Reconstructie: de frauduleuze verkiezingen in Haïti

Op zondag 25 oktober vond in Haïti de eerste ronde van de presidentsverkiezingen plaats. Die verliep verbazingwekkend rustig, geheel in tegenstelling tot de eerdere legislatieve verkiezingen van 9 augustus, waar de nodige incidenten plaatsvonden. Maar er kan weleens grootschalige fraude schuil zijn gegaan achter de zo rustige verkiezingen. Protesten tegen de verkiezingsuitslag ontaarden ondertussen in geweldsuitbarstingen. Een reconstructie.

De verkiezingen van 9 augustus mogen turbulent genoemd worden. Stembureaus hadden te kampen met de nodige logistieke problemen, er was sprake van opstootjes en vechtpartijen en dan waren er die beschuldigingen van fraude. Niet zonder reden werd dan ook gevreesd dat de situatie voor de presidentsverkiezingen van 25 oktober alleen maar meer uit de hand zouden lopen. Groot was de opluchting toen de presidentsverkiezingen over het algemeen rustig bleken te zijn verlopen. De kiesraad had dan ook de nodige maatregelen getroffen om een herhaling van het debacle van 9 augustus te verhinderen. Die bleken evenwel juist het tegenovergestelde te bewerkstelligen.

Zo mocht iedere politieke partij in elk van de 13.000 stembureaus een ‘partijmandataris’ plaatsen om erop toe te zien dat er geen fraude plaatsvond. Elke partij werd voorzien van 13.000 mandatariskaarten, die de houder ervan het recht geeft om in  stembureau het verkiezingsproces te controleren. Daarnaast mocht de houder ook in ieder willekeurig stembureau zijn eigen stem uitbrengen.

Omdat de meeste politieke partijen helemaal geen 13.000 leden tellen, werden de partijkaarten al gauw op de markt te koop aangeboden, waar ze gretig aftrek vonden onder partijen die een maximum aan mandatarissen wilden mobiliseren, zodat deze voor de partij konden stemmen. Doordat de onuitwisbare inkt – waaraan kiezers die hun stem al hebben uitgebracht te herkennen moeten zijn – makkelijk van de vingers te wissen bleek, was het voor de mandatarissen ook nog eens mogelijk meermaals hun stem uit te brengen.

Daar kwam nog bij dat de mandatarissen – in groten getale aanwezig op de stembureau’s – trachtten om de keuze van de kiezer te beïnvloeden. Als de kiezers al langs de mandatarissen wisten te geraken tot in het stemhokje, dan stonden ze daar nog steeds bloot aan hun glurende blikken en invloed.

Ook waren er tijdens de verkiezingen in Haïti onafhankelijke observatoren op de been. Onder de 15 lokale organisaties die de toestemming hadden om de stembusgang te observeren bevonden zich zowel gereputeerde organisaties met een stevige staat van dienst als onbekende organisaties die pas kort voor de verkiezingen in het leven leken te zijn geroepen. Een aantal organisaties uit de laatstgenoemde categorie hadden hun observator-badges al snel doorverkocht aan politieke partijen. Een observator-badge geeft namelijk het recht om te stemmen in het bureau waar geobserveerd wordt, en kon gebruikt worden om meerdere keren te stemmen.

Twee weken na de verkiezingen werden de voorlopige resultaten bekend gemaakt: de zittende regeringspartij behaalde met haar kandidaat, Jovenel Moïse, bijna eenderde van de stemmen en gaat door naar de volgende ronde. Toen de geruchten rondom fraude bij het verkiezingsproces steeds hardnekkiger werden, braken op verschillende plaatsen felle protesten uit.

Desalniettemin lijkt er weinig aan de verkiezingsuitslag te veranderen. Slechts twee van de 54 deelnemende presidentskandidaten hebben een klacht ingediend; de heersende opinie is dat de kiesraad weinig genegen zal zijn de verkeizingsuitslag nietig te verklaren. Ook aan de belofte dat de frauduleuze praktijken uitgeplozen zullen worden hecht niemand geloof. Die belofte werd immers na de frauduleuze verkiezingen van 9 augustus ook gedaan. En dat onderzoek ging vooralsnog niet van start.