Oud-politicus Willem Aantjes (1923 – 2015) was een einzelgänger

In zijn woonplaats Utrecht is donderdag oud-CDA-politicus Willem Aantjes overleden. Hij werd 92 jaar oud.

Aantjes begon zijn politieke carrière in 1959 als Tweede Kamerlid voor de Antirevolutionaire Partij, de ARP. Als fractievoorzitter van die partij (1971 – 1977) en als eerste fractievoorzitter van de latere fusiepartij het Christen-Democratisch Appèl (1977 – 1978) – met 49 zetels de grootste regeringspartij van dat moment – gold hij als een van de machtigste politici van Nederland. Maar aan zijn politieke loopbaan kwam in 1978 abrupt een einde, toen oorlogsonderzoeker Loe de Jong hem ervan beschuldigde lid te zijn geweest van de Waffen-SS. Aantjes ontkende, maar trad vanwege de ontstane commotie toch af.

De Haagse Post schreef vijf jaar later in een reconstructie: “Nog nooit is een Nederlandse politicus dieper gevallen dan mr. Willem Aantjes; een val die alleen zo diep kon zijn omdat ook nooit tevoren zo in een politicus was geloofd.”

Einzelgänger
Aantjes was in alle opzichten een einzelgänger. Dat begon al tijdens zijn middelbare schooltijd, op het Marnix-gymnasium in Rotterdam, waar hij geen aansluiting vond bij de andere leerlingen. In het VARA-radioprogramma Spijkers met Koppen vertelde hij in mei van dit jaar: “In tegenstelling tot mijn klasgenoten kwam ik niet uit de stad maar uit de polder, het Marnix-gymnasium was het enige christelijke gymnasium in de buurt van de Alb

Willem Aantjes in 1978.
Willem Aantjes in 1978.

lasserwaard, en kwam ik ook niet uit een intellectueel milieu. Ik voelde me, zoals Geerten Gossaert dat schrijft in zijn gedicht ‘De buit’, ‘deel van het heir, maar vaak ten vleugle.’ Dat gevoel heb ik mijn hele leven gehad: ik sta altijd aan de rand, ‘ten vleugle’, van een groep.”

In de oorlog speelde dat gevoel weer op. Aantjes was verplicht tewerkgesteld als postbeambte in het Oost-Duitse Güstrow, en probeerde van alles om terug te keren naar huis. Vluchten leek hem geen optie: hij zou vroeg of laat gepakt worden, en wie weet wat er dan met hem zou gebeuren. In het lidmaatschap van de Germaanse SS had Aantjes, zoals hij zelf zei in het boek De val van de Bergredenaar van Roelof Bouwman, kans gezien om eind 1944 terug te keren naar Nederland. Eenmaal aangekomen in Nederland werd hij wederom en tot het eind van de oorlog tewerkgesteld in strafkamp Port Natal in het Asserbos – ditmaal omdat hij weigerde het zwarte SS-uniform aan te trekken.

Over het besluit zich aan te melden bij de Germaanse SS (en dus niet bij de veel agressievere Waffen-SS, zoals De Jong onterecht meldde) zei hij in 2015: “In de oorlog heb ik geleerd mijn beslissingen te toetsen aan de volgende criteria: Deugen mijn intenties? Schaadt het de goede zaak niet? Dient het de kwade zaak niet? Lopen anderen geen risico’s door mijn beslissing? Nee? Nou dan!” Die beslissing is hem, hoe weloverwogen genomen ook, later duur komen te staan.

Ook politiek gezien heeft het predikaat ‘einzelgänger’ betrekking op hem. In eerste instantie als fractievoorzitter van de Antirevolutionaire Partij, de ARP. Hij zette zich openlijk af tegen zijn voorganger Barend Biesheuvel – verhinderde zelfs een lijmpoging van het tweede kabinet Biesheuvel – en stemde daarna voor een kabinet met de PvdA, terwijl de conservatieve Biesheuvel juist zinspeelde op een voortgezette samenwerking met de VVD. De keuze om uiteindelijk toch met de PvdA samen te werken kon rekenen op de minst overtuigende meerderheid binnen de ARP: acht leden waren vóór een kabinet met Joop den Uijl, zes waren tegen. Na deze formatie verliet Biesheuvel de politiek – over zijn opvolger en ‘luis in de pels’ Aantjes had hij geen goed woord over.

CDA
Binnen het CDA was hij, in zijn eigen woorden, ook ‘de minste onder vele broedr’n.’ “Ik hoor bij die club, het zijn mijn broeders en zusters, maar ik ga er niet in op.” Tijdens het eerste CDA-congres in augustus 1975 houdt Aantjes zijn beroemde betoog, in de volksmond beter bekend als ‘De Bergrede van Aantjes.’ Hij zei, vrij naar Mattheüs 5-7: ‘De hongerigen worden niet gevoed. Zij sterven als ratten langs de wegen van hun uitgedroogde landen. En als wij 1 procent van ons nationaal inkomen voor ontwikkelingssamenwerking uitgeven, hebben wij meer zorg over de vraag of die ene procent wel goed wordt besteed dan over de vraag of die 99 procent die wij voor onszelf reserveren, wel goed wordt besteed.’

Zijn ideaal was om van het CDA, een fusiepartij van de ARP, de KVP en de CHU, een partij te maken die opkwam voor een betere samenleving. Hij noemde het ‘een politiek, niet om de grootste te zijn, maar om de minste te zijn. Niet om elkaar de oren te wassen, maar om elkaar de voeten te wassen. Niet om te heersen, maar om te dienen. Niet om nieuwe macht te verwerven of om oude macht te restaureren: het CDA is geen instelling van politieke monumentenzorg’. Van de conservatieve politicus die bij binnen de ARP was, was hij door ‘voortschrijdend inzicht’ opgeschoven tot een belangrijke schakel tussen de christen-democraten en progressieven. Binnen de gelederen van de fusiepartij ontstond ook frictie. De KVP volgde niets van zijn idealistische verhaal, hoe kon dat immers worden omgezet in een politiek beleid? En waar Aantjes juist de linkerzijde van het politieke centrum opzocht, zocht zijn grootste opponent binnen de partij juist aansluiting bij de rechterflank.

De val
Toen Dries van Agt in 1977 minister-president werd, schoof Aantjes door als fractievoorzitter. Lang heeft dit avontuur echter niet geduurd: op 6 november 1978 beweerde oorlogsonderzoeker Loe de Jong op een live uitgezonden persconferentie dat hij bewijs had gevonden dat Aantjes in de oorlog lid was geweest van de Waffen-SS. Hij zou zelfs door oud-klasgenoten in SS-uniform op school zijn gezien, en kort na de oorlog nog trouw hebben gezworen aan Hitler. Aantjes ontkende, maar trad vanwege de ontstane commotie toch af. Drie onafhankelijke onderzoeken bewezen later dat Aantjes gelijk had: hij was geen lid geweest van de Waffen-SS, maar wel van de Germaansche SS. Dit had hij niet uit ideologische motieven gedaan, maar om – hij was in de jaren veertig verplicht tewerkgesteld als postambtenaar in het Oost-Duitse Güstrow – op een veilige manier naar Nederland te vluchten. Dat is gelukt, maar omdat hij weigerde een SS-uniform te dragen en trouw te zweren aan Adolf Hitler werd hij tot het eind van de oorlog gevangen gezet in strafkamp Port Natal in het Asserbos.

Willem Aantjes in 2004.
Willem Aantjes in 2004.

Deze karaktermoord, want zo werd het later genoemd, betekende het einde van de politieke loopbaan van Aantjes. Trof Aantjes dan geen enkele blaam? Had hij, voordat hij de politiek in ging, niet over zijn oorlogsverleden moeten vertellen? “Wat nu genoemd wordt ‘het grote zwijgen van 1944’ was wellicht onverstandig, maar zeer verklaarbaar”, zei Dries van Agt in 2000 in het televisieprogramma ‘Het Zwarte Schaap.’ Om daaraan toe te voegen: “Ik sluit niet uit dat ik het, als ik in deze situatie zou hebben gezeten, ook zo had gedaan. (-) Hij is door de toenmalig leider van het RIOD slecht behandeld en dat heeft hem ongelooflijk veel schade toegebracht. (-) Het is jammer dat deze uitzending (dat in feite een soort rehabilitatie was – red.) niet twintig jaar eerder heeft plaatsgevonden.”

Aantjes zei vervolgens dat ‘het grote zwijgen’ hem speet (‘Ik ben er toch met blinde ogen langsgegaan’) en sloot de uitzending vervolgens af met de gewijde slotwoorden: “Ik ben de wens om in Vrede met God en alle mensen te overlijden. En wat de mensen betreft ben ik een heel eind.”