Waarom we warm herfstweer niet direct mogen wijten aan klimaatsverandering

Het is dezer dagen warmer dan gewoonlijk, bevestigen ook de waarnemingen. Waar we in Nederland en België klimatologisch gezien recht hebben op 11 of 12 graden, meten we nu al enkele dagen temperatuursmaxima van boven de 15 graden. De klimaatsverandering klopt dus duidelijk op onze achterdeur. Of toch niet? 

Bron: KNMI
Bron: KNMI

We moeten allereerst een duidelijk onderscheid maken tussen de begrippen weer en klimaat. Als we over het weer praten, dan gaat het over de toestand van de atmosfeer op een bepaalde plaats of in een bepaalde regio én op een bepaald moment. Het woord klimaat betekent de gemiddelde weerstoestand én de extremen in een bepaald gebied over een periode van ten minste 30 jaar.

Dit betekent dat men dus nooit het weer op een bepaalde dag kan linken aan de klimaatsverandering. In dezelfde optiek hebben de temperatuur-dagrecords geen enkele klimatologische waarde. Enkel wanneer men het weer tijdens de herfstvakantie van de laatste 30 jaar naast elkaar zou bekijken, zou men kunnen zien of de temperatuur in deze periode echt evolueert en zou men deze verandering eventueel kunnen toeschrijven aan de opwarming van de aarde.

Waar komen die hoge temperaturen dan vandaan?
Het weer wordt bepaald door de luchtsoort die over het land stroomt. De karakteristieken van deze lucht zijn afhankelijk van de regio waar de lucht vandaan komt. Lucht neemt immers de eigenschappen over van zijn brongebied. Komt de lucht van een warme en droge regio, dan zal die bij ons doorgaans warm en droog weer brengen. Komt de lucht daarentegen van een koud en vochtig gebied, reken dan maar op neerslag en lage temperaturen. De vochtige gebieden zijn uiteraard de zeeën en oceanen, terwijl droge lucht van ver over het continent vandaan komt. Of het in het brongebied warm of koud is, wordt in grote mate bepaald door het seizoen.

winter.jpg

Door de kleine warmtecapaciteit van water én door de enorme massa die voortdurend in beweging is, is de Atlantische Oceaan ten westen van Europa op zijn warmst nà de zomer, in de herfst dus en in het begin van de winter.

Tijdens de wintermaanden heeft de oceaan langzaam kunnen afkoelen. In de lente en het begin van de zomer is de temperatuur van het oceaanwater dus het laagst.

In West-Europa is de overheersende windrichting zuidwest tot west. Vandaar dat wij dus een gematigd zeeklimaat kennen, met relatief koele zomers en zachte winters. Neerslag hebben wij in alle maanden, zoals u wel al gemerkt heeft.

Tijdens de vorige en huidige week was een hogedrukgebied boven Centraal- en Oost-Europa de hoofdrolspeler op onze weerkaarten.Dit zorgde voor een zuidoostelijke tot zuidelijke stroming, die dus warme lucht naar onze regio aanvoerde.

Aan deze situatie komt bijna een einde. Tijdens het weekend zal de stroming gaan draaien naar zuidwest tot west, waardoor we volgende week koelere temperaturen zullen krijgen, die dichter bij de klimatologisch gemiddelde waarden liggen voor deze periode van het jaar.