In memoriam: de traditionele derde helft

“Vanaf 1-1-2016 kunt u in deze kantine alleen nog pinnen”, meldt het A4-tje op het prikbord van mijn voetbalclub. Prima, denk ik. Dat verkleint de kans op diefstal. Bovendien betaal ik vrijwel alles met plastic. Schouderophalend stap ik de kantine binnen waar diverse teamgenoten op hun blote pols kijken of tikken om mij op het aanvangsuur te wijzen.

Ongeveer twee uur later stap ik fris gedoucht weer de kantine binnen. We nemen plaats aan de lange tafel om het zoet van de overwinning om te zetten in het bitter van bier. “Beginnen we met 5 of 10 euro?” vraagt de aanvoerder. Tien, is het unanieme besluit. Binnen enkele seconden wordt in broek- en jaszakken gezocht naar portemonnees. Met de achteloosheid van professionele gokkers worden rode flappen midden op het tafelblad gesmeten. Sommigen ruilen hun briefje van twintig in voor een van tien. De rechtshalf, advocaat in het dagelijks leven, wil een briefje van vijftig wisselen. “Kleiner komen ze op de Zuidas niet uit de automaat zeker?” smaalt de in-between-jobs zijnde mid-mid.

“Jongens, ik ga er vandaag snel vandoor. Ik hoef maar één biertje, dus ik leg 2 euro in”, zegt Martin. Niemand gelooft hem. Vaak heeft hij slechts vijf euro op zak of is hij zijn portemonnee vergeten. Bij het jaarlijkse teametentje kiest hij standaard het goedkoopste gerecht en weigert derhalve de rekening door het aantal personen te delen. Ieder sportteam heeft een centenknijper in haar midden, maar Martin is van de buitencategorie. De spits verdenkt Martin ervan dat hij thuis altijd twee lege glazen meeneemt naar het toilet. “Als de zeik eenmaal is weggespoeld, probeert hij het resterende spoelwater op te vangen als drinkwater. Anders is het zonde”, aldus de theorie van onze goalgetter.

Na enkele biertjes wordt besloten tot een bescheiden tweede ronde van vijf euro. Martin is er nog steeds en bedenkt zich dat er nog vijf euro in zijn broekzak moet zitten. Zijn symbolische gegraai levert niets op. Hij belooft de keeper morgen geld over te maken. Twee biertjes verder adviseert de laatste man om er nog eentje te nemen. “Om het af te leren”, voegt hij toe. Op de tafel ligt nog 14,40. Een tekort van 7,60 euro voor nog een meter beter. “Allemaal nog even wat klein geld bijleggen”, sommeert de aanvoerder. Uit de krochten van mijn broekzak vis ik 85 cent. Terwijl ik het richting de pot gooi mompel ik iets over “weinig” en “uit een goed hart”.

Ineens dringt het tot mijn licht beschonken ik door. Vanaf 1 januari wordt de pot verjaagd door de pinpas. Nooit meer het beeld van muntjes en verfrommelde bankbiljetten die worden omgeven door morsige plasjes bier. Nooit meer achteloos met geld strooien. Nooit meer vechten om de beschikbare tientjes als vrijwel iedereen alleen maar briefjes van twintig heeft. Nooit meer de 2 euro van Martin. Nooit meer kleingeld schrapen voor de laatste ronde. Hoe moet dat nu? Is er een handige app? Moeten we een bankrekening met het team? Moeten we een Excelsheet bijhouden van wie er al een rondje heeft gegeven dit seizoen? Het nakende afscheid van de pot geeft me een brok in de keel.

Gelukkig arriveert daar het allerlaatste biertje om hem weg te spoelen.