Juichen na een bom, zoiets bedenk je niet

Eerst wordt er gejuicht. Dat is het bizarre van de tragedie in Stade de France op vrijdagavond 13 november 2015. Een jihadist blaast zich op en enkele duizenden van de toeschouwers bij de vriendschappelijke wedstrijd Frankrijk-Duitsland in Parijs denken aan een onschuldig bommetje. Ze kennen de ernst van de situatie niet. Daarom brengen ze een ironisch soort juichje voort, dat gebeurt wel vaker bij voetbalwedstrijden. Maar deze bom zit op het lijf van een godsdienstfanaat. Enkele mensen sterven en anderen juichen: zoiets bedenk je niet.

We weten dit dankzij journalist Simon Kuper die op de perstribune zit. De wedstrijd gaat door en Frankrijk wint met 2-0. Het publiek is blij met het spel en de overwinning, vertelt Kuper later nuchter en gedetailleerd tegen verschillende media.

Schokkend en gepast
Niemand beter dan de 46-jarige Simon Kuper kan dit verbijsterende maar ook duizelingwekkende tafereel schetsen. Hij groeide op in Leiden en Londen, hij spreekt vloeiend Nederlands en Engels. En behoorlijk Frans, hij woont en werkt al jaren in Parijs voor onder andere de Financial Times, waar hij een sportcolumn heeft. De andere aanslagen in het centrum van de stad vinden plaats vlakbij zijn woning, vertelt Kuper ook nog. ‘Ik weet niet hoe ik dit aan mijn kinderen moet vertellen,’ schrijft hij later in de FT. Het komt dus allemaal dicht bij Kuper persoonlijk en dat maakt zijn verhaal behalve schokkend in zekere zin ook gepast. Simon Kuper vestigde al in 1994 zijn reputatie met Football against the enemy. Op een nog niet eerder vertoonde manier toonde zijn boek de raakvlakken tussen politieke spanningen en voetbal in verschillende landen en culturen.

Dat juist Kuper op vrijdagavond die ene bom hoort, en daarna nog enkele, en dat hij de paniek na de wedstrijd meemaakt, de mensen het veld op ziet rennen: dat maakt hem tot de juiste man op de juiste plaats. Terwijl hij nog op zijn plek zit in het stadion vertelt hij de NOS rationeel en kalm wat hij ziet en hoort en denkt.

Symbool van iets anders
Het Stade de France in de voorstad Saint-Denis stamt uit 1998, het jaar dat Frankrijk wereldkampioen werd. Voor veel voetballiefhebbers was het stadion sindsdien symbool voor de glorieuze 3-0 zege op Brazilië in de finale. Dankzij de moslimterroristen en hun onschuldige slachtoffers zal het Stade de France vanaf dit weekend ongetwijfeld het symbool zijn van iets heel anders. Van iets dat 0,0 met voetbal te maken zou moeten hebben, maar het toch vaak heeft, helaas. Vraag maar aan Simon Kuper.

Ieder weekend schrijft Auke Kok voor HP/De Tijd een column over sport.