Het Parijsdebat: oorlog, strandvakantie naar Raqqa en een motie van wantrouwen

Vandaag debatteerde de Tweede Kamer over de aanslagen in Parijs. Daarbij ging het maar beperkt over de aanslagen en de gevolgen daarvan voor de Nederlandse samenleving. Het leek eerder op een welles-nietes-spelletje rondom de vraag: is Nederland in oorlog?

Aanstichter van ‘oorlog in de Kamer’ was CDA-leider Sybrand Buma die graag van het kabinet wilde weten in hoeverre er waarde gehecht moest worden aan de uitspraken die premier Rutte afgelopen week deed, waarbij hij zei dat Nederland in oorlog is met IS. Is oorlog het woord van het kabinet, of is dat de mening van de heer Rutte? Rutte liet daarop weten dat hij vast zal houden aan de term oorlog. “We gooien bommen en bestrijden een organisatie die een groot gevaar vormt voor onze samenleving”, zo verantwoorde hij zijn keuze. En Rutte verzekerde daarbij dat het niet alleen de woorden waren van Rutte of van de premier, maar dat dit ook de opvatting is van de regering.

Buma opende niet alleen het vuur op Rutte, maar richtte zich ook tot Asscher. Buma verweet de vice-premier bewust het woord oorlog te vermijden en daarmee niet eensgezind naar buiten te treden. Desgevraagd legde Asscher uit dat hij inderdaad graag zuinig is met het woord oorlog, maar voegde er licht geïrriteerd aan toe hij zijn eigen woorden kiest. “Ik heb nooit gezegd dat de premier niet namens mij sprak”, zei Asscher, waarna hij later schoorvoetend toegaf dat dit wel het geval was, als Buma het zo graag wilde weten.

Het bleek voor Buma niet genoeg. De CDA-leider wil dat Nederland ook IS-doelen gaat bombarderen in Syrië en bleef daarnaast verwoede pogingen doen om het kabinet uitspraken te ontlokken over de waarde die het hecht aan het woord oorlog. Maar Rutte bleef hameren op het feit dat hij de term oorlog niet in de juridische zin van het woord had gebruikt en dat het kabinet daar dus ook niet naar zal handelen.

Haagse aangelegenheid
Wilders was eigenlijk het enige Kamerlid die een beetje actualiteit aan het debat toevoegde. Hij memoreerde dat België donderdag besloten heeft dat jihadisten bij terugkomst in het land vastgezet zullen worden.
Ondertussen sloot de politiek in Frankrijk een nieuwe aanslag uit en werd bekendgemaakt dat de noodsituatie nog de komende drie maanden van kracht zal blijven in het land.  In de Tweede Kamer was het desondanks vooral een Haags feestje. Er werd nauwelijks gesproken over de situatie in bijvoorbeeld Europees verband.

Overigens gingen er in de eigen Kamer wel stemmen op om, net als in België, terugkerende jihadisten hard aan te pakken. VVD-fractievoorzitter Zijlstra diende met steun van het CDA en de SGP onder andere een motie in om het verblijf op terroristisch grondgebied strafbaar te stellen, met uitzondering van journalisten. “Je gaat immers niet voor een strandvakantie naar Raqqa,” aldus Zijlstra.

GroenLinks-leider Jesse Klaver wil de Syriëgangers juist terug halen naar Nederland en kijken hoe deze mensen weer terug kunnen keren in de samenleving door middel van een programma voor deradicalisering.

Volgens het CDA en de SGP moet er daarnaast inmiddels maar eens haast gemaakt worden met het actieplan jihadisme van het kabinet, dat volgens de partijen al veel te lang op de plank ligt.

Wijkaanpak
Een cruciale rol is volgens partijen weggelegd op lokaal niveau. SP-leider Roemer zei dat radicalisering van jongeren ‘moordmachines’ maakt, maar dat radicalisering in Nederland niet of nauwelijks wordt gezien door een tekort aan bijvoorbeeld wijkagenten.
Ook de ChristenUnie en de SGP bekritiseerden de ‘succesvolle wijkaanpak’ die door Samsom verkondigd werd.
Ondank de kritiek werd wel duidelijk dat in ieder geval de PvdA, de VVD, de ChristenUnie en de SGP het er over eens zijn dat de wijkagent een cruciale rol speelt in de bestrijding van radicalisering.

Opvallend stil
Zo veelvuldig als oppositiepartij CDA de microfoon zocht in het debat, zo stil was het opvallend genoeg aan de kant van D66. Alexander Pechtold was tijdens het debat nauwelijks te horen, op de opmerking na dat hij het betreurde dat de terreur en de vluchtelingencrisis volgens hem op een hoop gegooid werden.

Minder stil was Wilders. Hij diende opnieuw een motie van wantrouwen in tegen het kabinet. Het kabinet ‘maakt het niet veiliger, maar onveiliger’, zo luidde zijn conclusie alvorens hij zijn 21e motie van wantrouwen indiende.
In reactie op de motie grapte premier Rutte dat Wilders zijn moties van wantrouwen blijkbaar klaar heeft liggen, gezien het feit dat er onder andere een datum op de motie ontbrak.

Verder ageerde Kamerlid Kuzu oud en vertrouwd fel tegen Wilders waarbij hij Wilders een terrorismemagneet noemde, waarop Kamervoorzitter Van Miltenburg ingreep.

Verschillen met Parijs
Conclusie van het debat: honderd procent veiligheid is volgens het kabinet niet te realiseren, maar er wordt alles aan gedaan om een aanslag in Nederland te voorkomen.

Verder is de situatie volgens het kabinet niet zoals in Parijs. Asscher noemde ronselaars de “kinderlokkers van het kwaad” en zei dat we in Nederland weliswaar “ook wijken kennen waar de vooruitzichten van jongeren veel slechter zijn en waar het met de veiligheid slechter gesteld is. Maar niet zoals je het ziet in Molenbeek of de voorsteden van Parijs. Hier loopt de politie wel gewoon de wijk in”.

Rutte voegde daaraan toe dat Nederland momenteel genoeg doet aan terrorismebestrijding en riep daarnaast op het ‘gewone leven te leven’.

Slaap zacht.

Meer leuke content? Like ons op Facebook