Staphorst verandert heus niet in Sodom en Gomorra zonder de Zondagswet

Minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) heeft zich de woede op de hals gehaald van een deel van de Tweede Kamer door een motie die in 2012 met brede steun werd aangenomen naast zich neer te leggen. Onderwerp: de Zondagswet.

Mijn jeugd speelde zich af in een stadje in de nabijheid van Staphorst. De discotheek in het dorp sloot op zaterdagavond om 00.00 uur en op zondag waren boze blikken je deel wanneer je met de auto over de Gemeenteweg reed. Afgelopen week nog ging mijn moeder met een vriendin (op een doordeweekse dag) de folklore bekijken en ik kan u vertellen dat de klederdracht-dragers nog steeds niet zijn uitgestorven in het Overijsselse dorp.

Op zondag door Staphorst rijden voelt als teruggaan in de tijd. De ‘zwaarte’ van het geloof (mijn gelovige moeder kreeg de grootstmogelijke rillingen van een bruiloftsdienst – van een ‘viering’ was geen sprake – waar onder meer de oudtestamentische verhouding tussen man en vrouw werd bepleit) die daar nog bestaat is gelukkig in korte tijd uitzondering op de regel geworden. Maarten ’t Hart’s recente boek Magdalena, over de opvoeding door zijn diepgelovige moeder, geeft een mooi inkijkje in het gelovige, verzuilde Nederland van twee, drie generaties terug. De inmiddels onvoorstelbare gedachtegangen bestaan nog – net als de SGP – maar spelen inmiddels gelukkig een marginale rol in het land als geheel.

Maar er is één wetje dat dapper weerstand biedt tegen de vooruitgang: de Zondagswet. Enkele passages uit de wet die voor het laatst in 1953 een serieuze revisie kreeg:

De burgemeester treft de nodige maatregelen teneinde te voorkomen, dat op Zondag door het verkeer op land- en waterwegen in de nabijheid van kerken of andere gebouwen voor de openbare eredienst in gebruik, meer voor de godsdienstoefeningen hinderlijk gerucht wordt veroorzaakt dan met het oog op de eisen van dat verkeer redelijkerwijze onvermijdelijk is. Hij is bevoegd daartoe verbiedend of bevelend op te treden of te doen optreden.

Het is verboden op Zondag zonder strikte noodzaak gerucht te verwekken, dat op een afstand van meer dan 200 meter van het punt van verwekking hoorbaar is. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op uitingen tijdens geoorloofde samenkomsten tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging

Het is verboden op Zondag voor 13 uur optochten of bijeenkomsten op openbare plaatsen te houden, daartoe gelegenheid te geven, of daaraan deel te nemen. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op het samenkomsten tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging

Het is verboden op Zondag zonder genoegzame reden de openbare rust door arbeid in beroep of bedrijf te verstoren.

De overtreder wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.

De minister legt dus het verzoek van de Kamerfracties van VVD, PvdA, D66, PVV, 50PLUS, GroenLinks en de Partij voor de Dieren om deze wet te elimineren naast zich neer. Volgens Plasterk zorgt de wet in de praktijk niet voor problemen, terwijl hij voor sommige bevolkingsgroepen wel een ‘belangrijke symbolische waarde’ heeft. Dat lijkt me exact de reden om hem wél te schrappen! Nederland is godzijdank verandert op dit punt en denkt nu een stuk vrijer over de zondagsrust. En afschaffing betekent helemaal niet dat Staphorst in een Sodom en Gomorra verandert, want het idee is dat gemeenten in hun lokale verordeningen vastleggen hoe zij met de zondag(srust) om willen gaan.

Een ongelooflijke beslissing dus, van Plasterk.