Waar was u toen u hoorde dat Tofik Dibi gay is?

Ik weet het nog precies: ik stond aan de toog van de Arabische homokroeg Habibi Ana in de Lange Leidsedwarstraat in Amsterdam en het was rond de millenniumwisseling. Tofik Dibi was toen trending in die kringen, vooral omdat hij een piepjonge en aanstootgevende nieuwkomer uit het exotische Osdorp was en dus hot.

Inmiddels zijn we vijftien jaar verder en kunnen we aan de hand van het kiekje op de achterflap van zijn onthullende autobiografie Djinn concluderen dat hij geen aanwinst meer is voor de gay scene, tenzij als activist voor de mohammedaanse vleugel van de Roze Rimpel, de seniorenbond binnen de Nederlandse Vereniging tot Integratie van Homoseksualiteit (COC in de volksmond, met een C).

Ik was eerlijk gezegd helemaal niet van plan om vandaag alweer over de latente en soms noodgedwongen homoseksualiteit (al dan niet omdat een krantenwijk zo beroerd betaald en omdat de ballotage van de Mocromafia moordend is) onder Marokkaanse jongeren in Amsterdam te gaan schrijven. Ik behandelde dat gevoelige onderwerp immers al recentelijk al in HP/De Tijd.

De outing van Dibi – die als een bom insloeg bij ene juffrouw Wiebinga in bejaardenthuis Nebo te Delfzijl – schopte al mijn plannen in de war hedenochtend. Ik wilde namelijk een vlijmscherp vertoog schrijven over de Feyenoord-hooligans die zich als nazi’s gedroegen tijdens de info-avond over de komst van het AZC in het verre Steenbergen. Ik heb jarenlang over neonazi’s in Duitsland geschreven, eigenlijk vanaf de brand in Solingen.

Zo interviewde ik in Berlijn Bernd Ewald Althans, die veel later berucht/beroemd zou worden door de film Beruf Neonazi. Na afloop van het kritische vraaggesprek vroeg Bernd aan mij of ik wellicht een weekje mee wilde naar Mykonos. Toen viel bij mij het kwartje en mede dankzij mijn doortastendheid maakte Bernds zijn sluimerende homoseksualiteit bespreekbaar en acceptabel en dat heeft het kreng nog een boel centjes opgeleverd.

Eerder al had ik na jarenlang wetenschappelijk onderzoek ontdekt dat Ernst Röhm, de baas van de Sturmabteilung (SA) ‘auch so’ was. Typisch een gevalletje van serendipiteit want ik zat bij mama op de bank naar The Damned van Luichini Visconti te kijken, gewoon een willekeurig gekozen filmpje uit de videotheek als zaterdagavondvermaak in de provincie.

In The Damned zit een alleraardigst danstafereeltje, een typisch geval van male bonding hetgeen je wel vaker ziet bij soldaten met stress. Ik ben die beelden van de Nacht van de Lange Messen op aanraden van mama toch eens wat vaker gaan bekijken en op een gegeven moment dacht ik: hier is meer aan de hand dan broederlijke liefde. Enfin, ik ben uiteindelijk gepromoveerd op Ernst Röhm en zijn Schwultum maar dit terzijde.

Gisteren zag ik dus de schokkende beelden van de neonazi’s in Steenbergen en dacht: waarom zwijgt iedereen hier over? Waarom breekt er geen storm van verontwaardiging of zelfs woede los in mijn oude moederland? Toen ik journalist was, kon je enorm scoren met extreemrechts. Ik was de eerste die het cordon sanitair rond ir. Hans Janmaat doorbrak, met een uitgebreid interview in De Groene Amsterdammer. Alle mainstreammedia waren woedend op mij en ik werd nog net niet met pek en veren uit de Linkse Kerk geflikkerd. Dat zou later gebeuren, nadat ik Brussel Eurabia publiceerde.

Ik vond het gemiste kans van de Nederlandse media om geen enkele aandacht te besteden aan de neonazi’s uit Rotjeknor. Eigenlijk is het precies dezelfde reflex als destijds met Janmaat: gewoon doodzwijgen, dan gaat het vanzelf wel over. Ik snap mijn gewezen collegae wel, die denken ook: ach het is maar een piepklein roedeltje eenzame wolven die allemaal een rugzakje dragen en ze zijn op geen enkele manier representatief voor welk Nederland dan ook.

Goed, mijn gewaagde en tegendraadse kijk op de zaak Steenbergen – waarmee ik echt geen vrienden ga maken – heeft u nog tegoed van mij. Om nog even terug te komen op Habibi Dibi: anno 2015 aan de media opbiechten dat je homofiel bent is natuurlijk hartstikke dapper maar het wachten is op een Arabische en een Berberse vertaling van zijn autobiografie en een aansluitende promotoer door Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Bom fim de semana!