Onduidelijkheid over daders van aanslag in Mali. Dit is wat we wél weten

Er is nog niet veel bekend over de daders van de aanval op het Radisson Blu hotel in de Malinese hoofdstad Bamako, eerder deze maand. Wat we wel weten: de aanslag – waarbij een aantal gewapende mannen om zich heen schoten in het hotel en tevens enkele gasten en personeelsleden gijzelden – is door verschillende groeperingen opgeëist. Hoewel de gijzeling nog dezelfde dag werd beëindigd, kwamen er toch meer dan dertig mensen om het leven. Wat is de achtergrond van deze terreurdaad? En is er een link met Parijs?

Wie er precies achter de aanval op het hotel in Bamako zit, is nog onbekend. Wel is bekend dat verschillende gewapende groepen uit Mali de gijzeling hebben opgeëist. Daaronder bevindt zich Al Mourabitoun, een afscheuring van Al-Qaida in de islamitische Maghreb (AQIM), dat geld verdient met kidnappings. De groep wordt geleid door Mokhtar Belmokhtar, de man achter de aanval op de Algerijnse gasfabriek in januari van 2013. Belmokhtar is al verschillende keren voor dood verklaart door de VS, maar aannemelijk is dat hij nog steeds leeft.

Ook het bevrijdingsfront van Macina (FLM) uit de centraal Malinese regio rond Mopti heeft de gijzeling opgeëist. FLM heeft al meerdere terreurdaden op het geweten, waaronder de aanslag op een hotel in Sévaré afgelopen augustus en een aanval bij de grens met Burkina Faso. Inwoners van Mopti zijn hard getroffen door de economische crisis en het wegvallen van toerisme in Mali, waardoor het voor FLM een vruchtbare voedingsbodem voor zijn ideologie is en eenvoudig nieuwe strijders kan rekruteren.

Het is onduidelijk of en in welke mate de aanval op het Radisson Blu te linken is aan IS of zelfs de aanslagen op Parijs van 13 november. Bezien vanuit het perspectief van de recente Malinese geschiedenis, is het in ieder geval niet uit te sluiten dat de Westerse bemoeienissen op het Afrikaanse continent er mee te maken hebben gehad. Met de door het Westen bewerkstelligde val van de Libische leider Kadhafi in 2011 keerden vele soldaten terug naar Mali, die eerder in dienst van het Libanische regime hadden gestreden. Die brachten de nodige wapens met zich mee en het was de aanwezigheid van dit wapentuig – dat in de handen kwam van de Toearegs – waardoor in 2012 de strijd om onafhankelijkheid in Noord-Mali weer oplaaide.

De burgeroorlog kwam in 2013 tot een einde door Franse militaire interventie, maar het geweld hield daarmee niet op, mede omdat steeds meer islamitische terreurgroepen zich begonnen in te mengen. Gewapende groeperingen hadden het daarbij vooral voorzien op de Franse troepenmacht die hen in 2013 uit hun bolwerken heeft verdreven en die nog steeds aanwezig is in de regio. Daarbij voeren militanten aanvallen uit over heel Mali, soms in meer of mindere mate beïnvloed door mondiale jihadi-boodschappen, maar vooral ook gevoed door een lokaal ongenoegen over de uitzichtloosheid van de toekomst. Het gebrek aan economisch perspectief maakt dat islamitische terreurgroepen ook elkaar beconcurreren. Niet alleen op politiek of ideologisch vlak, maar ook voor de controle over de winstgevende handel in wapens en drugs.

De Sahel is tot nu toe nog niet uitgegroeid tot een rekruteringsoord van jihadisten die een strijd voor een religieuze staat willen voeren in brandhaarden, zoals Syrië. Ook zijn er voor zover bekend nog geen verbanden tussen de situatie in Mali en de terreur op het Europese continent. Toch wordt de regio steeds meer gezien als een bedreiging voor het Westen. Dat maakt dat de Fransen, net als andere landen, hun militaire aanwezigheid in de regio opvoeren en daarmee de invloedssfeer van lokale gewapende groeperingen – al dan niet islamitische signatuur – inperken.

Dat kan wederom resulteren in aanslagen als vergelding voor de buitenlandse bemoeinissen. Vooral de Fransen zullen daar de gevolgen van voelen, al is het nog niet waarschijnlijk dat de terreur vanuit Mali ook naar Frankrijk wordt geëxporteerd. De EU tracht onderwijl de situatie te deescaleren en Mali weer leefbaar te maken door langetermijninvesteringen in openbare voorzieningen. De aanhoudende terreur en onveiligheid maken de uitvoer daarvan echter moeilijk. De aanwezigheid van VN-vredesmacht MINUSMA, Franse en Amerikaanse speciaaleenheden en Amerikaanse drones ten spijt, lijkt het niet te voorkomen dat er aanslagen blijven plaatsvinden in Mali.