De pavlovreactie op het schrappen van banen bij Rabobank

Nieuwsuur begon het item over de 9.000 arbeidsplaatsen die komen te vervallen bij Rabobank met een bankmedewerker die vroeger elke klant bij naam én rekeningnummer kende (u begrijpt, dit gaat over het pre-IBAN-tijdperk). Das war einmal constateerde de voormalig bankbediende die inmiddels op het hoofdkantoor in Utrecht op een flexplek achter een laptopje werkte.

Ik dacht met weemoed terug aan de tijd dat ik, spaarvarken onder de arm, naar ‘het meisje van de SNS Bank’ ging en dan al die muntjes door dat apparaat gescheiden en geteld zag worden. En dan maar hopen dat er net iets meer geld in m’n spaarpot zat dan ik zelf had geteld.

Na eerder al zo’n 10.000 ontslagen gaat het grote schrapcircus bij Rabobank dus verder door. Een kwart van de banen, een van de grootste krimpoperaties ooit. De vraag die Nieuwsuur en de kranten vanmorgen stellen is dan ook ‘wat er mis gaat’ bij de boerenleenbank, die enkele jaren geleden nog zo trots en fier overeind stond in de crisis, zonder aan het staatsinfuus te hoeven.

De werkelijkheid is dat het eigenlijk best goed gaat met Rabo, ondanks de boetes voor manipulatie van de Libor-rente en ermee gepaard gaande slechte publiciteit. Het zal ongetwijfeld minder zwart-wit liggen dan ik het zeg, maar de bank maakte het afgelopen half jaar 1,5 miljard euro winst, 41 procent meer dan een jaar eerder. Dan kun je niet spreken van een reorganisatie om te redden wat er te redden valt. Maar 1,5 miljard winst is ook geen reden om mensen maar aan het werk te houden als het blijkbaar ook met 25 procent minder personeel kan.

Bovendien claimt Rabobank bij zijn roots te blijven. Worden de lokale afdelingen afgeschaft, vroeg Nieuwsuur-presentator Twan Huys aan bestuursvoorzitter Wiebe Draijer? “Nee,” sprak de Rabobaas, “we verdwijnen niet uit de dorpen. Er komen juist extra contactpunten bij.” Alleen pakt de bank het slimmer aan via mobiele filialen, een tafel en een medewerker in winkelcentra en bezoek aan huis.

Zelfs de vakbonden zijn – relatief – positief gestemd. In de Volkskrant zegt een FNV’er dat banenverlies ‘onvermijdelijk’ is . “Het verdienmodel van de banken verandert steeds, doordat steeds meer zaken via internet worden gedaan. Dan heb je allerlei administratief werk niet meer nodig.” Uit de interviews met werknemers in de kranten blijkt dat ook zij de keuzes begrijpen en noodzakelijk achten.

De levensduur van bedrijven neemt de afgelopen jaar snel af. Nieuwe bedrijven komen heel snel op, andere verdwijnen met eenzelfde noodgang. Kodak is een van de fraaiste voorbeelden van een bedrijf dat de digitale fotografieslag miste en in no-time van iets naar niets ging. Bij een recente rondetafelsessie met HR-managers van grote (beursgenoteerde) bedrijven die ik bezocht gaf men in groten getale aan dat de verdienmodellen waarmee hun bedrijven de afgelopen decennia groot werden, over vijftien jaar niet meer bestaan. Sowieso lijkt het erop dat door technologische vooruitgang in de toekomst minder arbeid nodig is om de wereld draaiende te houden – wat het pleidooi voor een basisinkomen des te interessanter maakt.

In de bankensector komen digitale betalingsconcurrenten op: PayPal, Bunq, al jaren wordt gespeculeerd over betalen via Facebook. En wat als Google en Apple zich op de geldmarkt gaan storten? Banken moéten slanker en effectiever worden willen ze de 21e eeuw overleven – of op zijn minst de komende decennia. Wie zich niet aanpast en nieuwe verdienmodellen ontwikkelt haalt het niet. De pavlovreactie op verandering is om nog beter te worden in wat je doet, je vast te klampen aan wat je (op dit moment) winstgevend maakt. Rabobank grijpt hard in terwijl er het afgelopen jaar een uitstekende winst is geboekt.

De pavlovreactie van media op het banenverlies, dat er dus iets mis is bij de bank is, onterecht. Niks doen zou betekenen dat er wat mis is. Waarmee overigens niet is gezegd dat met deze ingreep de toekomst is veiliggesteld.