Geen Europese CIA, maar er wordt wel degelijk samenwerkt

Sinds de aanslagen in Parijs staat de manier waarop Europese inlichtingendiensten informatie delen ter discussie. Nu vindt die uitwisseling bilateraal plaats, tussen individuele landen. Ondertussen wordt de roep om een gecentraliseerde dienst – wat de CIA is voor de Amerikaanse staten – steeds luider. Maar Europa kent al tal van samenwerkingsverbanden van de geheime diensten. Een overzicht van de belangrijkste inlichtingenagentschappen, en hun methodiek.

De Club van Bern
Discreet en onopvallend, dat is het credo van vrijwel iedere inlichtingendienst. Vrijwel niemand weet dan ook van de begin jaren ’70 opgerichte Club van Bern, een halfjaarlijks informeel treffen van de hoofden van de West-Europese geheime diensten van. Hier komen onderwerpen als ontwikkelingen op het gebied van terrorisme, radicalisering, cryptologie en cyber warfare aan bod. Oorspronkelijk bestond de club uit slechts negen landen, maar met komst en vervolgens uitbreiding van de EU nam ook het aantal deelnemers toe. Naast de Club van Bern – waartoe dus alleen de hoofden van geheime diensten toegang hebben – worden voor de ‘gewone’ medewerkers jaarlijks ook kennismakingsbijeenkomsten en seminars georganiseerd die de contacten tussen inlichtingenofficieren moeten verbeteren. Ook niet-aangesloten diensten zijn daar regelmatig bij welkom.

INTCEN
Eveneens tot de vrijwel onbekende netwerken tussen inlichtingendiensten behoort het EU Intelligence Analysis Centre (INTCEN), een organisatie die sinds 2011 vanuit het hartje van Brussel opereert als formeel Europees inlichtingennetwerk met een kleine 150 medewerkers uit alle EU-landen die op een dagelijkse basis met elkaar samenwerken.

INTCEN is géén operationele geheime dienst, maar het inlichtingendirectoraat van de Militaire Staf van de EU en de Situation Room, dat honderden rapporten per jaar opstelt. De club verricht strategisch inlichtingenwerk, waarbij analyserapporten die de geheime diensten van de EU-landen met elkaar delen worden bekeken op dwarsverbanden. Vervolgens worden op basis van die informatie beleidsmatige visies geformuleerd. Hoewel de medewerkers van INTCEN ook veldwerk verrichten is er geen sprake van clandestiene operaties. Er wordt gewerkt zonder dekmantel.

INTCEN maakt ook gebruik van een satellietcentrum in Spanje, waar satellietbeelden worden geanalyseerd. De focus van de dienst ligt thans op het Midden-Oosten en de Syrische crisis, waarbij INTCEN informatie verzamelt over de verschillende partijen in het conflict en zich ontfermd over de wijze waarop de situatie zich verder zal ontwikkelen, daarbij bijvoorbeeld de vluchtelingensituatie in beschouwing nemend, maar ook analyserend of een brandhaard zich verder uit zal breiden naar nieuwe gebieden.

Militaire Staf
INTCEN werkt nauw samen met zijn militaire evenknie, het inlichtingendirectoraat van de EU-Militaire Staf. Dat richt zich op het signaleren van trends die een bedreiging kunnen zijn voor de EU. Daarnaast monitort de dienst regionale ontwikkelingen die voor de EU van belang zijn. Waar INTCEN zich vooral richt op civiele inlichtingenanalyse, werkt het militaire inlichtingendirectoraat voor de militaire structuren van de EU, waarvoor het inlichtingen- en dreigingsbeoordelingen opstelt en inlichtingenbriefings organiseert. Zowel INTCEN als het militaire inlichtingendirectoraat werken nauw samen met de Situation Room (SITROOM), dat aan open source intelligence doet. SITROOM is verantwoordelijk voor de analyse van allerhande open bronnen zoals de media en sociale netwerken, waardoor het als eerste kennis neemt van ontwikkelingen die vervolgens in allerijl gedeeld worden met de andere diensten.

Counter Terrorism Group
Tenslotte is daar nog de in 2001 in het leven geroepen Counter Terrorism Group (CTG). CTG is een afgeleide van de Club van Bern, die naar aanleiding van de aanslagen op het WTC is opgericht als internationaal samenwerkingsverband in de strijd tegen terrorisme. In het CTG stemmen de hoofden van de geheime diensten en veel seniorambtenaren op kwartaalbasis af omtrent hun antiterroristisch beleid. De Counter Terrorism Group doet niet alleen aan strategische analyse; zij coördineert ook operationele samenwerking. Tot de CTG behoren naast de EU-lidstaten ook Zwitserland en Noorwegen.

Al met al kent Europa dus nog geen equivalent van de Amerikaanse CIA. Het is ook zeer onwaarschijnlijk dat die er op korte termijn komt. Enerzijds omdat de EU-lidstaten niet bereid zijn hun soevereiniteit op het vlak van inlichtingenwerk op te geven, anderzijds omdat het oprichten van een goed functionerende Europese geheime dienst veel tijd kost en de strijd tegen terreur geen uitstel duldt. Een strijd die samenwerking verlangt.