Zanger Armand (1946-2015) ging kapot van de pijn, maar speelde altijd door

In zijn woonplaats Einhoven is protestzanger en boegbeeld van de hippiecultuur Herman George van Loenhout, artiestennaam Armand, overleden. De artiest is 69 jaar geworden.

Vorig jaar juni gaf Armand zich tegenover HP/De Tijd bloot in de rubriek Zelfportret. Het werd een gesprek over vliegende achtervolgingen over Duitse snelwegen en dromen over optredens in Parijs. Journalist Sjoerd Hartholt herinnert zich het gesprek bij Armand thuis:

“Armand vertelde in 2014 al lurkende aan zijn chillum dat hij het liefst ‘in het harnas’ wilde sterven. Het scheelde niet veel, of het was – naar eigen zeggen – in 2012 tijdens een Mega Piraten Festijn in het Gelredome geleden al gebeurd, zo vertelde hij. Armand had een longaandoening en pancreatitis. Maar dat weerhield hem niet van optreden. Ook in zijn laatste jaren reisde Armand in zijn oude Amerikaanse wagen stad en land af. Jonge artiesten zoals Lucky Fonz, the Kik en Ali B benaderden de zanger veelvuldig voor gezamenlijke optredens en liedjes. Ook op grote festivals bleef hij een welkome gast. Zijn flat in Eindhoven was een enorme chaos, zijn gezondheid ging zienderogen achteruit, maar Armand gaf in het interview aan gelukkiger te zijn dan ooit. Al zingend beantwoordde hij de vragen. We spraken over zijn verleden als drugsdealer en zijn grootste liefde, ‘de muziek’. Het resulteerde in een bijzonder Zelfportret van een rasartiest.”

Wat is uw huidige gemoeds-toestand?
“Een jubelstemming. Ik ben 68, maar ik speel nog altijd. De jeugd zoekt me weer op. Ali B is met zijn programma Op Volle Toeren bij me langsgeweest, en ik heb een nummer gemaakt met The Kik en Lucky Fonz.”

Wie zijn uw helden?
“Dankzij Jules de Corte heb ik kennis gemaakt met liedjes over vrede. De chansons van Georges Brassens gingen over seks, terwijl je hier toen niet eens ‘blote tiet’ op tv kon zeggen. Ook Bob Dylan heeft grote invloed op me gehad.”

Lijkt u op uw vader?
“Ja. Ik ben net zo gedisciplineerd. Mijn vader was machinebankwerker, een echte arbeider. Hij vond het maar niks dat ik artiest was. Pas toen hij tachtig was, zag hij in een televisieshow hoe iedereen Ben ik te min meezong. “Kijk nou Marie, die mensen zingen allemaal mee,” zei hij. ‘Je bent de laatste die daar achterkomt,’ zei mijn moeder.”

Lijkt u op uw moeder?
“Dat was een guit. Ze hield ervan om de boel voor de gek te houden, dat heb ik met haar gemeen.”

Wat zijn uw dagdromen?
“Soms droom ik van optreden in Parijs of een bezoek aan de modelspoorbeurs in Hamburg. Ik ben dol op modeltreinen.”

Bidt u weleens?
“Nee. Ik ben godzijdank een atheïst.”

Bent u aantrekkelijk?
“Ja. Ik heb een flinke bos haar en een groot lid.”

Wat is uw definitie van geluk?
“Beschikken over een goede gezondheid en een slecht geheugen. Ik heb een akelig goed geheugen, daarom blow ik regelmatig. Heerlijk de vergetelheid zoeken.”

Bent u monogaam?
“Ik ben alleen. Als getrouwd man was ik zo trouw als een hond maar zo geil als een beer. In mijn jonge jaren, voor mijn drie mislukte huwelijken, hield ik van iedereen. Het was het leven van een muzikant: op donderdag om één uur ’s middags opstaan, een hoop speed in mijn lijf gooien en pas maandagochtend om negen uur naar bed gaan. Ze zeiden dat mijn gezicht eruitzag als grof bruinbrood. Ik ben ermee gekapt toen Jimi Hendrix en Janis Joplin stierven.”

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
“Ik was een paar jaar terug op Folkwoods, een festival in Eindhoven. Ik besloot een tripje te nemen. Dan moet ik altijd lachen. Op een scherm was Leningrad Cowboys te zien, een Finse band die optrad met een koor. En bij koren moet ik altijd huilen. Ik stond daar lachend en huilend tegelijk.”

Hoe moedig bent u?
“Ik heb vliegende achtervolgingen meegemaakt met de Deutsche Polizei. In 1970 laadde ik vijf kilo shit in de auto en tweeduizend speedpilletjes onder het dashboard; die verkocht ik aan Amerikaanse militairen in Bitburg. Als ik gepakt werd, zou ik zes jaar cel krijgen. Daar ben ik trots op, want door mijn bijdrage is de Vietnam-oorlog bekort.”

Wat is uw grootste prestatie?
“In 2012 heb ik voor twintigduizend mensen gespeeld in het Gelredome op het Mega Piraten Festijn. Ik was zo moe, ik kon net één liedje zingen. Bleek dat ik een longaandoening had. Ik heb ook pancreatitis, een ontsteking van de alvleesklier. Dat doet erg zeer tijdens optredens, soms ga ik kapot van de pijn. Toch speel ik altijd door.”

Wat is uw grootste mislukking?
“Geen.”

Wanneer was u het gelukkigst?
“Nu.”

Wat is de beste eigenschap in een man?
“Een man een man, een woord een woord.”

Wat is de beste eigenschap in een vrouw?
“Ze spreken me vooral visueel aan. Maar ze bieden ook warmte en gezelligheid. Ik vind het vervelend zonder vrouw. Ik ben druk met optredens en schrijven en heb geen tijd om de boel hier op te ruimen. Shit, man, ik moet alles zelf doen. Gelukkig ben ik een uitstekende kok.”

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
“Ik zou rustiger willen zijn, want ik ga als een trein. Daarom blow ik ook. Ik kan vijf jaar lang iets opbouwen, het in drie minuten kapotslaan en in de vierde minuut tegen mezelf zeggen: wat ben je toch een lul. Bel mij dus nooit voor de eerste pijp.”

Hoe ontspant u zich?
“Dan neem ik een blow. Zingen helpt ook, net als autorijden. In het holst van de nacht ga ik naar De Peel, dan wandel ik naar de eendenkooi waar ik, zolang ik zachtjes doe, van boswachter Frank mag zitten. Daar eet ik een boterhammetje en ga ik lekker schrijven. Helemaal alleen.”

Wie is uw grootste liefde?
“Ik heb één hondstrouwe maîtresse. Ik heb er veel gehad, maar ze hebben me allemaal verlaten vanwege mijn eerste schat: de muziek.”

Waaraan bent u het meest gehecht?
“Mijn hasjpijp, mijn chillum. Ze worden in Nederland bijna niet verkocht. In mijn tijd als dealer verkocht ik ze heel goed. Ik pakte toen met de verkoop van hasjiesj elke avond meer dan duizend gulden, terwijl een optreden slechts vierhonderd gulden opbracht. Toch trad ik vaak op, als een filantroop!”

Wat is uw ultieme droom?
“Vrede natuurlijk.”

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
“Richard Wagner. De grootste antisemiet die ooit bestaan heeft. Met dat soort mafkezen wil ik niets te maken hebben.”

Hoe is ongeluk te vermijden?
“Door niets te doen. Maar als je niks doet, dan gebeurt er ook niks magisch.”

Wat is uw devies?
“We blijven altijd leerling.”

Sjoerd Hartholt