Hoe de NPO onbekende artiesten ontdekte, en ze helemaal stuk draaide

Samen met tientallen anderen sta ik op de longlist voor de Pop Media Prijs. De winnaar wordt door de jury onder meer afgerekend op het onder de aandacht brengen van onbekende muziek.

De belangrijkste reden om muziekjournalist te worden was dat ik de wereld wilde vertellen dat ze naar de verkeerde muziek luisterde. Niet dat ik populaire musici hun succes misgunde, maar ik had (en heb nog steeds) het idee dat je van goede muziek intenser kunt genieten dan van slechte muziek.

De kwalificaties goed en slecht zijn natuurlijk dubieus. Ik doel hier op het verschil tussen kunst en entertainment. Ook op die tweedeling is van alles aan te merken. In kunst zit altijd een deel entertainment en andersom vaak ook. Daarover ooit wellicht meer maar nu even niet. Het draait om mijn missie. In het licht van de wereldproblematiek een wat schrale missie misschien, al moet je niet vergeten dat er biologen bestaan die zich hebben ingespannen om witte druiven zo te manipuleren dat er geen pitten meer inzitten. Wat in zekere zin ook een genoegen is, doch niet een genoegen dat kan opboksen tegen het luisteren naar prachtige muziek.

Gefaald
Na een kleine tien jaar in het vak moet ik concluderen dat ik gefaald heb. Er zijn vast een paar lezers die mooie muziek ontdekt hebben dankzij mijn recensies of columns, maar ondertussen worden de grote zalen en de belangrijke spots op de festivals nog altijd gevuld door artiesten die inhoudelijk nauwelijks verschillen van de artiesten die er stonden toen ik met mijn missie aanving. Vaak zijn het zelfs exact dezelfde bands, tien jaar ouder en tien jaar uitgebluster. Dat heb je met muzikanten, die worden er met de jaren zelden beter op. (Daar staat tegenover dat je op je zeventiende de prachtigste dingen kunt creëren. Voor een schrijver is dat dan weer zo goed als uitgesloten.)

Ik geloof dat het geschreven woord niet de beste manier is om onbekende muziek onder de aandacht te brengen. Je kunt hooguit in de marge het verschil maken. Uiteindelijk blijft de radio de belangrijkste speler om muziek aan een groot publiek voor te stellen. Daar is een lange adem voor nodig. De massa is weinig gewend, die zapt weg als het te ingewikkeld wordt. Van commerciële zenders hoeven we daarom niets te verwachten. Die moeten geld verdienen en dat lukt het beste met zoveel mogelijk luisteraars. Voor de publieke omroep geldt dat in mindere mate. Daarom konden zij artiesten als Dotan en Kensington oppikken en helemaal stuk draaien, wat er sterk aan heeft bijgedragen dat Dotan en Kensington thans tot de populairste artiesten van ons land behoren.

Foto: Colin Way
Foto: Colin Way

Gretig
Misschien ben ik te gretig, maar wat zou het prachtig zijn als de NPO nog meer risico’s zou nemen. Dat ze bijvoorbeeld een nummer van de Canadese post-punkband Viet Cong op de playlist zouden zetten en dat net zo vaak zouden draaien als ze Dotan en Kensington hebben gedraaid. Dat er dan luisteraars afhaken is geen sterk argument. Er haken ook luisteraars af als ze het niet doen, waaronder ikzelf. De muziek van Viet Cong mag te moeilijk zijn om de Ziggo Dome te vullen, de grote zaal van de Melkweg moet bij voldoende airplay mogelijk zijn.

Ik ken mensen die het niet met mij eens zijn. Zij menen dat kwaliteit zijn weg wel vindt. Daar geloof ik niet in. Ik heb dit jaar minstens twee vrienden aan Viet Cong geholpen die er zonder mij niet mee in aanraking waren gekomen.

Toen ik haar leerde kennen luisterde mijn vriendin naar TLC. Toen we uit elkaar gingen was ze fan van Jawat. Dat noem ik vooruitgang. Zoiets lukt nauwelijks met de stukjes die ik schrijf en ik kan niet met iedereen tweeënhalf jaar gaan lopen verkeren. Het lot van goede muziek ligt in handen van Giel Beelen en zijn vrienden. Ik wens ze veel wijsheid toe.

(De naam Viet Cong lijkt wat ongelukkig gekozen. Dat vindt de band inmiddels zelf ook. Binnenkort maken ze hun nieuwe naam bekend.)

Foto: Colin Way