Gerommel in het technisch hart

We zitten in een proces, de vriendin en ik. Dat proces duurt al een tijdje.

Komt onder meer door de steeds wisselende functies die we bekleden binnen het gebeuren van de relatie. We mogen eigenlijk niet klagen, want de prestaties zijn nog altijd goed – dat kunnen lang niet alle stellen zeggen – maar wij zijn niet zomaar een stel. Wij zijn de vriendin en ik. Dat brengt een bepaalde verantwoordelijkheid met zich mee, de mensen verwachten wat van ons. Mag ook, daar zijn we tenslotte ook de vriendin en ik voor. Het is een eer om daar onderdeel vanuit te maken, maar tegelijk moet je wel beseffen dat het dus nooit goed genoeg is, dat je altijd met argusogen gevolgd wordt. We hebben een roemrucht verleden, daar zijn we ons terdege van bewust. Wij zijn de vriendin en ik, wij zijn nooit tevreden. Maar je moet tegelijk ook realist zijn: met de veranderende verhoudingen is de kans dat wij binnen afzienbare tijd weer kunnen aanknopen bij resultaten die een paar jaar geleden nog zo voor de hand leken te liggen, dat je zegt dat je daarvan niet weet of het – nou ja, dat wordt dus lastig.

Zichzelf opleiden
Het rommelt al langer binnen de vriendin en mij, dat is een publiek geheim. Heeft in de eerste plaats te maken met lekkere trek, maar wat ook meespeelt: de vijfde colonne binnen ons technisch hart. Is niet eenvoudig, als iedereen met verstand van de vriendin en mij – i.c.: de vriendin en ik – zich ermee denkt te kunnen bemoeien. En de een denkt dat het een de geschikte weg terug naar de top is, terwijl de ander ervan overtuigd is dat we ons meer op de andere weg zouden moeten richten. Dat is in de basis natuurlijk prima, dat je met elkaar discussieert om beter te worden, dat er bijvoorbeeld op regelmatige basis overleg plaatsvindt over het aankoopbeleid, maar ook over de doorstroom van eventuele nieuwe vriendinnen die op termijn kunnen gaan meespelen. Dat je daar dan in sommige gevallen fors voor in de buidel moet tasten, lijkt mij evident, maar niet iedereen binnen de vriendin en ik is het daarmee eens. De vriendin wil liever zichzelf opleiden, waar ook wat voor te zeggen valt, al kun je je afvragen hoezeer dat in de realiteit van het huidige klimaat nog reëel is. Tegelijk zegt zij weer dat het naïef is om te denken dat wij internationaal – bijvoorbeeld tijdens vakanties – ons nog kunnen weren. Zij wijst dan altijd naar andere stellen, die vaak zomaar over ons heen walsen. Die walsen in de meeste gevallen zomaar over ons heen.

En dan is er nog dat rapport.
Afgelopen maanden heeft er voortdurend iemand van vroeger met ons meegelopen die een rapport moest schrijven. Die iemand van vroeger was daartoe verzocht door De Ex, die van wanten weet en de vriendin en mij door deze crisis heen gaat loodsen, of wij daar nu prijs op stellen of niet. De Ex was van plan om op basis van dat rapport wat personele wijzigingen door te voeren binnen de vriendin en mijzelf. Eerder hadden mensen rond De Ex – een stel vage kennissen die namens De Ex toezicht houden op het reilen en zeilen binnen de vriendin en mij – de functies van de vriendin en mij al herverdeeld. De vriendin kreeg de post ‘Directeur Aflopende Zaken’ toebedeeld, en ik de functie van de vriendin. En mensen die zelf niet al jaren meedraaien in de top van het verkeringswezen zal het misschien vreemd in de oren klinken, maar de vriendin en ik hebben daar uiteindelijk ja op gezegd.
Een dezer dagen zou dat rapport van die iemand van vroeger dan worden gepresenteerd, maar dat lijkt er nu niet van te komen. Erg spijtig, met name omdat de vriendin en ik als voorschotje op de uitkomsten ervan al een tijdje niet meer met elkaar spraken.

Aanschuiven
Het komt er in het kort op neer dat we niet meer met elkaar aan tafel willen zitten. Wat onpraktisch is, omdat een van ons nu op de bank eet. Zij, meestal. Want ik schuif wel gewoon aan. Behalve als zij aanschuift, dan verplaats ik naar de bank. Hoe ik daar mee omga? Kijk, de vriendin geeft geen dingen aan, ik geef geen dingen aan en zo gaat dat een beetje, in het overleg van ons technisch hart. Als het om mezelf gaat, dan is het natuurlijk in wezen zo dat je verantwoording moet afleggen ten opzichte van de taken die tot je pakket behoren, maar op het moment dat je de dingen niet meer wil aangeven, dan kan ik ook niks aangeven. En als je elkaar niks aangeeft, dan zit je in een proces dat al een tijdje duurt, eigenlijk.

En als de buitenwacht dan zegt: “Jullie presteren goed, maar het is niet om aan te zien”, dan begrijp ik dat ergens wel, maar niet hier. Kijk, we zijn met elkaar een doodlopende weg ingeslagen en daarin zijn we heel duidelijk, daarvan zeggen we allebei: ja en nee.
Dat staat allemaal trouwens ook – deels – op papier.

(Met dank aan Marc Overmars.)