Waarom een bitterbal niet bitter is (en andere verwarrende woorden)

Richt nachtschade ’s nachts schade aan? Waarom heeft een eekhoorn geen hoorn? En wat is er bitter aan een bitterbal? In het boek Waarom is een witte neushoorn grijs (en een zwarte ook) (Van Dale, 2015) van taalliefhebbers Heidi Aalbrecht en Pyter Wagenaar wordt antwoord gegeven op deze vragen.

Wie van een afstand kijkt naar de taal die hij of zij dagelijks bezigt, staat er versteld van hoeveel woorden wij achteloos gebruiken zonder dat we de herkomst ervan weten. We weten niet wát we zeggen en waaróm we het zo noemen. Want is het niet gek dat we het snelste roofdier ter wereld een ‘luipaard’ noemen? Dat we een schoonzus hebben, maar dat onze schoonbroer een ‘zwager’ wordt genoemd? En dat we geel tarwebier ‘witbier’ noemen?

In het onderhoudende en zeer toegankelijke boekje van Aalbrecht en Wagenaar wordt de etymologie van deze verwarwoorden (101 in totaal) bestudeerd, en in veel gevallen blijken de voor een buitenstaander verstrikkende woorden een andere herkomst te hebben dan gedacht.

Waarom is een witte neushoorn grijs (en een zwarte ook)
Waarom is een witte neushoorn grijs (en een zwarte ook)

Om een paar van de hierboven genoemde voorbeelden te verklaren: een bitterbal is inderdaad niet bitter. Het is een met vleesragout gevuld balletje dat vroeger bij de bitter – een sterkedrank met een bitter extract van kruiden en schillen, denk aan de oranjebitter – werd geserveerd. Een luipaard is geen lui paard, maar is een verbastering van het Griekse léopardos: léon betekent leeuw, párdos betekent mannetjespanter. De luipaard werd in de oudheid namelijk gezien als een kruising tussen leeuw en een panter. En witbier komt van weitbier, een archaïsche benaming voor tarwebier. Met de kleur wit heeft het dus niets van doen.

Wie antwoord wil krijgen op de vraag waar de naam ‘nachtschade’ vandaan komt, waarom een eekhoorn geen hoorn heeft en waarom we wel een schoonzus hebben maar geen schoonbroer moet het boekje er maar eens op na slaan. Dan leest u ook meteen het antwoord op de titelvraag: waarom zowel de witte als de zwarte neushoorn grijs van kleur zijn – en waarom een Babylonische spraakverwarring, de moeder aller taalmisverstanden, aan dit merkwaardige onderscheid ten grondslag ligt.