Op zoek naar de verdwenen liefde voor Oranje

Ik val maar gelijk met de deur in huis: ik ben best wel fan van Oranje. Niet van de kleur op zich, maar van het Nederlandse voetbalteam. Ik reisde ze met de auto achterna naar het EK in Oekraïne, ik zat in het stadion bij elke thuiswedstrijd in aanloop naar het WK in Brazilië en ook afgelopen jaar heb ik alle wedstrijden vanuit het sfeervak gezien. Of moet ik zeggen: heb ik moeten aanzien? Want het was lang niet altijd een pretje, het spel van ‘onze jongens’. Mijn liefde voor Oranje is daardoor wat bekoeld. Dus heb ik besloten mijn aandacht eens te verleggen naar de Oranje vrouwen, die zondag een oefenwedstrijd spelen tegen Japan. Wat kan ik daarvan verwachten?

Vrouwelijke sporters horen thuis op de paralympische spelen, schreef Thomas van Luyn een tijdje geleden in zijn column in de Volkskrant. Dat gaat wel wat ver, maar het punt dat hij wilde aanstippen, snap ik wel: vrouwen zijn over het algemeen minder goed in een sport dan mannen. Ik maakte het vorig week zelf nog mee. Als tweede vrouw kwam ik over de finish bij een kleine hardloopwedstrijd, maar door een foutje in de administratie werd ik in de einduitslag roemloos achttiende, als man. Dat ga je natuurlijk niet trots aan je vrienden vertellen.

Allemaal lesbisch
Het niveauverschil tussen mannen en vrouwen is ook in het voetbal te zien. Tijdens het WK vrouwen eerder dit jaar in Canada was er regelmatig geklaag te horen over het niveau. Als reactie daarop namen de Noorse voetbalsters in een hilarische mini-docu alle vooroordelen over vrouwenvoetbal op de hak. Ja, zeiden ze, we kunnen er inderdaad niks van, we snappen niets van buitenspel en zijn allemaal lesbisch.

In slaap gevallen
Gelukkig veranderen de tijden wat. Zo was afgelopen jaar een doelpunt van een vrouw voor het eerst een van de laatste drie genomineerden voor de Puskás Award, de prijs voor de mooiste goal van het seizoen. Ondertussen doen de Oranje mannen aardig hun best om het niveauverschil weg te poetsen en de Nederlandse voetbalsters presteerden redelijk op het WK. Ze vlogen er in de achtste finales uit tegen regerend wereldkampioen Japan. Geen schande. Ik moet wel bekennen dat ik voor de televisie in slaap ben gevallen tijdens de wedstrijd. Maar dat kan heel goed aan het tijdstip gelegen hebben, zo rond drie uur in de nacht.

Sfeer
Zondag zit ik bij de oefenwedstrijd tegen Japan op de tribune, in het stadion van FC Volendam. Daar kan het alleen maar gezelliger zijn dan in de Arena tijdens de laatste wedstrijden van het Nederlands elftal. Supportersvereniging OnsOranje vroeg mij afgelopen week in een enquête nog hoe ik de sfeer in het sfeervak had ervaren tijdens de verloren thuiswedstrijden tegen IJsland en Tsjechië. OnsOranje had zelf niks aan te merken op de sfeer. In mijn herinnering was de sfeer slechter dan op een gemiddelde begrafenis.

Eigen doelpunt Van Persie tegen Tsjechië:

De voetbalsters zelf zullen het ook niet zo snel slechter doen dan de selectie van Danny Blind. Als ze alleen al een beetje gemotiveerd op het veld staan, wat enthousiasme uitstralen en eigen doelpunten of andere grote blunders achterwege laten, ben ik tevreden. Dat is toch niet zoveel gevraagd? En misschien komt dan, beetje bij beetje, mijn liefde voor Oranje weer terug.