Waarom groene energie in opkomst is in het Midden-Oosten

Op de maandag afgetrapte klimaattop in Parijs treffen meer dan honderd wereldleiders elkaar om afspraken te maken om de uitstoot van schadelijke broeikasgassen te reduceren, en daarmee klimaatverandering voorkomen. Ervaringen van vorige conferenties laten echter zien dat er op de klimaattop vaak weinig tot niets wordt bereikt. Ook nu is er weinig hoop. Zo willen de VS en Canada niet dat de afspraken bindend zijn. Hoe verbluffend is het dan dat juist oliestaat Saoedi-Arabië 109 miljard dollar gaat investeren in hernieuwbare energie? Het zijn echter niet alleen milieuoverwegingen die een rol spelen in de opmerkelijke investeringskeuze van de Saoedi’s. 

Verschillende ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld de massale investeringen in hernieuwbare energiebronnen en het streven naar verbeterde energie-efficiëntie, dwingen Saoedi-Arabië naar alternatieve bronnen van inkomsten te zoeken. Dat klinkt vreemd voor een land met een overvloed aan grondstoffen, maar indicatoren voorspellen dat landen die financieel voor een groot deel afhankelijk zijn van de verkoop van olie in de problemen gaan raken. De olieprijs staat namelijk zwaar onder druk. Een groot probleem voor Saoedi-Arabië, waar vrijwel al het geld dat binnenkomt uit oliedollars bestaat.

Ongeacht hoe groot de reserves van het land ook zijn, de huidige olieprijs laat ze verdampen als sneeuw voor de zon. Het IMF berekende al dat Saoedi-Arabië over 2015 een begrotingstekort van meer dan 20 procent van het bruto binnenlands product te wachten staat.

Huishoudkas
Tegen die achtergrond is het niet verbazingwekkend dat de oliestaat van plan is om 109 miljard dollar te investeren in hernieuwbare energie. De kosten van hernieuwbare energietechnologieën zijn de laatste jaren flink gedaald, terwijl het marktaandeel blijft toenemen. Wind- en zonne-energie lieten over 2014 een groei van respectievelijk 10 en bijna 40 procent zien. Die groei wordt ook gestimuleerd door het steeds meer groeiende geloof in klimaatverstoring en de sense of urgency om minder of zelfs helemaal geen gebruik meer van aardolie te maken.

Voor Saoedi-Arabië zijn het dus niet zo zeer milieuoverwegingen die een rechtstreekse rol spelen in de investeringen in groene energie. Ze willen de huishoudkas gevuld te houden, zeker nu ook steeds meer stemmen in de wereld opgaan om minder afhankelijk te worden van landen als Rusland en Saoedi-Arabië. De roep om niet meer te investeren in fossiele energiebronnen wordt steeds luider en politieke factoren pleiten voor de uitbreiding van alternatieve energie.

Saoedi-Arabië is overigens niet het enige land dat voor hernieuwbare energie en energiebesparing gaat. Ook elders in het Midden-Oosten en Noord-Afrika wordt dit voorbeeld gevolgd. Landen als Marokko, Jordanië, de Verenigde Arabische Emiraten en Egypte worden niet zo zeer gedreven door het klimaat, als wel door hun behoefte iets te doen aan de stijgende energieconsumptie en onhoudbaar hoge subsidies voor fossiele energie.

Hybride
Landen als Iran, Irak en Saoedi-Arabië spenderen een aanzienlijk deel van hun bbp aan de ontwikkeling van duurzame energie: tussen de vijf en elf procent. Daardoor is onder meer de productie van elektrische auto’s volop in de belangstelling komen te staan. In Iran slaan bedrijfsleven en onderwijsinstellingen de handen ineen voor de ontwikkeling van hybride en elektrische auto’s. Dubai heeft dit jaar al het eerste laadstation voor elektrische auto’s geplaatst en Jordanië wil voor 2017 tien laadstations realiseren in hoofdstad Amman. De benodigde elektriciteit moet worden opgewekt met zonnepanelen.

Voor Jordanië is meer actie nodig. Het land haalt bijna al zijn energie uit het buitenland en hoopt onder meer met investeringen in duurzame energie die energie-afhankelijkheid te verminderen: het streven is om tegen 2020 tien procent hernieuwbare energie op te wekken, onder meer door een derde van de huishoudens te voorzien van een zonneboiler. Egypte heeft nog iets grotere ambities en wil in 2022 voor twintig procent hernieuwbare energie opwekken. Hiertoe opende het Noord-Afrikaanse land in 2011 een zonne-energiecentrale. In 2013 volgden de Verenigde Arabische Emiraten het Egyptische voorbeeld met de Shams 1-zonnecentrale.

Het is natuurlijk niet zeker of alle doelstelling bereikt zullen worden, maar al met al gebeurt er rondom energietransitie het een en ander in het Midden-Oosten. Opvallend is wel dat veel energieprojecten in het Midden-Oosten qua opzet zodaing zijn dat de gewone burger er niet direct van profiteert. Overheden hebben een voorkeur voor grootschalige zonne-energieprojecten, die in financieel en technisch opzicht uitdagend zijn, zoals de 600 miljoen dollar kostende zonnecentrale Shams 1 in Abu Dhabi. Bij dermate grootschalige projecten heeft de overheid niet alleen de regie, ze behoudt ook de controle over de inkomsten van de energieproductie, die ze naar eigen inzicht weer kan besteden.

Effect op de samenleving
Anders zou het zijn bij investeringen in kleinschalige energiebronnen, zoals zonnepanelen op gebouwen, waarvan de energieopbrengsten rechtstreeks in de zakken van de burgers terecht kan komen. Dat zou evenwel de afhankelijkheid van de overheid in het Midden-Oosten verminderen. Zo gezien gaat het in het Midden-Oosten om veel meer dan alleen groene energie. De keuze tussen uiteenlopende investeringsprojecten kan een significant effect op de samenleving hebben, in die zin dat het een deur voor democratische bewegingen in het Midden-Oosten open kan zetten. De Arabische regimes lijken dat echter niet te beogen.