Slechts één uitgever zag potentie in het meest verkochte dagboek ter wereld

Er is onduidelijkheid over de nalatenschap van Anne Frank. De Amsterdamse Anne Frank Stichting erkent Anne Frank als enige auteur van haar dagboek, het Anne Frank Fonds in Bazel erkent haar vader Otto Frank als co-auteur. Vader Frank stierf ruim dertig jaar na zijn dochter. Het roept de vraag op: wanneer verloopt het  auteursrecht op ’s werelds beroemdste dagboek?

Anne Frank overleed in 1945, waardoor de auteursrechten op haar dagboek op 1 januari 2016 zouden verlopen. Het Anne Frank Fonds in Bazel, dat de auteursrechten van het dagboek beheert, vindt van niet. Zij beschouwen vader Otto Frank, die het boek in 1947 liet uitgeven door uitgeverij Contact, als co-auteur en dus als rechthebbende. Hij overleed pas in 1980. Maar de Amsterdamse Anne Frank Stichting erkent dat co-auteurschap niet; het zoveelste geschil rond de erfenis van het beroemdste meisje van Nederland.

De Berner Conventie van 1886 bepaalt dat een werk 70 jaar na de dood van de auteur beschermd is. Indien dit auteursrecht verloopt, wordt het werk publiek domein. Dit betekent dat het werk rechtenvrij is, en dat eenieder in theorie zonder toestemming het werk mag bewerken of openbaar mag maken.

Maar hoe vonden de dagboekpagina’s überhaupt hun weg naar de uitgever, zeven decennia geleden geleden? Een kleine reconstructie.

Kort na de oorlog bezocht Miep Gies, de verzetsheldin die de familie Frank tijdens de Tweede Wereldoorlog hielp onderduiken, het voormalig onderduikadres aan de Prinsengracht. In ‘het achterhuis’, een kleine ruimte achter de boekenkast waar de familie zat verstopt, vond ze het dagboek van jongste dochter Anne. Ze overhandigde het rood-wit geruite dagboek begin augustus 1945 aan vader Otto Frank die, na vernomen te hebben dat zijn dochter haar dagboekbrieven wenste uit te geven, alles op alles zette om een samenstelling van haar werk gepubliceerd te krijgen. Maar dat ging niet zonder slag of stoot.

Frank klopte bij meerdere uitgeverijen aan, waaronder de voormalig verzetsuitgeverij De Bezige Bij, maar werd overal de deur gewezen. Wim Schouten, destijds financieel directeur bij De Bezige Bij, zei: “Als er een oorlogsdagboek tussen de stapel manuscripten zat, gooide ik het bij wijze van spreken het raam uit. (-) Zoveel boeken waren er over geschreven, maar er was geen belangstelling voor; het was niet in de mode.”

Kinderboekenschrijfster Mies Bouhuys zei later in dagblad Trouw: “Uitgeverijen hadden het dagboek van Anne Frank afgewezen, omdat ze inschatten dat het publiek dit absoluut nog niet aandurfde.”

Niemand leek interesse te hebben in het oorlogsdagboek. Totdat Otto Frank een door hem gekuiste versie van het dagboek aan historici Jan en Annie Romein gaf. Zij zagen meteen de waarde van het boek, maar ook zij wisten geen uitgever te strikken om het uit te geven.

media_xl_225574
Bron: Parool

Op 3 april 1946 schreef Jan Romein in het Parool een voorpaginastuk over Annes dagboek onder de titel ‘Kinderstem’. Pas een paar maanden later toonde de Amsterdamse uitgeverij Contact – na het lezen van het krantenartikel – interesse in het boek. Contact was in het leven geroepen om mensen te wijzen op de gevaren van nazisme – ze konden niet om het dagboek heen.

De uitgeverij werd veertig jaar later samengevoegd met uitgeverij Bert Bakker, die later weer werd samengevoegd met uitgeverij Prometheus. Of en hoeveel de uitgeverijen van Het Achterhuis – allereerst Contact, daarna Bert Bakker en nu Prometheus – verdienen aan het befaamde boek, is bij de redactie onbekend.

Vaststaat dat het boek in meer dan zeventig talen is vertaald, miljoenen keren is verkocht en daarmee een van de meest gelezen boeken ter wereld is. Het Zwitserse Anne Frank Fonds (opgericht in 1963 om de auteursrechten te beheren) heeft grote hoeveelheden geld opgehaald met het boek, zo schreef de Volkskrant vorige week nog. Dit geld zou volledig naar goede doelen gaan.

Echter met de dreiging van vervallende auteursrechten zou het Anne Frank Fonds in Zwitserland haar inkomsten uit het dagboek verliezen. Zodra zij niet meer de rechthebbende is, hoeft een persoon of organisatie geen geld meer te betalen voor gebruik of publicatie van Annes werk. Het fonds in Zwitserland lijkt dan ook genoeg redenen te hebben om de rechten te claimen door Otto Frank als co-auteur te beschouwen.

Voor de Anne Frank Stichting in Amsterdam zou het vervallen van de auteursrechten betekenen dat zij, net als ieder ander, delen van Annes werk mag gebruiken of publiceren. Wat er 1 januari 2016 precies staat te gebeuren, is niet bekend.

Zo verwerd een op het eerste oog onbeduidend dagboek van een Joods meisje een felbegeerde trofee.

In een eerdere versie van dit artikel stond ten onrechte dat de Anne Frank Stichting vindt dat de auteursrechten van ‘Het Achterhuis’ op 1 januari 2016 komen te vallen. De Anne Frank Stichting laat in een schriftelijke reactie weten: ‘De Anne Frank Stichting is inderdaad van mening dat Anne Frank de enige auteur is van de dagboekversies A en B. Er is bij deze geschriften geen sprake van een co-auteurschap van Otto Frank of enige andere persoon.’

Beeld: ANP