Henk Grol trekt de wereld over als judoka én zeevisser

Wat doet een topsporter eigenlijk op de momenten wanneer hij of zij niet bezig is met sporten? In deze rubriek worden sporters bevraagd naar hun leven buiten de sportwereld. In aflevering negen Henk Grol (30). De judoka die dit jaar nog goud won op de EK in de klasse tot 100 kilogram trekt de hele wereld over. Niet alleen voor zijn sport, maar ook voor zijn hobby: zeevissen.

Zoals veel jongens maakte Henk Grol kennis met vissen via zijn vader. Die nam hem mee naar meren rond zijn geboorteplaats Veendam of in Friesland, en dan vaak in de winter om te snoeken. Soms reisde het duo zelfs af naar Duitsland om daar op witvis te vissen. Het visvirus sloeg over van vader op zoon en nog steeds is vader Jan de grootste viskameraad van Grol.

Alleen zijn de bestemmingen tegenwoordig wat exotischer. Het reizen begon zo’n tien jaar geleden, zegt Grol. Toen ging hij voor de eerste keer met zijn vader naar Noorwegen om daar te gaan zeevissen. Op het ruwe water voor de Noorse kust kwam Grol erachter dat hij met een boot dobberen op zee leuk best leuk vond. Dat, in combinatie met het vangen van grote vissen, betekende een hobby voor het leven.

Het brutere werk
Inmiddels kan hij stippen op uiteenlopende plekken op wereldkaarten zetten als het gaat over de plaatsen waar hij vissen uit de zee heeft gehengeld. Van Aruba en Curaçao tot Florida, New York en de Noordkaap. En dat zijn dan niet vakanties waarbij Grol toevallig zijn hengel had meegenomen in zijn koffer. Nee, het zijn echte visreizen.

Grol vorig jaar met een Goliath grouper in het water voor de kust van Florida.
Grol vorig jaar met een Goliath grouper in het water voor de kust van Florida.

Vissen is voor Grol een manier om even aan de snelkookpan die topsport heet te ontsnappen. Hij komt er volledig mee tot rust. Het vangen van de vis die hij als doelwit heeft, geeft hem een kick. Hij kan ook uitleggen waarom hij zeevissen verkiest boven het vissen in meren en rivieren. “Ik hou van dat grotere, brutere werk”, zegt hij.

Dat betekent niet dat hij alleen op de reuzen in de zee vist, zoals de tarpon die te zien is op de foto boven dit artikel. “Ik vis net zo graag met lichtere hengels op wat kleinere vissen die wat moeilijker te vangen zijn. Het moet gewoon een uitdaging zijn”, zegt Grol. Als voorbeelden noemt hij de zogeheten jacks – een straalvinnige vissensoort – of zeebaars.

Trekhaak
Grol haalde de grootste vis die hij tot nu toe ving voor de kust van Miami uit het water: een Goliath grouper (in het Nederlands: tandbaars) van bijna 200 kilo. Het is niet toevallig dat Grol die vis in Florida ving. In de Amerikaanse staat heeft hij een vriend wonen met een boot die hij regelmatig samen met zijn vader opzoekt, om vervolgens gezamenlijk de zee op te gaan.

In september was hij er nog een aantal weken. Toen had hij ook weer een paar Groupers aan de lijn. “Alleen ze worden daar steeds groter, dus ook sterker. Ik heb er echt twintig moeten laten gaan”, zegt de judoka met de ergernis nog in zijn stem, die niet mag klagen over spierkracht en zich dus niet graag laat aftroeven.

Trekhaak
Groupers hebben eenmaal volgroeid alleen grote haaien en mensen als vijanden. “Het is niet eens zo’n uitdaging om ze te vangen”, stelt Grol. “Ze zijn erg territoriaal en happen op alles wat ze voor zich zien. Dat kan een haai zijn, maar ook aas. Als je ze aan de haak hebt, duiken ze alleen meteen het rif in. Dat kun je vergelijken met jezelf achter de trekhaak van een auto binden. Je moet oppassen dat ze de boot niet omtrekken. Het kan best gevaarlijk zijn.”

Grol en zijn vader met een Goliath grouper die hij vorig jaar ving voor de kust van Florida.
Grol en zijn vader met een Goliath grouper die hij vorig jaar ving voor de kust van Florida.

De komende tijd heeft Grol wat minder tijd om te vissen met de Olympische Spelen in Rio op de horizon. Straks zit hij weer drie weken in Azië voor judotoernooien. “Maar ik ben al tripjes voor na de Spelen aan het plannen”, zegt Grol.

Droomreizen
Hij heeft nog wel een aantal droomreizen in zijn hoofd. Sterker nog: het benodigde materiaal heeft Grol al in de garage staan, gekocht bij een specialistische viszaak in Japan.

Zo wil Grol nog een keer een marlijn, de vis die wordt beschouwd als het summum voor sportvissers, vangen. Dat moet gebeuren voor de kust van Kaapverdië. “Ik wil dat na de Spelen doen. Ze varen er tegenwoordig met boten achteraan als ze wegzwemmen. Als je een marlijn namelijk op de reguliere manier wilt vangen, gaat hij negen van de tien keer dood; ze zijn dan uitgeput en worden vervolgens opgegeten door haaien. Dit is wat humaner.”

Kers op de taart
Ook staat het vangen van een Permit in Florida hoog op zijn lijstje. Grol: “Dat is een jack-achtige vis. Ze komen voorbij in scholen en zijn heel snel weg. Dat maakt ze moeilijk te vangen.” Maar de absolute kers op de taart zou voor Grol het vangen van een Giant trevally, oftewel een GT, zijn; enorme vissen die ontzettend lastig aan de haak te slaan zijn. Ze zijn onder meer voor de kust van Oman en Madagaskar te vinden.

Grol viert het winnen van goud op de Europese Spelen in Bakoe in juni.
Grol viert het winnen van goud op de Europese Spelen in Bakoe in juni.

Overigens gooit Grol ook binnen de Nederlandse landsgrenzen nog weleens een hengel uit. Hij bezit een boot waarmee hij de zee op kan gaan om bijvoorbeeld op zeebaars te vissen, of hij gaat met een vriend de Noordzee op. Dan kan hij soms een weekeinde op pad zijn om te vissen. Heel soms doet hij nog datgene waar het allemaal mee begon: snoeken.

Tonijn
En wat gebeurt er eigenlijk met alle vissen die Grol vangt? Zelden belanden ze in de pan, benadrukt hij. Hij gooit ze terug, behalve als hij bijvoorbeeld een tonijn vangt. Grol: “Tonijn vind ik namelijk wel lekker. Maar een vis van vijftig kilo. Tsja, wat moet je ermee. Na twee kilo zit ik wel vol. Nee, het gaat me vooral om de sport.”