Wanneer starten we eens een inhoudelijke discussie over militaire acties tegen IS?

“Roy (de Franse islamkenner Olivier Roy, red.) eindigt met de opmerking dat IS de grootste vijand van zichzelf is. Daarin heeft hij gelijk”, schreef Arnon Grunberg op 17 november in zijn voetnoot in de Volkskrant. Met vervolgens de conclusie: “Terreur is geen existentiële bedreiging voor het Westen. Het zijn hysterische politici en burgers die een bedreiging zijn voor het Westen en het liberalisme.” Een stroman. Niemand beweert dat terreur een einde aan onze democratieën of het liberalisme kan maken. En waar zijn die hysterische politici?

Met zijn selectieve lezing suggereert Grunberg dat Roy gelooft dat IS binnen afzienbare tijd vanzelf wel zal imploderen, als we maar rustig blijven afwachten. Het stuk moet echter anders worden gelezen. ‘Grootste vijand van zichzelf’ betekent hier dat IS kan blijven voortbestaan, omdat geen enkele partij bereid is dat bestaan met militair ingrijpen te beëindigen. Niet voor niets schrijft Roy ook dat oorlog niet wordt gewonnen zonder infanterie. IS overleeft bij de gratie van apeasementpolitiek, gevoed door complexe strategische belangen van de lokale strijdende partijen en een anti-oorlogssentiment in het Westen, dat op zijn beurt een direct gevolg is van onze ervaringen in Irak en Afghanistan.

De oproep ‘te leren van fouten uit het verleden’ leidt automatisch tot de vraag wát er geleerd moet worden van wélke fouten. Stoten we ons aan dezelfde steen wanneer we net als in 2003 besluiten soldaten naar het Kalifaat te sturen? Of is de fout wellicht dat we door het trauma van een vorige expeditie niet meer durven ingrijpen, juist nu het absoluut noodzakelijk is?

De realiteit is er een van concrete aanwijzingen voor aanslagen in Europa (Hannover, Brussel) en late oudheid-gruwelen in het ‘Kalifaat’. Beiden zijn reden voor ingrijpen: de een strategisch, de ander moreel. IS creëert overal ter wereld ‘slapende cellen’, zo vertelt oud-ronselaar Abu Khaled. En in het Kalifaat worden dagelijks mensen gevangen gezet, mishandeld of zelfs geëxecuteerd vanwege overtredingen van het niveau roken, scheren en te laat komen voor het vijfmaal daagse gebed, zo melden inwoners van Raqqa. De dreiging van IS wordt onderkend door Graeme Wood in What Isis really wants, zijn veelgeprezen The Atlantic-artikel: “The Islamic State is committed to purifying the world by killing vast numbers of people”.

Intellectuele bed-in
Ondertussen bestaat het debat uit een collectieve intellectuele 
bed-in. Nu eens een gemakzuchtige, gratuite roep tot ‘stoïcisme’ of ‘openheid’, dan weer haarkloverij over terminologie. Zijn we in oorlog of niet? Zo framet De Volkskrant de discussie, terwijl Willem Schinkel onderstreept dat onze mensen, maar niet onze waarden zijn aangevallen.  

Gemekker over randzaken, dat afleidt van de werkelijke kwestie. Welke militaire actie is noodzakelijk? Grondtroepen of niet? Luchtaanvallen (intensiveren) of niet? En dan zien we dat tegenargumenten vaak niet zo zeer getuigen van beheersing en gezond verstand als wel van gebrekkige kennis en dito logica.

Zo presteert Schinkel het de aanslagen voor te stellen als een direct gevolg van onze bombardementen. De ideologie (kijkt u nog even naar het citaat van Wood) speelt blijkbaar geen rol van betekenis? Was de slachtpartij op de Yezidi’s dan soms een vergelding voor ons ingrijpen?

Een gebied zo groot als België is verworden tot een jihadistisch trainingskamp. Het argument dat militair ingrijpen tot groeiende haat tegen het Westen en zo tot nieuwe aanslagen leiden, gaat voorbij aan het feit dat die haat momenteel al zijn eigen staat heeft. Het risico op burgerslachtoffers lijkt ook al geen valide tegenargument. De BBC sprak bijvoorbeeld met ‘Ayman’, een activist van Raqqa is being slaughtered: volgens hem zouden de coalitie-aanvallen geen burgerslachtoffers opleveren, maar zijn deze wel ‘zeer ineffectief’ en ‘moet er meer worden gedaan’.

Bitter weinig verstand
Tegen deze achtergrond schrijft filosofe Joke Hermsen doodleuk een pedant briefje aan onze Koning, die geen macht heeft. In de brief , gepubliceerd door De Groene Amsterdammer, wordt het pleidooi van David van Reybrouck nog eens dunnetjes overgedaan.

Of nou ja, dunnetjes. De vraag is wat we wél kunnen doen weet in 1858 woorden exact nul nieuwe inzichten te presenteren én een aantal reeds ontkrachte dogma’s te herhalen. Zo meent Hermsen dat je met terrorisme geen oorlog kunt voeren: ‘Het is Stratego zonder bord’.

Laat het eerder genoemde stuk van Wood nu exact het tegendeel aantonen. Anders dan Al-Qaeda is de Islamitische Staat ideologisch gebonden aan een (niet vastomlijnd) grondgebied, het Kalifaat. Zonder (expansie van) dit gebied geen heilige oorlog, geen nieuwe rekruten, geen aanslagen. Als het Kalifaat verdwijnt (of door zware verliezen en/of verlies van grondgebied zijn glans verliest), verliezen potentiële jihadi’s een narratief om zich door te laten inspireren.  

Terug naar Hermsen. Het wél uit de titel krijgt, uiteraard, de vorm van een oproep de ‘achterliggende oorzaken’ aan te pakken. Ze presteert het niet alleen Zwarte Piet, maar zelfs Prinsjesdag aan IS te koppelen: ‘Schildert u om te beginnen dat slavenpaneel op die gouden koets nu eens over’. Want ‘je moet ergens beginnen’.  

Graag wend ik mij voor een moment rechtstreeks tot mevrouw Hermsen, in een beduidend beknoptere open brief. Geachte mevrouw Hermsen, beste Joke. U bent inderdaad, zoals u zelf al schrijft, een eenvoudige onderdaan, met bitter weinig verstand van militaire zaken. Gelukkig verwacht niemand een Von Clausewitz-waardige analyse van u. Maar voegt u zich toch alstublieft bij ons, in de echte wereld, waar jihadi’s met Surinaamse of Antilliaanse roots een betrekkelijke zeldzaamheid zijn.  

Inhoud
Wellicht is het moment aangebroken het discours van gratuit, gemakzuchtig pacifisme, terminologische haarkloverij en paneelschilderingen te verlaten, en haar in te ruilen voor een inhoudelijke discussie over militaire inzet? Welk tegenargument blijft er nog over? De antagonist in al die opiniestukken, de ‘hysterische’ politicus die, gedreven door potentieel electoraal gewin, staat te trappelen om duizenden soldaten zonder duidelijk plan richting Raqqa te sturen, die bestáát helemaal niet. Dat is een door Van Reybrouck en co verzonnen stroman.

Kunnen wij meer doen dan een slavenpaneel overschilderen? Nou en of! Vanaf het moment dat IS zijn eerste stapjes zette waren zo’n beetje alle militaire experts, inclusief generaal Petraeus, het eens: IS is te verslaan. De Amerikaanse denker Leon Wieseltier zei het onlangs nog in deze krant: IS en Assad ondervinden simpelweg te weinig weerstand. IS heeft de beschikking over een slordige 40.000 gemotiveerde, maar ook weinig vaardige en verwende Westerlingen. ‘Kanonnenvlees’, zoals oud-ronselaar Abu Khaled hen noemt.

Gelukkig hoeven die jihadi’s er niet allemaal aan. De fantasie (van een wereldwijd Kalifaat) hoeft slechts te worden geconfronteerd met de realiteit (van onze militaire overmacht) om de jonge idealisten een illusie te ontnemen. En dat geldt ook voor de fantasie  jihadisme te bestrijden met een likje verf.