Waarom voorspelbare muziek niet goed is, maar ‘Imagine’ van John Lennon wel

De Wereld Draait Door had een tijdje geleden een item dat Guilty Pleasures heette. Getroebleerde muzikanten zongen in slow motion de eurohousehits waarop ze voor het eerst dronken waren geworden in de veronderstelling dat het ineens prachtige muziek werd als je er maar moeilijk genoeg bij keek.

Onzin natuurlijk. Dat vond tafeldame Gerdi Verbeet ook. Volgens haar bestond er niet zoiets als goede en slechte muziek. Het gaat erom of je muziek leuk vindt of niet. Daar gaat het inderdaad om, maar dat wil niet zeggen dat er geen verschil is tussen goede en slechte muziek. Dat verschil is alleen heel moeilijk te bepalen. Het heeft met ontzettend veel factoren te maken.

Voorspelbaarheid
Een van die factoren is voorspelbaarheid. Voorspelbare muziek is over het algemeen slecht en onvoorspelbare muziek goed. Als een keeper van te voren weet in welke hoek een voetballer de bal gaat schieten, dan is de kans groot dat hij hem tegenhoudt. Hij gaat gewoon op de plek staan waar de bal komt en klaar ben je.

Het staat iedereen uiteraard vrij om van voorspelbare muziek te genieten, maar dat maakt het nog geen goede muziek. Om een uitgemolken vergelijking te maken: hele volksstammen leven op een dieet van Big Macs en Pepsi. Toch durf ik uit te sluiten dat McDonalds ooit een Michelinster krijgt.

Je moet als muzikant daar mikken waar de keeper de bal niet verwacht. Daar zit natuurlijk wel een voorwaarde aan: je moet in het doel schieten, en niet zomaar lukraak de tribune op. Onvoorspelbaarheid is niet per definitie goed. Wie in het wilde weg op een piano ramt weet zelf niet hoe het gaat klinken; toch levert dat doorgaans geen goede muziek op.

Wiggle
Het is de kunst om precies onvoorspelbaar genoeg te zijn. Wiggle van Jason Derulo en Snoop Dogg lijkt in eerste instantie een vrij gemiddeld R&B-liedje, tot het moment waarop Derulo zingt: ‘You know what to do with that big fat butt’. Er volgt een korte stilte, waarna een schorre stem ‘Wiggle, wiggle, wiggle’ antwoordt. Dan een fluitje en een eenvoudige basloopje, om weer verder te gaan als vrij gemiddeld R&B-liedje – wat het dan dus niet meer is.

Het spijtige is dat Derulo deze geniale zet drie keer herhaalt. Zo wordt de onvoorspelbaarheid voorspelbaar en kan ik Wiggle niet meer als ‘goed’ kwalificeren.

Imagine
De nieuwe nummer 1 in de Top 2000, Imagine van John Lennon, is uiterst voorspelbaar. Het is mierzoet, er is niets poëtisch aan. Vraag een willekeurig kind van zes om een gedicht te schrijven over zijn diepste wens, en hij schrijft de tekst van Imagine. Veel naïever ga je het niet krijgen.

Toch is Imagine een ijzersterk nummer. Lennon heeft de metaforen bewust buiten de deur gehouden. De boodschap was te belangrijk, die moest helder zijn, zonder ruimte voor twijfel of eigen interpretatie. De wetenschap dat Lennon niet bang was om muzikale grenzen te verleggen, dat hij in feite de hedendaagse popmuziek gedefinieerd heeft, draagt daar sterk aan bij.

De keeper weet precies in welke hoek de bal komt. Lennon schiet echter zo hard dat de bal met doelman en al in de netten vliegt. Het is moeilijk je een spectaculairder doelpunt voor te stellen.