Martin Luther King, Malcom X, Angela Davis: maar wij hebben Sylvana Simons!

Fa waka me friendo’s! Bij Pauw zag ik Sylvana Simons – met een nogal aandachtrekkend decolleté – tranen met tuiten huilen vanwege Zwarte Piet en ik dacht weemoedig terug aan mijn studietijd.

Naast mij hoofdstudie Semitische Talen (Arabisch, Hebreeuws, Aramees) deed ik allerlei bijvakken die enorm veel punten opleverden terwijl ik enkel een lullig papertje van vier kantjes hoefde vol te kalken. Zo sleepte ik maar liefst 12 (twaalf!) punten weg bij Etnische Studies, dat onderdeel was van een supervaag en hyperpolicor Instituut van de UVA. Dat werd destijds gerund door de fopprofessor Chris Mullard die uiteindelijk met stille trom is vertrokken nadat gebleken was dat de chique Afro-Brit enorm veel subsidiegeld had weggesluisd naar zijn inderdaad nogal poshe garderobe die hij bij elkaar ritselde in de P.C. Hoofstraat.

Mullard was ook het middelpunt van een enorme rel rond het het zwaar omstreden proefschrift van fopwetenschapper Philomena Essed. Mullard, de ‘promotor van kleur’ honoreerde het ‘manifest’ samen met een antiracistische waarheidcommissie met een klinkende cum laude.

Genoeg slap geouwehoer waar desalniettemin Gods zegen op rust. Mijn paper voor Etnische Studies handelde over de zwarte emancipatiebeweging in Amerika. Ik vertoef al mijn hele leven tussen negermensen want die vind ik in de regel veel leuker dan witte mensen.

Toen ik een jaar of acht was moest ik, bleekneusje van de Veluwe, aansterken in de beruchte gezondsheidskolonie Juliana (bijgenaamd Colditz) in Egmond aan Zee. Ik werd daar enorm gepest door geteisem uit de riolen van Amsterdam. Nu wil het geval dat ik uit een goed mileu kwam en dus een enorme snoepvoorraad had in mijn kastje. Met dat snoep ging ik naar een een negerknaap van bijna twee meter die, verdomd als het niet waar is, Jimmie heette. Hij werd mijn bodyguard. Later was hij nog even met Anouk. Op mijn veertiende verruilde ik het veilige ouderlijk huis op de Ginkelse Heide voor de Zeedijk en leerde ik al rap Sranangtongo (dat Gerard Reve – de vrede zij met hem – heel oneerbiedig takkietakkie noemde). A boem, vervolgens werd ik lid van een dansschool en leerde ik de funky chicken van James Brown uit mijn hoofd.

U begrijpt, ik ben een wigger!

Mijn paper voor etnische studies handelde daarom over Booker T. Washington, Elijah Muhammed, William Edward Burghardt (W.E.B. voor intimi) Du Bois, Malcolm X, Louis Farrakhan, James Brown, Public Enemy, Black Panthers, Angela Davis, Martin Luther King en last but not least de grote emancipator Michael Jackson. Enfin, u googlet ze zelf maar.

Na het halen van mijn bul schreef ik honderden stukken over negeremancipatie. Mijn interview met de zwarte acteur Mike Ho Sam Sooi, voor de Groene Amsterdammer, was episch baanbrekend:
MIKE HO SAM SOOI: “Ik heb altijd het idee dat televisiemakers in kleurstellingen denken als ze donkere acteurs nodig hebben voor een serie. Het maakt die programmamakers weinig uit wie het is, als het hoofd maar voldoet aan het beeld dat ze voor ogen hebben. Dan werken ze gewoon het rijtje af van professionele, gekleurde acteurs die in aanmerking komen voor de betreffende rol. In Nederland zijn dat er hooguit vijf: Kenneth Herdigein, Glenn Durford, Ruurd de Maasschalk, Dennis Rudge en ikzelf. Dan heb ik het niet over gekleurde personen die bij tijd en wijle in een soap-serie opduiken. In de serie Vrouwenvleugel, die zich in een gevangenis afspeelt, kwamen plotseling uit alle hoeken en gaten donkere actrices te voorschijn.

“Ik heb geen idee waar ze die vandaan halen, waarschijnlijk via een modellenbureau. Als ze een gekleurde acteur zoeken, kijken ze eerst welke kleurschakering ze nodig hebben. Ze kunnen kiezen uit drie mogelijkheden. Een echte zwarte met kroeshaar, geprononceerde neus en lippen – zeg maar het klassieke westerse beeld van een zwarte – of het bruinige type, dan wel het beige type. Van het eerste type zijn er in Nederland hoogstens twee: Dennis Rudge en Glenn Durford. Het bruinige type ben ik, het beige type is Kenneth Herdigein. Ik ben wel eens door een reclamebureau gevraagd om een zwartje te spelen in een televisiespot voor een chocoladeprodukt. Dat aanbod heb ik meteen geweigerd. In de reclame wordt een donkere huidskleur nog steeds geassocieerd met chocola en tropische produkten. Voor een BMW-reclame zullen ze me niet vragen. De consument zou zich bij het zien van zo’n reclame onmiddellijk afvragen hoe die kleurling aan een BMW komt en denken: dat moet wel een pooier of een dealer zijn. Hoeveel Surinamers rijden er echter niet in een eerlijk verdiende BMW rond?”

U ziet, lieve lezers, hoeveel ik heb betekend voor de negeremancipatie in Nederland. Nog steeds word ik door de babbelshows van Pauw, Tan en Van Nieuwkerk gevraagd om mijn mening te ventileren over Zwarte Piet. Ik weiger en geef ze vervolgens het nummer van Sylvana Simons – de Nederlandse Angela Davis – met de mededeling dat ik sowieso niet huil op de televisie als het over Zwarte Piet gaat. Ik ween enkel op het graf van mama.

Fijne Sinterklaas, brothers and sisters!