Hoe wordt iemand een terrorist?

Welke factoren leiden ertoe dat iemand voor terrorisme kiest? Dat probeert psychologe Anne Speckhard uit te zoeken met veldwerk en empirische gegevens.

Bij (zelfmoord)terroristen in conflictgebieden, zoals de Palestijnse gebieden of Irak, is het destructieve gedachtengoed volgens Speckhard bijna altijd het gevolg van zware psychologische trauma’s. Zij stelde vast dat terroristen en would-be-terroristen bijna altijd al van jongsaf aan vreselijke dingen hebben meegemaakt. Die trauma’s maken hen vervolgens kwetsbaar en ontvankelijk voor destructieve ideologieën.

Maar wat te denken van terroristische aanslagen in niet-conflictzones zoals de Europa of de Verenigde Staten? De discriminatie waarmee allochtonen te maken krijgen is behoorlijk frustrerend, maar volstaat lang niet om de terroristische toer op te gaan, meent Speckhard. Niemand krijgt hier met dezelfde zware trauma’s te maken als Palestijnen of Afghaan. Precies daarom zijn de aanslagen in Parijs zo schokkend: zij waren het werk van onopvallende jongemannen die ‘bij ons’ in Europa zijn geboren op opgegroeid.

Het is hier dat ideologie in de vorm van uitgekiende indoctrinatie de hoofdrol gaat spelen. Op straat, misschien in de moskee, op tv, of het internet circuleert er volop informatie om kwetsbare mensen in een bepaalde richting te duwen. Terroristische aanslagen worden met heroïsche muziek verheerlijkt. Foto’s en beelden van reële wreedheden in Syrië of de Palestijnse gebieden worden getoond. En nog eens getoond. En nog eens.

Speckhard: “Die massa moeilijk verteerbare scènes vindt niet gemakkelijk een plaats in iemands hoofd, en blijft hangen. Mensen worden zo opgehitst dat ze in zekere zin getraumatiseerd raken. Natuurlijk ervaren zij nooit zo’n groot trauma als mensen in oorlogszones, maar het kan hen wel mobiliseren. Ik herinner me hoe aangeslagen ik als kind was toen ik films over de Holocaust of de slavenhandel zag. Op zulke momenten voelde ik heel intense emoties opborrelen. Je had me toen zo ver kunnen krijgen dat ik bereid was tegen onrecht te vechten.”

Bij dit soort secundaire traumatisering met waargebeurde beelden worden ook fictieve verwantschappen gelanceerd: “Dit zijn je moslimbroeders en -zusters die vermoord werden, voor hen moet je vechten en desnoods sterven. Vroeg of laat krijgt zo iemand wel het idee dat hij misschien een goede daad stelt door te helpen dat onrecht te bestrijden. Wie dan met foute vrienden omgaat, kan naar terrorisme grijpen”

Speckhard pleit dan ook voor voorlichting op school, net zoals jonge mensen voorlichting over drugs of seks krijgen: “Ik zou willen dat er op school verteld wordt dat er een militante jihadfilosofie bestaat en dat de Koran daarin gemanipuleerd wordt. Je moet aan kinderen uitleggen hoe terroristische groeperingen die verzen misbruiken en verkeerde conclusies trekken. Uitleggen waarom je geen onschuldige burgers vermoordt. Zodat iedereen al op jonge leeftijd beseft hoe die groepen werken, dat ze je met beelden van echt gebeurd onrecht benaderen, om je van geweld te overtuigen.”

Religie als mobiliserende factor
Terrorisme is onderhevig aan trends en aan globalisering. Vroeger bedachten plaatselijke groeperingen hun eigen versie van terrorisme, maar mede dankzij de communicatiemedia neigt de huidige trend naar religieus aangepookt zelfmoordterrorisme.

Zo spelen groeperingen zoals IS of Al-Qaida snel in op nationalistische conflicten. Dat gebeurde in Tsjetjenië, waar een separatistisch conflict woedt dat in se met Russische overheersing te maken heeft. De pro-Tsjetjeense beweging bestaat toevallig vooral uit moslims. Speckhard: “Oorspronkelijk was er geen militante jihadideologie in Tsjetjenië, maar door de input van outsiders is dit nationalistisch conflict veranderd en werd het zelfmoordterrorisme geïmporteerd. Voorlopig heeft dit echter nog geen breed draagvlak bij de lokale bevolking. Iets soortgelijks gebeurt in Syrië en Irak. Onder Saddam was er bij mijn weten geen zelfmoordterrorisme, maar de laatste jaren zijn er soms periodes met twee of drie zelfmoordaanslagen per dag.” Toch draait terrorisme volgens Speckhard altijd om politieke eisen of om territorium.

Religie is daarbij nooit een doel op zich, maar het is wel de mobiliserende kracht. Soms is dit verweven met een vorm van nationalisme, met ‘sterven voor het vaderland’. In principe kan elke ideologie mobiliserend werken, maar religie doet dat wel bijzonder krachtig. Speckhard verduidelijkt: “De militante jihad-ideologieën halen religieuze geschriften uit hun context en gebruiken die om mensen te overtuigen deel te nemen aan de politieke strijd. Ze vinden er redenen waarom je de moed zou moeten hebben actie te voeren. Willen met citaten aantonen waarom de gewelddadige strijd rechtvaardig is, waarom het goed is te sterven én te doden voor die strijd. Precies hetzelfde kan je doen met het christendom. Als je de Amerikaanse website Army of God opent, zie je dat ze bijbelcitaten gebruiken om te verantwoorden dat het goed is abortusklinieken op te blazen en abortusartsen uit te schakelen.”

Terroristen zijn geen psychopaten, maar mensen zoals jij en ik. Alleen functioneren ze door trauma’s en bepaalde omstandigheden psychologisch niet gezond. Terroristische groeperingen maken daar misbruik van door een foute ideologie te verkopen en hen uit te rusten om te sterven en te doden.