Cruijff heeft het nakijken, maar dat is logisch

De invloed van Johan Cruijff op het beleid van Ajax kalft met de week verder af. Nu is er weer de kwestie Marc Overmars: de directeur voetbalzaken heeft, aldus de Volkskrant vandaag, zijn zwager en andere relaties naar voren geschoven voor inrichtingen en verbouwingen bij Ajax. Voor naamloze vennootschappen gelden strenge regels op dat gebied, dus daarover is het laatste woord nog niet gezegd. En vervolgens werd via De Telegraaf ook nog bekend dat hoofd opleidingen Wim Jonk opstapt als sluitstuk van een al langer spelend intern conflict.

Overmars en Jonk zijn twee van de voormalige helden die volgens de ‘filosofie’ van Cruijff de club bij de hand moeten nemen omdat zij op technisch gebied dingen zien die managers zonder ervaring als topvoetballer niet zouden zien. Om die reden moest er een Technisch Hart komen, een Cruijffiaans – dus origineel – bedenksel om de gewenste veranderingen bij de vroegere topclub te realiseren. In dat Hart was Jonk het strengste in de leer. Toen het hoofd opleidingen constateerde dat zijn ideeën te weinig serieus werden genomen, besloot hij niet langer deel te nemen aan het wekelijks overleg met de andere leden, trainer Frank de Boer, assistent-trainer Dennis Bergkamp en Overmars.

Aldus toonde Jonk zijn ware Cruijffiaanse gedaante: wie niet voor hem is, is tegen hem — een houding die compromissen in de weg staat. Ook Cruijffiaans is de schimmigheid waarmee het interne conflict gepaard is gegaan. Want van een afstand bezien was het juist Wim Jonk die vaak zijn zin kreeg. Jaarlijks zouden er jonge spelers uit de A1 of Jong Ajax doorstromen naar de selectie. Je hoeft maar spelers als Kenny Tete, Joël Veltman, Jaïro Riedewald, Anwar El Ghazi, Riechedly Bazoer, Mitchell Dijks en de alweer vertrokken Ricardo Kishna in gedachten te nemen om te beseffen dat de jeugd bepaald veel kansen heeft gekregen. Bovendien wordt intern hoog opgegeven van de huidige A1 en Jong Ajax.

Impotent voetbal
Zo lijkt de Fluwelen Revolutie als een nachtkaars uit te gaan. Overmars (wiens aankoopbeleid en zuinigheid toch al veel kritiek kreeg) in diskrediet door zijn zwager opdrachten toe te schuiven; vertrouweling Tscheu la Ling ontmaskerd als een fantast en verdwenen; andere vertrouweling Jonk stapt op. En als iets niet past bij het imago van Ajax, dan wel het saaie, vaak impotente voetbal van het eerste. Tel daar de tirade van Cruijffs vroegere oogappel Marco van Basten in september bij op en je beseft dat de geest van Johan Cruijff nauwelijks nog boven de Toekomst hangt. En El Salvador zelf is te ziek om zich ergens nog mee te bemoeien.

Zo heeft Cruijff vier jaar na zijn ‘revolutie’ het nakijken, maar gezien de onmacht van de door hem naar voren geschoven pionnen om als normale mensen met elkaar te communiceren, kun je zeggen: dat is logisch.