De geldproblemen van generatie nooitgenoeg

Na maanden van actievoeren en praten krijgen de jonge medewerkers van de Bijenkorf wat ze hebben willen. De werknemer van 18 jaar of ouder ontvangt binnenkort hetzelfde loon als zijn of haar collega van 23. Daarmee is het minimumjeugdloon voor een deel tenietgedaan. Maar hebben de jongeren in Nederland nou eigenlijk zo veel te klagen over hun salaris? 

Wie als achttienjarige 40 uur per week werkt, verdient in Nederland in ieder geval 686 euro per maand. We horen u denken, veel is het niet. Maar op een enkele uitzondering na wonen deze jongeren veelal thuis of studeren ze op hun achttiende levensjaar nog. Veel kosten zullen dus niet opgaan aan de huur of het eten. Rijk ben je dus op je achttiende niet, arm allerminst.

Uit huis gaat de Nederlander zo rond zijn 22e levensjaar. Soms iets eerder, soms iets later. Wie op z’n 21e volledig op eigen benen staat en rond moet komen van een minimumloon, verdient bij een fulltime werkweek 1093,15 euro bruto per maand. Op basis van het inkomen heeft deze jongere daarnaast nog recht op zorgtoeslag en afhankelijk van de woning, ook nog op huurtoeslag. Als we dit vergelijken met de armoedegrens die het SCP hanteert, vallen deze mensen met hun salaris buiten de armoedegrens die op 1060 euro per maand voor een alleenstaande ligt. Al moeten we daarbij eerlijk zeggen: het houdt niet over.

Die laatste gedachte moet vakkenvuller Soufian gehad hebben toen hij onlangs om meer salaris vroeg. Tijdens de aandeelhoudersvergadering van zijn werkgever Albert Heijn nam hij het woord om het bestuur duidelijk te maken dat hij vindt dat hij recht heeft op gelijke betaling. Hij wil voor hetzelfde werk als zijn collega van 23, hetzelfde verdienen. Oneerlijk is het wel een beetje.

Tientallen miljoenen 
Samen met actiegroep Young and United van de FNV becijferde onderzoeker Lakeman dat er door bedrijven als Albert Heijn en McDonald’s tientallen miljoenen per jaar bespaard wordt door de jongere medewerkers een minimumjeugdloon te betalen.

Het klinkt nobel om medewerkers van 19 jaar die hetzelfde werk doen ook hetzelfde te betalen als hun collega’s van 23 jaar en ouder, maar toch kunnen we niet concluderen dat je er in Nederland als jongere nou zo bekaaid vanaf komt op het moment dat we het in internationaal perspectief plaatsen.

Met landen als Ierland, Groot Brittannië, België, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk, ligt het minimumloon in Nederland boven de duizend euro per maand. Daarmee behoort het Nederlandse minimumloon tot de hoogste minimumlonen in Europa.

Nederland staat in dat lijstje zelfs op plek 3. Alleen in België en Luxemburg ontvangen medewerkers meer minimumloon per maand. In Nederland is dat sinds dit jaar €1507,80 bruto, bij een fulltime werkweek voor iemand die 23 jaar of ouder is. En al verdienen de jongeren dat loon dus niet direct vanaf hun 18e, ze hebben er uiteindelijk wel recht én zicht op.

Andere Europese landen
De jongeren die in Nederland het minimumjeugdloon verdienen, verdienen daarnaast vaak zelfs nog meer dan hun leeftijdsgenoten en dan oudere werknemers in grote delen van de rest van Europa. In landen als Polen, Hongarije en Letland ligt het minimumloon namelijk onder de vijfhonderd euro, ongeacht de leeftijd van de werknemer die het loon ontvangt.

En wie dacht dat je de zaken in andere welvarende landen in Europa beter geregeld zijn, heeft het ook mis. Noorwegen, Zweden en Finland, de landen die altijd gezien worden als de landen waar de werknemers veel in de melk te brokkelen hebben, hanteren helemaal geen minimumloon. Daar zijn de beloningen onderdeel van de onderhandelingen tussen sectoren, lokale partijen of tussen werkgever en werknemer; cao’s zoals ook wij die kennen. De lonen kunnen daar dus hoger uitpakken, maar salarisontwikkelingen kunnen een even zo grillig verloop vertonen.

Europa wil graag toe naar een Europese arbeidsmarkt. Maar de voorwaarden hiervoor zijn nog ver te zoeken. Hoewel de jongeren van Young and United in Nederland meer bijstanders krijgen om het minimumjeugdloon af te schaffen en één minimumloon te hanteren, houdt de Nederlandse overheid vooralsnog vast aan verschillende beloningen voor verschillende groepen, ook in Europa.

En misschien is dat zo gek nog niet. Want wie kijkt naar de jeugdwerkloosheid in Europa, ziet dat Nederlandse jongere minder vaak aan de zijlijn staat dan zijn Europese collega.

Weliswaar ligt de werkloosheid onder jongeren in Nederland hoger dan het gemiddelde werkloosheidspercentage in ons land,  toch valt de werkloosheid onder jongeren mee. In Nederland is ruim 11 procent van de jongeren tot 25 werkloos; in landen als Spanje en Italië liggen die percentages boven de 40 procent. Nu gaat het in die landen natuurlijk ook economisch slechter, maar ook in een florerend buurland als Groot Brittannië ligt het aantal jeugdige werklozen hoger dan binnen onze landsgrenzen.

Of het afschaffen van het minimumjeugdloon daar iets aan gaat veranderen? Over het antwoord op die vraag lopen de meningen uiteen. De een roept dat het banen kost, de ander zegt het dat banen op zal leveren. Wat we op dit moment in ieder geval zeker weten is dat de jongeren in Nederland geen reden tot klagen hebben.

Al raden we natuurlijk niemand af om de slag te gaan bij de Bijenkorf.