Klimaatdoelstellingen: deze landen zijn de braafste jongetjes van de klas

Het duurt nog een paar dagen voordat de klimaatconferentie in Parijs begint. Even draait het dan in de Franse hoofdstad niet meer om de aanslagen van 13 november, maar om de rest van de wereld. Ook een Nederlandse delegatie zal aanwezig zijn, en zal er goed aan doen om tijdens de conferentie eens te luisteren naar de buren. We mogen dan als vooruitstrevend wordt beschouwd; op het gebied van het klimaat zijn er in Nederland nog heel wat stappen te zetten.

Wie de afgelopen weken dagelijks naar de publieke omroep keek, weet dankzij het programma Mijlpalen voor Parijs dat er de klimaatconferentie in aantocht is. En mocht u dat gemist hebben; het kan u niet zijn ontgaan dat het KNMI afgelopen weekend Code Oranje afgaf. Geen waarschuwing voor de eerste vlokken sneeuw, maar een ludieke actie om te waarschuwen voor klimaatverandering.

Broeikasgassen
Maandag schreven 64 hoogleraren een brief waarin ze oproepen in Nederland afscheid te nemen van kolencentrales. Het sluiten ervan zou de meest effectieve oplossing zijn om de broeikasgassen terug te dringen en daarmee stappen te zetten om onze klimaatdoelstellingen te behalen. Zo lopen we bijvoorbeeld achter op het gebied van hernieuwbare energie.

De gemiddelde Nederlander zal geen idee hebben hoeveel kolencentrales er staan in ons land (het zijn er momenteel nog 11). Er zijn bovendien plannen voor nieuwe kolencentrales, waar energiebedrijven miljarden euro’s in steken. De toon van de brief is ernstig.

Maar staan we er dan zo slecht voor? Ja, redelijk. Nederland behoort wat betreft de klimaatdoelstellingen niet alleen tot een van de minst brave jongetjes van de Europese klas, ook op wereldschaal doen we het niet zo goed. Zo stoten we bijvoorbeeld relatief veel broeikasgassen uit. Per hoofd van de bevolking jaarlijks zo’n 10 ton. En het beperken van die broeikasgassen is slechts een van de doelstellingen die klimaatverandering tegen moeten gaan.

Het antwoord op de vraag wie het dan wel goed doet, is al even zo teleurstellend. Het predikaat ‘erg goed’ verdient namelijk niemand. Uit de ranking van het rapport The Climate Change Performance Index 2015 blijkt dat er wereldwijd geen land te vinden is dat genoeg doet om klimaatverandering tegen te gaan.

Welke landen zijn dan op z’n minst het hardst op weg om wel iets aan klimaatverandering te doen?

Denemarken
Denemarken is het land dat het dichtst bij de doelstellingen komt om klimaatverandering te voorkomen. Een van de belangrijkste successen die daaraan bijdraagt is het feit dat het land al jaren achtereen grote stappen zet met het beperken van de uitstoot broeikasgassen. Al sinds 1997 laat de uitstoot in Denemarken een dalende trend zien. Een enkele lichte piek daargelaten blijft het land onder de uitstootniveau van de jaren negentig.
Daarnaast heeft Denemarken ervoor gekozen dat minstens de helft van de energievoorziening in 2020 moet komen van windenergie. Op termijn moet zelfs 70 procent van alle energie in het land afkomstig zijn uit hernieuwbare bronnen. Windenergie en energie uit biomassa zijn hierbij leidend. Daarnaast wordt het land geprezen vanwege de inspanning om naast de productie van duurzame energie, ook te werken aan energiebesparing. U weet wel, lichten uit.

Duitsland
Duitsland hoort ook bij de koplopers. Internationaal gezien is het land misschien wel het meest sprekende voorbeeld dankzij het fenomeen de Energiewende, waarbij de overheid besloot om na de kernramp in Fukushima op termijn helemaal te stoppen met energie uit kerncentrales en per direct over te stappen op hernieuwbare bronnen. Daarbij investeerde de Duitse overheid door middel van subsidies in initiatieven als windmolenparken, het plaatsen van zonnepanelen en de productie van biogas. In het land is inmiddels 25 procent van de energie afkomstig uit hernieuwbare bronnen. Ter vergelijking met Denemarken en Duitsland: in Nederland was in 2014 het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen slechts 5,6 procent. Kers op de taart is het recente besluit om acht bruinkoolcentrales te sluiten.

Groot-Brittanië
In 2016 ontvouwen de Britten de volledige plannen om de kolencentrales te sluiten, maar deze week maakte de Britse staatssecretaris van Energie en Klimaatverandering Rudd al bekend dat de centrales in ieder geval in 2025 gesloten zullen worden.
Acht centrales zetten echter in het Verenigd Koninkrijk maar beperkt zoden aan de dijk. Bovendien wordt de energieproductie vervangen door andere, minder duurzame initiatieven als kerncentrales. Ook zijn de doelstellingen van het land, om in 2020 vijftien procent van de energie te halen uit hernieuwbare bronnen, een stuk lager dan in Duitsland of Denemarken.
En daarmee zien we al dat wanneer we buiten de top-3 komen, de kracht van de initiatieven al afzwakken. Waarom het land het dan toch aardig doet in de ranglijstjes? Dat komt mede doordat het in staat is de uitstoot in het land jaar in jaar uit te beperken.

Portugal
Hekkensluiter van het lijstje is Portugal. Hoewel hekkensluiter misschien niet helemaal de juiste term is. Want op het gebied van hernieuwbare energie kan het in Portugal niet stuk. Sinds de crisis grijpt het land veel kansen aan om te verduurzamen. Het land maakt gebruikt van hydro-energie, windenergie, zonne-energie, biomassa; u kunt het zo gek niet bedenken. Maar de politieke onzekerheid in het land ligt op de loer en doet de onderzoekers twijfelen of Portugal vasthoudt aan zijn duurzame prestaties.

Ook al zijn over klimaatverandering anno 2015 nog veel discussies, duidelijk is wel dat Nederland nog veel stappen te zetten heeft voor het in de buurt komt van zijn Europese klasgenoten.