Waarom het goudhaantje gewoon naar Parijs vliegt – wat er ook gebeurt

Bam! Het is zaterdagochtend. Ik heb mij nog maar net met krant en koffie geïnstalleerd en lees over de gruwelijke terreuraanslagen in Parijs wanneer er een vogel tegen het raam vliegt. Plof, daar valt het diertje, in het grint. Dood, denk ik en ik lees verder.

Business as usual. We hebben een grote glazen pui aan de voorkant van het huis en die zorgt nogal eens voor verwarring. Bij dieren – vogels voorop, maar ook bij mensen. We wonen buiten. Met mooi weer trekken er grote groepen fietsers langs ons huis. De pui ontlokt deze mensen veel reacties. Ze vinden het erg mooi (“Práááchtig!”) of spuuglelijk (“Het is net een aquarium!”, “Dat dit mag!”).

Zes pagina’s verder zie ik iets bewegen in mijn linker ooghoek. Het vogeltje, dat op zijn zij ligt, beweegt zijn hoofd. Hij leeft! En hoe! Niet veel later staat het beestje zelfs weer op zijn pootjes – wankel en knikkebollend, maar toch.

Ik raak gefascineerd. Wat voor vogel is dit eigenlijk? De complete vogelgids – je woont buiten of niet – biedt uitkomst. Die gele streep tussen twee zwarte strepen op de kruin, het kleine formaat, geen twijfel mogelijk: dit is een goudhaantje.

Hé, daar begint de ‘kleinste vogel van Europa’ zelfs weer te vliegen. Hij komt niet ver. Hij wil naar binnen, naar het zuiden. Als een sperwer tikt hij, wanhopig fladderend, met zijn snavel tegen het raam. Om na tien seconden gedesillusioneerd te landen op de benedendorpel. Wazig naar binnen turend door het raam. Zo’n klap kan hard aankomen.

Dit goudhaantje, een ‘gedeeltelijke trekvogel’, moet naar het zuiden. Niets dat hem daarvan gaat weerhouden. Hij blijft het proberen, keer op keer. Met resultaat. Na een minuut of tien verdwijnt hij langs de rand van het dak.

Richting Parijs.

Foto: Flickr | Tom Lee