Spectre is een klassieke Bond; de Nederlandse Oscar-inzending erg aangrijpend

Voor het weekend wijst HP/De Tijd u op vier films die u móet zien. Deze week: de 24e Bondfilm, de langverwachte opvolger van La Grande Bellezza, een indrukwekkende Nederlandse mozaïekvertelling én peulen uit de oude doos.

Spectre (***)
Spectre, nummer 24 in de Bondreeks, is een film van superlatieven: met een productiebudget van 300 miljoen dollar is Spectre de duurste Bond ooit gemaakt, en met 148 minuten eveneens de langste. De film draait in Nederland in 327 zalen, met alleen al in Amsterdam dagelijks meer dan 55 vertoningen.

Of deze uitzonderlijke bedragen een uitzonderlijke Bondfilm hebben opgeleverd? De verwachtingen waren na Skyfall (2012) hooggespannen. De vernieuwing die regisseur Sam Mendes met deze film in de franchise bracht pakte goed uit. Bond, wederom gespeeld door Daniel Craig, ging de confrontatie aan met zijn verleden. Skyfall was een duistere film. Het meer klassieke Spectre is daarentegen een terugkeer naar de lichtere jaren, met talloze verwijzingen naar de rijke geschiedenis van 007.

Centraal in Spectre staat de terugkeer van de gelijknamige misdaadorganisatie die tot 1971 in diverse Bondfilms te zien was, maar door gedoe rond auteursrechten pas recent weer gebruikt mocht worden. James Bond moet een twee-frontenoorlog voeren: naast zijn gevecht tegen SPECTRE wordt hij ook nog eens afgezet door werkgever MI6. Het 00-programma is opgeheven, alle informatie moet voortaan uit een internationaal data- en surveillancenetwerk komen. Big Brother is watching you.

Spectre begint veelbelovend met in één take opgenomen scène in Mexico Stad tijdens de Dag van de Doden. Subliem camerawerk van de Nederlands-Zweedse Hoyte van Hoytema dat de lat direct hoog legt. Helaas levert de film daarna in aan kwaliteit. De film is onnodig lang, wat voelbaar is door een wankel plot, de CGI-effecten doen soms knullig aan en Daniel Craigs energie lijkt op in zijn vierde Bondfilm. Léa Seydoux en Monica Bellucci zetten twee gedenkwaardige Bondgirls neer, en acteur Christoph Waltz speelt de schurk, helaas niet vilein genoeg om een verpletterende indruk te maken.

Een sterk element in Spectre is de koele Britse humor die kijkers jarenlang moesten missen. Of dit voldoende is om de Bond-franchise in de toekomst interessant te houden, is de vraag.

‘Spectre’ draait vanaf 29 oktober in de Nederlandse bioscopen.

Youth (****)
Ook de Italiaanse filmmaker Paolo Sorrentino moet na het grote succes van La Grande Bellezza zien te voldoen aan hoge verwachtingen. Opnieuw laat Sorrentino in deze – ditmaal Engelstalige – film op virtuoze wijze zien grote thema’s perfect te kunnen beheersen.

Componist Fred Ballinger (Michael Cain) en filmregisseur Mick Boyle (Harvey Keitel) overdenken in een luxe resort in de Alpen hun leven, nu ze bijna aan het eind ervan gekomen zijn. Fred is al jaren gestopt met componeren en dirigeren, maar is gevraagd om voor de Britse koningin nog één keer op te treden, iets wat hij in eerste instantie weigert. Mick wordt bij het schrijven van het script voor zijn laatste film achtervolgd door demonen uit het verleden, waardoor het hem niet lukt dit af te maken. Om Fred en Mick heen cirkelen nog andere personages, waaronder een oude actrice (een prachtige rol van Jane Fonda) en een jonge muzikant (gespeeld door Paul Dano).

La Grande Bellezza blijft als meesterwerk onverslagen, maar ondanks de grote gelijkenissen zet Sorrentino met Youth wel een interessante nieuwe stap. Het gaat steeds minder om het vertellen van een verhaal, steeds meer om het verbeelden van thema’s of gedachtes. Zo zien we Fred in de natuur een orkest van koeien dirigeren en ziet Mick tientallen actrices die hij ooit heeft geregisseerd in de wei staan. Het knappe van Sorrentino is, dat dit soort scènes nergens vreemd of geforceerd aandoen. Integendeel, ze maken de film, die toch al rijk is aan mooie beelden en muziek, nog completer: het zwijgzame echtpaar aan tafel, de stoet mensen die in formatie naar de spa gaat en gesprekken als: “Emoties zijn overgewaardeerd” –  “Nee, emoties zijn alles wat we nog hebben”.

‘Youth’ draait vanaf 29 oktober in de Nederlandse bioscopen.

The Paradise Suite (****)
Deze Nederlandse inzending voor de Oscars is een kundig gemaakte mozaïekvertelling van regisseur Joost van Ginkel (170 Hz) over een aantal mensen wier paden kruisen in Amsterdam: een Zweeds expatgezin, een Bulgaars meisje op de Wallen, een Servische oorlogsmisdadiger en een Afrikaanse seizoenswerker.

Niet alle verhaallijnen zijn even geloofwaardig, maar het geheel maakt een zeer krachtige indruk. The Paradise Suite maakt duidelijk wat de gevolgen van globalisering zijn, ziet de mens als speelbal van het toeval en confronteert de kijker met het menselijk onvermogen om uit de ellende te komen.

Van Ginkel schetst geen vrolijk beeld van de mensheid, vol van bedrog en misbruik, maar laat ook zien wat hoop met mensen kan doen. Met een opvallend indrukwekkende soundtrack ondersteunt hij op krachtige wijze de rauwe beelden. Geen makkelijke kost, maar wel een film die urgent is en verdient gezien te worden, of de Oscarnominatie er nu wel of niet komt.

‘The Paradise Suite’ draait vanaf 29 oktober in de Nederlandse bioscopen.

Invasion of the Body Snatchers (****)
Bedreigd worden door een gigantische peul? Het lijkt een lachwekkend uitgangspunt, maar toch is dit wat we in Invasion of the Body Snatchers (1956) van Don Siegel zagen. Een kleine gemeenschap krijgt plots te maken met vreemd gedrag van een aantal mensen. Dan blijkt dat het te maken heeft met grote peulen die willoze duplicaten van inwoners voortbrengen die hun evenbeeld willen ombrengen om zo over het stadje te heersen. Alleen de plaatselijke arts blijft buiten schot en gaat de strijd aan tegen deze ‘peulenplaag’.

In 1956 vond men dit een wat vreemde film, maar inmiddels is het een ware klassieker. EYE brengt deze nu in een aantal filmhuizen in een gloednieuwe kopie uit. Invasion of the Body Snatchers werd gemaakt in de Koude Oorlog en kan op veel manieren worden geïnterpreteerd; een van de redenen dat zowel de filmstudio als het toenmalige publiek er geen grip op kon krijgen. De een zag een aanklacht tegen het communisme, de ander een waarschuwing voor de klopjacht op alles wat links was in het Amerika van de jaren vijftig.

Deze ambiguïteit maakt Invasion of the Body Snaters meteen tot een sterke universele film: het wijst op de gevaren van conformiteit en het beperken van vrijheden, naast de eeuwige angst voor het vreemde en onbekende. Een tijdloos en hartstikke actueel thema.

‘Invasion of the Body Snatchers’ is te zien bij EYE.