Na 23 jaar dreigt Bosnië-Herzegovina uiteen te vallen

Jarenlang stond Bosnië-Herzegovina te boek als een staat die op ‘voorbeeldige wijze’ werkte aan vredesopbouw. Nu, twintig jaar na het vredesakkoord dat een einde maakte aan de oorlog in voormalig Joegoslavië, dreigt het land echter in de verkeerde richting af te glijden, zo waarschuwt de VN Veiligheidsraad. De oorzaak van de zorgen van de VN is het door de Republika Srpska aangekondigde referendum over onafhankelijkheid in 2018. Er wordt al voorzichtig gesproken over een nieuwe Balkanoorlog.

Bosnië-Herzegovina ontstond in 1992 en bestaat sinds de Akkoorden van Dayton uit 1995 uit twee autonome entiteiten: de Federatie van Bosnië-Herzegovina en de Republika Srpska. In de Republika Srpska leven overwegend Servisch-orthodoxe Bosnische Serviërs, terwijl de Federatie wordt gevormd door de rooms-katholieke Bosnische Kroaten en de Bosniakken met een islamitisch achtergrond.

Ten tijde van het uiteenvallen van Joegoslavië kwam het land enkel negatief in het nieuws. De wereld keek naar een interetnisch strijdtoneel waar zich massamoorden en andere oorlogsmisdaden afspeelden. Na het einde van de burgeroorlog verdween Bosnië-Herzegovina uit het nieuws.

Multi-etnisch
“In de eerste tien jaar na de oorlog toonde het land zich een ‘lichtend voorbeeld’ op het gebied van vredesopbouw en herintegratie”, zegt Valentin Inzko, de hoge vertegenwoordiger voor Bosnië-Herzegovina van de Verenigde Naties. Er was bewegingsvrijheid, een rechtelijke macht, een miljoen vluchtelingen keerden terug naar huis, de economie stabiliseerde en drie legers die elkaar bestreden hadden, werden onder één ministerie van Defensie samengebracht.

In de tien jaar die volgden ging het de slechte kant op. De opbouw van een gemeenschappelijke multi-etnische staat ging met horten en stoten, de verschillende bevolkingsgroepen in het land waren gefrustreerd. Met name de Servische Bosniërs koesteren het ideaal van een eigen staat of aansluiting bij buurland Servië.

Gezamenlijk
Nu dreigt een door de Republika Srpska aangekondigd referendum over onafhankelijkheid in 2018 het Balkanland uiteen te splijten, met alle mogelijke gevolgen van dien. De reden voor het referendum ligt ironisch genoeg in de manier waarop de drie grootste etnische gemeenschappen hun ‘gezamenlijke’ staat zelf vorm hebben gegeven. De Serviërs, Kroaten en Bosniaks hebben namelijk voor alles een eigen instantie in het leven hebben geroepen en hun maatschappij langs etnische lijnen georganiseerd. Zo heeft Bosnië naast een nationaal parlement ook nog een eigen regering voor elk van de twee autonome entiteiten, met bijbehorend ambtelijk apparaat.

En daar bleef het niet bij. De bevolkingsgroepen zetten eveneens postdiensten, scholen, universiteiten, elektriciteitscentrales en televisienetwerken op, waarvan er minimaal één de eigen achterban kan bedienen. Zelfs de politie werd op etnische basis ingevuld.

Bosnië-Herzegovina telt ‘slechts’ 3,8 miljoen inwoners en de administratieve lasten van de bureaucratische moloch wegen enorm. Een argument voor de Bosnisch-Servische leider Milorad Dodik om een onafhankelijkheidsreferendum uit te schrijven. Volgens Inzko zijn de problemen waar Bosnië-Herzegovina mee kampt diepgeworteld. “Ze reflecteren een ingewikkelde bureaucratie, de zwakke punten in de economie, en ook de gevestigde belangen die politieke leiders en staatsbedrijven hebben in het in stand houden van deze situatie”, aldus Inzko.

Ineenstorting
Het voortbestaan van Bosnië-Herzegovina hangt al langer aan een zijden draadje. Dit bleek nog in 2008, toen in juli van dat jaar Radovan Karadžić werd opgepakt. De voormalige Bosnisch-Servische oorlogsleider mag dan in de ogen van het Westen – en in de moslim-Kroatische federatie – als een oorlogsmisdadiger worden gezien, in de Republika Srpska is hij een held. Zijn arrestatie zette de etnische verhoudingen op scherp en gaf de reeds in gang gezette afscheidingsbeweging onder de Bosnische Serviërs extra motivatie om het Dayton-akkoord nietig te verklaren. De Britse diplomaat en politicus Paddy Ashdown, voormalig Hoge Vertegenwoordiger van de internationale gemeenschap in Bosnië-Herzegovina, gaf ten tijde van deze gebeurtenis in The Observer aan dat Bosnië en Herzegovina op het punt van ineenstorting stond.

Cohesie
Met de aankondiging van Dodik dat hij een referendum over de onafhankelijkheid van de Republika Srpska gaat houden, lijkt die situatie zich te herhalen. Gevreesd wordt dat na de Bosnische Serviërs ook de Bosnische Kroaten meer autonomie willen. Een Bosnische republiek, die louter bestaat Bosniaks, zal echter niet levensvatbaar zijn en dat maakt het hoogst onwaarschijnlijk dat de regering in Sarajevo akkoord zal gaan met de afscheiding van de Republika Srpska – die zich op basis van de gemeenschappelijke geschiedenis en cultuur heel dicht tegen Servië aan zal begeven.

Valentin Inzko stelt dat ‘een dergelijk referendum de cohesie ondermijnt, net als de soevereiniteit en territoriale integriteit van Bosnië-Herzegovina.’ “Het dreigt ook de pogingen te ondermijnen om de sociaaleconomische situatie van alle burgers in heel Bosnië-Herzegovina te verbeteren, en verdere integratie in de EU te blokkeren”, zo zegt Inzko.

Anderen, zoals het tijdschrift Foreign Policy hebben het zelfs al over de mogelijkheid van een nieuwe Balkanoorlog. Inderdaad is het vraag hoe Sarajevo een mogelijke Servische afsplitsing zal trachten te verhinderen en of Belgrado zich vervolgens niet geroepen zal voelen om de Servische broeders te hulp te schieten, zoals het dat eerder in de jaren negentig ook al deed.

Wat er dan kan gebeuren op het kruitvat dat Balkan heet, heeft de wereld al mee kunnen maken. Zo stellig wil Inzko zich echter niet uitdrukken, al hoopt ook hij dat de autoriteiten in de Republika Srpska het referendum afblazen. Inzko kiest voor meer bedekte termen: “Een referendum is een schending van het vredesverdrag van Dayton en een grote stap richting de afgrond.”