het verlaten van de zaal voelde ik me als de 40-jarige vrouw die bij een Take That-concert vergeefs hoopt de verliefdheid te ervaren die ze als naïeve puber voelde. Het duurde even tot het besef doordrong dat dit meer met mijzelf te maken had, en de dingen die voorbijgaan, dan met (de kwaliteit van) de film. Moraal van het verhaal: herinneringen kun je beter aan de binnenkant van je ogen bekijken.