Special effects redden Publieke Werken niet; een verrassend leuk drama uit IJsland

Tragische mannen domineren deze week de Nederlandse bioscopen: in Publieke Werken vechten twee omhooggevallen neven tegen de bierkaai, in In the Heart of the Sea legt een groep zeelui het genadeloos af tegen de krachten van de natuur en in Rams gaan twee ruziënde broers gezamenlijk ten onder in de strijd tegen de schapenziekte.

Publieke Werken (**)
Het thema van deze grote Nederlandse productie is zo uit de protestants-Hollandse klei getrokken: hoogmoed komt voor de val. Het verhaal van Publieke Werken, gebaseerd op de gelijknamige besteller van Thomas Rosenboom, is inmiddels wel bekend. Bij de bouw van het Victoria Hotel in Amsterdam weigeren twee huiseigenaren hun pand te verkopen, in de hoop om zo meer geld te vangen. Eén van de mannen is de vioolbouwer Vedder (gespeeld door Gijs Scholten van Aschat), die zijn frustratie over zijn mislukte carrière botviert op zijn eigen zoon. Zijn neef Anijs (Jacob Derwig) is apotheker in Hoogeveen, maar wekt de indruk dokter te zijn, ook al heeft hij daar nooit voor gestudeerd. Samen speculeren ze op het grote geld dat Vedder zal krijgen na de verkoop van zijn huis. Dat die nooit plaatsvond, zien we nog dagelijks als we Amsterdam Centraal uitlopen, met de twee kleine zeventiende eeuwse huisjes midden in de enorme hotelgevel.

Zowel het station als het Victoria hotel – beide in aanbouw eind negentiende eeuw – zijn op knappe wijze digitaal nagebootst in de film. Maar dat ook bijzondere special effects niet zonder goed acteerwerk of script kunnen, wordt vervolgens pijnlijk duidelijk. Regisseur Joram Lürsen (Alles is Liefde) heeft de fout gemaakt om in een ouderwetse setting ook ouderwets toneel te laten zien. Vooral Scholten van Aschat speelt soms overdreven theatraal. Wanneer er ook nog over ‘de gewone hardwerkende burger’ wordt gesproken, gaat het dramatische effect helemaal verloren en komt het tragische einde haast als een opluchting.

In the Heart of the Sea (**)
Ook deze film is gebaseerd op een bestseller, en net als bij Publieke Werken zit In the Heart of the Sea vol special effects. De film is een verhaal in een verhaal. In een vissersdorp raakt de (later beroemd geworden) schrijver Melville met iemand aan de praat. Melville tekent het verhaal op van een wraakzuchtige walvis die het gemunt had op de bemanning van een gezonken walvisschip, onder wie Owen Chase (Chris Hemsworth), de ambitieuze stuurman van de Essex. Liever had hij als kapitein de leiding over het schip op zich genomen, maar daar werd George Pollard (Benjamin Walker) voor aangewezen. De twee mannen voeren tot het einde een flink gevecht met elkaar.

De zwakste schakel in de film is met kop en schouders Hemsworth. De laatste jaren was hij vooral in superheldenfilms te zien van Marvel als actieheld Thor. De acteerstijl die hij eigen maakte lijkt hij mee te hebben genomen naar In the Heart of the Sea, waarin hij als een soort zeeheldenkarikatuur alle gevaren lijkt te willen trotseren, maar te midden van acteurs als Ben Wishaw en Brendon Gleeson wordt weggespeeld. Regisseur Ron Howard heeft inmiddels een imposante staat van dienst opgebouwd met films als Frost/Nixon, Rush en A Beautiful Man. Het camerawerk en de special effects van de enorme walvis midden op de ruige zee zien er dan ook erg goed uit uit, maar ook hier zorgt dit niet meteen voor een goede film.

Rams (****)
Rams gaat over mannen die in een onderlinge strijd zijn gewikkeld. Maar daar houdt de vergelijking met de twee bovenstaande films wel op. Geen boekverfilming of digitale trukendoos, maar een origineel verhaal en een echt kaal IJslands landschap. Twee broers – beiden schapenhouders – wonen naast elkaar, maar spreken elkaar al jaren niet meer. Tot er een schapenziekte uitbreekt, waardoor ze in de strijd tegen de autoriteiten – die alle dieren willen ruimen – elkaar eindelijk lijken te vinden. Al is de vraag of het nog op tijd is.

Rams is een prettige mengeling van typisch Scandinavisch drama en droge humor. De tragiek van de twee broers die maar niet dichter bij elkaar kunnen komen, wordt prima neergezet door Sigurdur Sigurjónsson en Theodór Júlíusson. De humor is niet meer dan een aanzet tot een glimlach, maar werkt in deze ruige setting erg goed. Niet voor niets is deze film dit jaar de IJslandse Oscarinzending.