De dichtkunsten van Kobe Bryant, Louis van Gaal en andere sporthelden

Kobe Bryant kondigde deze week zijn afscheid van het basketbal aan in een gedicht. Een van de grootste Amerikaanse sporters van de laatste decennia gunde zijn fans een – voor een atleet uitzonderlijk – kijkje in zijn ziel.

Sporters en dichten, die twee verenig je niet snel met elkaar. Er werden en worden desalniettemin legio gedichten óver sporters geschreven. Wij denken al snel aan de kleine, maar mooie ode van Toon Hermans aan Johan Cruijff:

En Vincent zag het koren
En Einstein het getal
En Zappelin de Zappelin
En Johan zag de bal.

Mannen als Henk Spaan en Huisdichter Cornelis schrijven boeken vol met sportpoëzie. Jules Deelder verklaart met enige regelmaat Sparta de liefde in een gedicht. Nagenoeg alle edities van Hard Gras – naar eigen zeggen ‘een voetbaltijdschrift voor lezers’ – en De Muur – ‘literair tijdschrift over wielrennen’ – bevatten een of meerdere gedichten.

Sport leent zich dus terdege voor (mooie) poëzie. In het weekend dat Mick de capaciteit van zijn online rijmwoordenboek heeft vergroot met zes cloud servers om het bezoek van alle Nederlandse last-minute dichters aan te kunnen, gingen wij daarom op zoek naar Nederlandse sporters met poëtische gaven.

Wie dat onderwerp aansnijdt kan onmogelijk om Louis van Gaal heen. Het is algemeen bekend: bij zijn terugkeer bij Ajax als technisch directeur in 2003 droeg de huidige trainer van Manchester United een gedicht, of eigenlijk een rijm, voor. Het begin – of eigenlijk het hele gedicht – is legendarisch:

Hier, bij Ajax, ligt mijn hart
Een club, fascinerend, altijd apart
Door velen genoemd naar godenzonen
Voor mij de bakermat van voetbaliconen

Taalvirtuoos Van Gaal koos heel duidelijk voor het bekende sinterklaasgedicht rijmschema AABB en houdt dat heel bewust vol. Zoals Nico Dijkshoorn het in het nooit genoeg geprezen boek O, Louis van Hugo Borst zei: “Het is geschreven vanuit het idee: zó schrijf je een gedicht. De grote Louis van Gaal die altijd controle heeft over alles, denkt dat een gedicht moet rijmen, anders is het geen gedicht.”

Dan deed Bryant het een stuk beter. Maar ook Peter Winnen ontstijgt de rijmelarij die Van Gaal en eerder ook Wim Jonk ons voorschotelden. Winnen (zijn naam alleen al is poëtisch, maar dat terzijde) won als wielrenner meerdere etappes in de Tour de France – waaronder twee maal op Alpe d’Heuz – en werd in 1990 Nederlands kampioen op weg. Na zijn loopbaan stortte hij zich op schrijven en deed dat succesvol.

Winnen schreef het boek Van Santander naar Santander en columns voor onder meer NRC Handelsblad. En de oud-renner begreep dat een gedicht niet altijd hoeft te rijmen.

Toen ik nog een kind was
wilde ik als ik dorst had
alleen maar coca-cola en limonade
terwijl mijn vader mopperde:
er zit genoeg water in de kraan
om één van mijn tantes
moest ik met mijn zussen
altijd wat minachtend lachen:
als zij ons limonade gaf
dan zat er aanmaak in het glas
ongeveer vijftien jaar later
rijd ik op de col du Glandon
kreunend en vloekend en happend
naar adem wil ik het uitschreeuwen:
honderd gulden voor een straaltje water

Het moge duidelijk zijn:
Voor hulp bij uw sinterklaasgedicht kunt u misschien het beste naar Van Gaal gaan.

Voor interessantere gedichten raden wij u Winnen aan.