Roel Braas, de tuinman van de Nederlandse roeiwereld

Wat doet een topsporter eigenlijk op de momenten wanneer hij of zij niet bezig is met sporten? In deze rubriek worden sporters bevraagd naar hun leven buiten de sportwereld. Aflevering elf is voor roeier Roel Braas (28). Als hij er tijd voor kan vinden tussen trainingen en wedstrijden door, wroet hij graag in zijn tuin.

Sinds zijn entree in de roeiwereld staat roeier Roel Braas bekend als de tuinman van de Nederlandse roeiwereld. En dat is geen geuzennaam voor de atleet die twee meter meet en handen als kolenscheppen heeft. Voordat hij in een roeiboot stapte, zat Braas in tegenstelling tot veel van zijn collega-roeiers namelijk niet in de collegebanken, maar bracht hij veel tijd door in tuinen. Als hovenier, welteverstaan.

Nu is Braas net begonnen aan het olympische jaar. Hij traint zich suf. In september plaatste hij zich op het WK roeien met Mitchel Steenman in het nummer twee-zonder voor de Spelen van Rio. Verreweg het grootste gedeelte van zijn tijd gaat op aan zijn sport. En hoewel het aanleggen van tuinen niet meer Braas zijn vak is, blijkt: je kunt een hovenier wel uit een tuin halen, maar de tuin niet uit de hovenier. Want tuinieren is een hobby geworden, bevestigt hij. Ten minste, als hij er tijd voor heeft. “Want dat heb ik niet vaak meer”, zegt Braas, ook nog eens vader van twee kinderen, lachend.

Tropendagen
De Noord-Hollander kreeg het hoveniersvak met de paplepel ingegoten via zijn vader, die ook hovenier was. Maar het begon eigenlijk al bij zijn opa, die bloemenveilingen afstruinde. “Zo is het een beetje gekomen. Mijn vader had de tuinbouwschool gedaan en begon daarna zijn eigen hoveniersbedrijf. En toen ik een jaar of achttien was, vroeg hij of ik bij hem in zijn bedrijf wilde komen.”

En dat wilde Braas maar al te graag. Hij vond het vak interessant en dagelijks met zijn vader werken sprak hem aan. “Wat we deden? Met mensen praten over hun wensen, vervolgens een tekening maken en het dan uitvoeren. We legden voornamelijk tuinen aan bij particulieren. Heerlijk werk. Je bent voortdurend bezig.” Hij combineerde het hovenierswerk een aantal jaren met roeien, tot zijn roeicarrière zo’n zes jaar geleden te veel tijd begon op te slokken. Het werden tropendagen vanwege de bijna dagelijkse gang die hij naar de Amsterdamse Bosbaan moest maken, toen nog vanuit zijn geboorteplaats De Rijp.

‘Gewoon, buiten zijn’
Tegenwoordig tuiniert hij dus graag in zijn vrije tijd. Wat hem eigenlijk zo aanspreekt aan werken in de tuin? “Gewoon, buiten zijn”, zegt de Noord-Hollander nuchter. De frisse lucht, het directe contact met de natuur en zijn energie kwijt kunnen. Daar is tuinieren ideaal voor. Braas is het liefst de hele dag in touw. Dat had hij als jongetje al. Voordat hij het roeien ontdekte, was hij bijvoorbeeld veelvuldig te vinden op de tennisbaan. De roeier heeft aan twee dingen een hekel: binnen zijn en stilzitten. Een kantoor komt het dichtst bij een nachtmerrie voor hem. “Ik moet er niet aan denken daar de hele dag door te brengen”, benadrukt de ‘Kolos van Okeanos’.

Braas (rechts) in actie in de twee-zonder met Mitchel Steenman in juli dit jaar.
Braas (rechts) in actie in de twee-zonder met Mitchel Steenman in juli dit jaar.

Niet voor niets is roeien daarom zijn favoriete bezigheid op het water en tuinieren op het vaste land. Zijn huis staat in Breezand, een dorpje waar de Waddenzee tegen de kade kabbelt. Daar heeft hij een flinke tuin te onderhouden. In die tuin doet Braas alles zelf. Van grasmaaien, de heg snoeien en aanplanten tot een verzakt paadje opnieuw aanleggen. De ervaring die hij opdeed als hovenier komt hem goed van pas.

Geen kantoor
Maar voor tips over de nieuwste tuintrends of wie denkt met Braas een wandelende plantenencyclopedie te hebben gevonden, komt bedrogen uit. “Ik kan lang niet alles uit elkaar houden”, zegt hij. “Er zijn duizenden plantensoorten. Ik weet er een paar, en dan vooral de planten waar ik veel mee werk. De rest is snel uit mijn geheugen verdwenen.”

Op de vraag of hij na zijn topsportloopbaan zich weer fulltime op het tuinieren zal storten, antwoordt hij dan ook terughoudend. “We zien wel wat er op mijn pad komt.” Een ding is zeker: een kantoorbaan zal het in ieder geval niet worden.

Beeld: ANP