Hoe Libanon lijdt onder grootschalige vluchtelingenopvang

Terwijl Europa krampachtig worstelt met de vluchtelingentoestroom, vangt het kleine Libanon anderhalf miljoen gevluchte Syriërs op. Maar het land heeft zwaar te kampen met de gevolgen van deze vluchtelingenopvang in de regio, mede doordat Europa niet over de brug komt met de beloofde financiële middelen. Voor de Libanezen is de maat dan ook vol en nieuwe vluchtelingen worden slechts mondjesmaat toegelaten. Wie al in Libanon is, leeft onder erbarmelijke omstandigheden. De realiteit van opvang in de regio is grimmig.

Het aantal geregistreerde vluchtelingen bij de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR stond in oktober op ruim een miljoen. Geschat wordt dat het totale cijfer – niet-geregistreerde vluchtelingen inbegrepen – oploopt tot anderhalf of zelfs twee miljoen. Daarmee huisvest Libanon, in verhouding tot zijn nog geen 6 miljoen inwoners de meeste vluchtelingen ter wereld.

Al bleven de grenzen open voor vluchtelingen, Libanon heeft hen altijd als tijdelijke passanten gezien en gesommeerd hun heil elders te zoeken. Zo heeft het land al sinds het begin van de vluchtelingenstroom uit Syrië geweigerd te investeren in tijdelijke opvang. Nu gaat de Libanese regering nog een stap verder. Om de instroom van Syriërs tegen te gaan, werd dit jaar een nieuwe en zeer strenge visaregeling voor Syriërs geïntroduceerd. Sinds mei verbiedt Libanon de UNHCR ook nog nieuwe vluchtelingen op zijn grondgebied te registreren.

Palestijnse kampen
Vreemd is dat niet. De vluchtelingenkwestie in Libanon loopt de spuigaten uit, meldde het Amerikaanse dagblad USA Today vorige maand. Wie geld heeft – de rijkere Syriërs uit Damascus – probeert een onderkomen te vinden in Beiroet. Maar veel vluchtelingen uit Syrië, waaronder ook de nodige Palestijnen, vestigen zich noodgedwongen in de twaalf gehavende en vergeten Palestijnse kampen in Libanon. Daarvan is Shatila het meest erbarmelijk. Op een lapje grond van nog geen halve vierkante kilometer wonen liefst 22.000 bewoners, vooral Libanese Palestijnen (mensen die al in 1948 uit Noord-Palestina vluchtten) en hun nakomelingen.

Al meer dan 65 jaar leven deze mensen met een vluchtelingenstatuut dat hen volledig uitsluit van de Libanese samenleving. Want Libanon is streng voor de Palestijnse vluchtelingen. Ze krijgen geen identiteitskaart, ook niet als ze in Libanon geboren zijn. Ze worden als buitenlandse werknemers behandeld en dienen jaarlijks een werkvergunning aan te vragen. Bovendien wordt hen de toegang tot een aantal beroepen, zoals dokter of advocaat, ontzegd. Veel Palestijnen werken dan ook in de informele sector, als bouwvakker, naaisters of schoonmaaksters.

De komst van Syrische vluchtelingen legt extra druk op de kampen. Er was een enorme bevolkingsexplosie in Shatila, omdat er geen beschikbare ruimte voor het kamp bijkwam. De leefomgeving staat onder enorme druk. De straten zijn er modderig en overdekt met een wirwar aan elektriciteitskabels en in de lucht hangende waterleidingen. Desalniettemin zijn elektriciteit en water schaars. Daglicht en frisse lucht eveneens.

Diensten zoals scholen en ziekenhuizen hebben capaciteitstekort, mensen moeten de toch al schaarse banen delen met de Syrische vluchtelingen, die net als zij een verbod kregen om te werken. En hoewel de Palestijnen geen problemen hebben met de Syriërs, wijten ze de stijgende werkloosheid wel aan hen. De Syriërs krijgen immers geld van UNHCR, werken onder de Palestijnse prijzen en pikken op die manier banen in.

Bovendien wordt vaak vergeten dat Libanon formeel dan wel een middeninkomensland is, maar bijna twintig procent van de bevolking leeft tegen of onder de armoedegrens. Vandaar ook dat Libanon af wil van de instroom van Syrische vluchtelingen. Het beleid van ‘s lands politieke klasse is dan ook gericht tegen integratie van vluchtelingen. Het land aanvaardt bij voorkeur geen andere hulp dan directe staatssteun voor de ontwikkeling van de bestaande infrastructuur. Weliswaar kondigde de regering nog aan Syrische vluchtelingen onderwijs te willen laten volgen, maar verzuimde vervolgens de noodzakelijke investeringen voor capaciteitsuitbreiding te treffen. Er kwamen scholen noch leerkrachten bij.

Ondertussen sluit Fort Europa zijn poorten en spreekt van vluchtelingenopvang in de regio, met de belofte die landen te ondersteunen. In december 2014 kregen humanitaire organisaties bijvoorbeeld voor 2015 1,8 miljard dollar – van de oorspronkelijk gevraagde 2,1 miljard – aan noodhulp toegezegd. Maar in de realiteit worden gelden niet doorgestort en kampen hulporganisaties met almaar krimpende fondsen.

De laatste twee jaar was het VN-Wereldvoedselprogramma bij gebrek aan fondsen genoodzaakt de financiële hulp voor Syrische vluchtelingen terug te brengen tot 13,50 dollar per persoon per maand. In het algemeen kun je stellen dat de nood bij alle hulporganisaties enorm stijgt, zo schreef ook The Guardian in september. Daarmee is adequate vluchtelingenopvang niet mogelijk en daar zijn niet enkel op de vlucht geslagen Syriërs de dupe van; ook de lokale Libanese bevolking zucht onder de effecten van de grote vluchtelingeninflux. Met als gevolg dat ook Libanon zich steeds meer afkeert van de vluchtelingen uit het buurland en de situatie voor de burgers uit het door oorlog verscheurde land alsmaar schrijnender wordt.