Waarom economische vluchtelingen en illegale migranten niet bestaan

Migranten, illegalen, gelukszoekers en testosteronbommen – wie het vluchtelingendebat volgt, wordt om de oren geslagen met jargon. Politici en media formuleren er rijkelijk op los, met alle gevolgen van dien.

Hoewel het lastig is om een groep individuen van een verzamelnaam te voorzien, komt het merendeel van de personen die momenteel Europa bereiken volgens UNHCR – de vluchtelingenorganisatie van de VN – uit landen als Syrië, Irak en Afghanistan. Doorgaans krijgen mensen uit deze door oorlog verscheurde landen inderdaad een vluchtelingenstatus in Europa. Zij vallen dan onder de term ‘vluchteling’, zoals vastgesteld in het VN Vluchtelingenverdrag van 1951. Vluchtelingen zijn personen die niet meer in hun land van herkomst zijn en daar niet naar terug kunnen keren omdat zij vrezen voor vervolging op grond van ras, geloof, nationaliteit, lidmaatschap van een specifieke sociale groepering of politieke overtuiging.

Het gebruik van de term ‘migranten’ voor een groep mensen die grotendeels bestaat uit vluchtelingen, is een soort generalisatie in reverse. De juridische definitie van een vluchteling maakt ook meteen een einde aan de term ‘economische vluchteling’. Inderdaad, die bestaat niet. Want iemand die puur om economische redenen zijn of haar land verlaat, kan juridisch gezien geen vluchteling zijn. Dit is een migrant. Maar dan niet in de vorm van de steeds terugkerende term ‘illegale migrant’, want een persoon kan per definitie niet onwettig zijn. Iemand kan illegaal een grens oversteken – deze handeling is illegaal, de persoon in kwestie niet. Een persoon die onwettig in een land verblijft is een irreguliere migrant. Tot zover enige verheldering.

Wat is dan het belang van het gebruiken van de juiste terminologie? Behalve dat veel termen juridisch incorrect zijn, zijn ze veelal misleidend. In Nederlandse en buitenlandse media worden de term ‘migrant’ en ‘vluchtelingen’ als inwisselbaar gebruikt. Op de website van Al-Jazeera verscheen in augustus een betoog over waarom het medium de term ‘Mediterraanse migranten’ niet gebruikt: de term doet afbreuk aan de vaak verschrikkelijke ervaringen van de vluchteling, en doet de vluchteling (die bijna geen stem heeft in de media) overkomen als iemand die enkel voor overlast komt zorgen.

Bij gebrek aan synoniemen, wordt de vluchteling al snel een migrant genoemd. Vervolgens wordt de migrant zo nu en dan ‘gelukszoeker’ genoemd. Geert Wilders – altijd creatief in zijn taalgebruik – ziet dan enkel nog ‘testosteronbommen met baarden’.

Wilders’ taalgebruik is dan ook uiterst geschikt om te illustreren hoe terminologie kan escaleren. De media spreken over een ‘vluchtelingenstroom’ of ‘vluchtelingengolf’, en Wilders gaat dan een stapje verder en heeft het over een ‘vluchtelingentsunami’. Stromen, golven en tsunami’s zijn over het algemeen ongewenste dingen die zorgen voor vernieling en dood. Het veelgebruik van woorden als ‘vloedgolf’ en ‘stroom’ door Britse media om de komst van vluchtelingen te beschrijven, werd in augustus stevig bekritiseerd door een redacteur van The Guardian. ‘Het migratiedebat heeft een grote behoefte aan wat perspectief,’ schreef hij.

Ook de Britse premier David Cameron zorgde voor ophef toen hij in juli dit jaar sprak over een ‘zwerm mensen’ die naar Europa komt. Reden voor de kritiek op zijn woordkeus was dat het woord ‘zwerm’ voornamelijk wordt gebruikt in relatie tot insecten, en daarom zorgt voor ontmenselijking. De Britse televisiepersoonlijkheid Katie Hopkins deed discussie oplaaien over de grens tussen vrijheid van meningsuiting en haatspraak toen ze in haar column in The Sun onder andere schreef: “Vergis je niet, deze migranten zijn als kakkerlakken.” Dit doet denken aan de genocide in Rwanda in 1994, waarbij media de term ‘kakkerlakken’ gebruikten om Tutsi’s te omschrijven. De boodschap: roei ze uit. Ook de nazi’s gebruikten termen als ‘kakkerlakken’ en ‘ratten’ om onder anderen Joden te omschrijven. De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, Zeid Ra’ad Al Hussein, mengde zich vervolgens in de discussie. In een toespraak noemde hij Hopkins taalgebruik in The Sun opruiend en onacceptabel.

Nederlandse journalisten en politici gaan in het algemeen niet zo ver in hun zoektocht naar synoniemen als hun Britse collega’s. Toch wordt er regelmatig gesproken over het ‘vluchtelingenprobleem’ of de ‘vluchtelingencrisis’ – woorden met een negatieve lading. Hoewel deze termen misschien juridisch correct zijn, dragen ze ook bij aan haat en xenofobie gekoppeld aan het voorwoord: vluchtelingen. Als media het simpelweg zouden hebben over ‘de komst van vluchtelingen’, dan zou dit relatief neutraal zijn. Deze synoniemen komen de begrijpelijkheid ten goede, maar menselijke kenmerken gaan verloren.

De sociaalpsychologische leer wijst uit dat als iemand maar lang genoeg in een bepaalde rol wordt gezien, diegene zich in die rol thuis gaat voelen, en zich naar die rol gaat gedragen. Dit werkt als volgt: media pikken verwoestende gebeurtenissen op en creëren bewustheid in de internationale gemeenschap. Die gemeenschap bepaalt dan hoe zij op de gebeurtenissen reageren. Deze reactie beïnvloedt het gedrag en het gevoel van, bijvoorbeeld, een vluchteling. Maar het is geen eenrichtingsverkeer. Als media enigszins sympathiseren met vluchtelingen, dan zal ook de reactie van de gemeenschap guller zijn. Vluchtelingen spiegelen vervolgens hun gedragingen weer aan hoe zij denken te worden waargenomen door de maatschappij.

Als vluchtelingen door media en politici (en vervolgens ook door burgers) continu geassocieerd worden met woorden als ‘probleem’ en ‘crisis’, dan rest de vraag hoe zij zich in de toekomst zullen ontwikkelen als ze status krijgen in Europa.

Pimm Westra studeerde mensenrechten en culturele diversiteit aan de University of Essex, en specialiseerde zich in gedwongen migratie, internationaal recht en gender.

Pimm Westra