De kern van het voetbal

Vorige week zag ik twee mannen bij Humberto Tan zitten. Het waren journalisten van het weekblad Voetbal International, Süleyman Öztürk en Stef de Bont, die samen met cameraman Daniel Schoonenboom alle 92 profclubs van Engeland waren afgegaan. In een maand tijd. Op een dieet van fish and chips en halve liters schuimloos pils. Ze hadden iedere dag verslag van hun belevenissen uitgebracht.
Een van de hoogtepunten van de reis betrof een supporter van Dagenham & Redbridge, die plotseling in huilen uitbarstte.
Albert Verlinde zat ook aan tafel. Waarom, dacht hij, is hier nog geen musical van?

Engeland is natuurlijk het ideale land om zo’n zotte reis te maken. Engeland is het land van voetbalcultuur. Ze hebben er zelfs een speciaal woord voor. Football Culture, noemen ze dat. In Engeland weten ze pas echt wat voetballen is. Niet in de Premier League natuurlijk, dat is een samenraapsel van nuffige miljonairs op roze slofjes, theater van het kitschigste soort, gespeeld in stadions vol glas, met businessclubs waar de kaviaar op gouden lepels wordt rondgedragen door werkloze topmodellen, waar je voor de prijs van een kaartje ook een maand lang iedere dag uit eten kan, waar de verzorgers van het veld bestaan uit een team van tien aan de Universiteit van Grasford afgestudeerde specialisten, waar de spelers leven op een dieet van multivitaminen en boerenkoolshakes, waar oude clubhelden worden opgezet en op een glanzende sokkel worden gespijkerd, in plaats van dat ze voor vijf euro per uur shirtjes mogen verkopen in de fanshop. Waar geen onverstaanbaar Engels wordt gesproken, maar Algemeen Beschaafd Russisch, waar de dug-outs minitribunes zijn, de pisbakken ruiken naar lentebloeiers en waar de enige tackles met hun kopjes uit de designtassen van de spelersvrouwen steken.
De Premier League heeft met voetbal weinig te maken. Het is vakkundig gemaakt theater, het is een product dat aan de werkende man moet worden gebracht.
Musicals voor mensen die niet van musicals houden.
Dat wil trouwens niet zeggen dat er in Engeland niet echt gevoetbald wordt. Wie maar laag genoeg zakt – en dat kun je in Engeland vrij lang volhouden, ze hebben er meer leagues dan getikte leden in het koningshuis – komt op een gegeven moment vanzelf bij de kern.

De kern
Die kern bestaat uit een stadionnetje met een dak van golfplaat, een kantine waar je kunt kiezen tussen bier, worst of bier en worst, een paar honderd tandeloze liefhebbers met een clubsjaal, douchewater dat rechtstreeks uit de verderop stromende rivier wordt gepompt, een veld waar mollen wonen, doelen van hout en doelnetten die door de vrouw van de voorzitter aan elkaar zijn geknoopt. De geuren van de kern zijn ook van belang: urine, frituurvet en vochtige kicksen, en daar dan een mengeling van. De spelersvrouwen zijn zelden aanwezig, zij verkopen bloemen op het station of wenskaarten in de kiosk. Een enkeling staat bij wijze van carrière in badkleding – of zonder – op internet, maar die wordt dan vaak al snel weggekocht door een club uit een hogere divisie. In de kern wordt vanzelfsprekend op echt gras gespeeld – als dat wil groeien tenminste. In de kern worden bij voorkeur geen avondwedstrijden gespeeld, want het stadion heeft weliswaar lichtmasten, maar het kost een godsvermogen om ze ook echt aan te zetten. Bovendien hebben de buren er last van, want een beetje stadion in de kern van de football culture staat midden in een verveloze woonwijk, zo’n wijk waar de kleuren grijs, grijs, en donkergrijs domineren en waar decennia van miezerregen de kleuren van het hout hebben gewassen.
Vaak is er ook nog ergens een hond die in het verleden iets voor de club heeft betekend.

Een geslaagde ingooi
Zondagavond, precies tijdens Studio Sport, werden op de BBC beelden van de FA Cup vertoond. De FA Cup is de fijnste voetbaltraditie ter wereld, omdat de kern en de uitwas elkaar daar ontmoeten. Daar gebeurt het, daar wordt amusement weer voetbal.
Welling United, een club gevestigd op een parkeerplaats, verloor van Carlisle United, dat gelukkig uit speelde, want het eigen stadion was overstroomd. Er vlogen ballen uit beeld, spelers renden de verkeerde kant op, supporters klapten voor een geslaagde ingooi, scheidsrechters slikten fluitjes in, het regende, het woei, er werden doelpunten gemaakt in de allerlaatste seconde van de allerlaatste minuut, er werd getackeld alsof er nooit meer een morgen kwam.
Hier gebeurde het, dit was het.

Het kan onmogelijk lang duren voor de VI-journalisten een reis langs alle non-leagueteams maken. Als ze de kern van de sport maar uit de tengels van vakmensen als Albert Verlinde weten te houden.