Symboolpolitiek met kiloknallers

Supermarkten moeten stoppen met de verkoop van vlees voor stuntprijzen, beter bekend als de kiloknallers. Het kabinet moet daartoe dwingende maatregelen treffen, vindt coalitiepartij PvdA.

Door het stunten worden boeren “gedwongen om hun dieren op te fokken tegen de laagste kosten. Daardoor is er geen geld voor wat extra bewegingsvrijheid in de stal en worden dieren met antibiotica op de been gehouden. Antibiotica die wij uiteindelijk ook binnen krijgen. Dat kan zo niet langer”, aldus PvdA’er Sjoera Dikkers.

Ik lees dat ondanks eerdere oproepen en gesprekken met supermarkten ze ‘gewoon doorgaan met het zo goedkoop mogelijk inkopen van vlees en dat is onverantwoord’, aldus de PvdA.

Er is veel tegen kiloknallers te zeggen. Heel veel zelfs.

Maar het supermarkten kwalijk nemen dat zij producten zo goedkoop mogelijk inkopen is absurd. Boeren verwijten dat zij (binnen de wet) hun vlees zo goedkoop mogelijk produceren evenzo.

Als beesten vol antibiotica worden gespoten, en dat slecht is voor ons om binnen te krijgen, dan moet je volgespoten vlees verbieden. Als je wil dat de beesten meer bewegingsvrijheid krijgen, dan verbied je net als bij kippen het equivalent van de legbatterij.

Regels omtrent voedselveiligheid en ‘diervriendelijkheid’ van productie (waar ook geïmporteerd vlees aan moet voldoen) zijn de middelen die de politiek moet inzetten om iets aan de kiloknaller te doen. Aan symboolpolitiek, goedkoop scoren met kiloknallers, hebben we niks.