Hier stond ooit ‘neger’

In mijn laatste studentenhuis, een voormalige hoerenkeet in de Utrechtse Vogelenbuurt, werd nogal fanatiek naar de serie Lost gekeken. Omdat het zulke vreselijk briljante televisie was? Niet bepaald. Begin er dus vooral niet aan, als u tenminste geen sterke voorkeur heeft voor honderd vergezochte verhaallijnen die aan het einde van de rit lachend in uw gezicht brullen: “Gefopt! Wij zijn helemaal geen verhaallijnen.” Maar omdat we toch al vijf jaar van ons leven vergooid hadden aan een groep mensen op een mysterieus eiland in de Stille Oceaan, moesten we van dat zesde seizoen ook maar het beste zien te maken.

In aanloop naar de allerlaatste aflevering, die we met zijn allen op mijn kamer zouden kijken, werd de hele keuken onder handen genomen. De etiketten van een kratje bier werden losgeweekt en vervangen door zelfgemaakte wikkels van Dharma Initiative (een louche onderzoeksorganisatie die in de serie iets met sociale experimenten, martelen en gemuteerde dieren doet) en hetzelfde gold voor de cola, tomatenpuree en cabernet sauvignon. Op de dag des oordeels was iedereen verkleed als iets uit Lost. Zelf maakte ik een ijsberenpak van schapenvacht ‘Ludde’, een stuk karton en een schuimspaan. Anderen kwamen als Danielle Rousseau, John Locke en een neergestort Nigeriaans vliegtuigje dat Mariabeeldjes vol cocaïne vervoerde.

In een nostalgische bui keek ik vorige week op Facebook foto’s van de betreffende avond terug. Eronder las ik een bericht van mezelf, gericht aan een van mijn huisgenoten: ‘Jij moet niet raar opkijken als er morgen een geestesverschijning van een grote neger met een wandelstok in je deuropening staat.’ Het ging over Mr. Eko, een van de personages uit Lost. Neger. Blijkbaar vond ik dat toen nog een prima woord, evenals alle mensen die het lazen. Nu kreeg ik er een bijzonder ongemakkelijk gevoel bij. Weghalen? Of zou dat geschiedvervalsing zijn?

Niet lang na het Lost-feest werd ik op mijn vingers getikt door een vriendin met een Afro-Amerikaanse moeder. “Hey! Don’t use that word!” Ik had nooit eerder bij de etymologie en negatieve lading stilgestaan – verzachtende omstandigheid: ik kom uit een dorp in Gelderland – al vond ik het altijd al opmerkelijk dat je naast ‘neger’ ook ‘negerin’ hebt, net zoals mannetjes- en vrouwtjesdieren verschillende benamingen hebben. In de media wordt het woord inmiddels, behalve door scribenten die nodeloos kwetsen hoog in het vaandel hebben staan, niet meer gebruikt.

Het Rijksmuseum maakte vorige week bekend dat kwetsende etnische termen in de collectie-omschrijving vervangen worden door neutralere aanduidingen. Geen Indische mensenkinderen, Hottentotten en negers meer. 1,1 miljoen objecten zullen nagelopen worden. Het ‘zwarte negerinnetje’ wordt ‘Surinaams meisje’ en de ‘negerbediende’ gaat ‘jonge zwarte bediende’ heten. Waar het niet relevant is, wordt helemaal geen huidskleur meer genoemd. De oorspronkelijke titels worden overigens gewoon in het systeem opgenomen, dus van geschiedvervalsing is geen sprake. En de beelden spreken natuurlijk voor zich, al is de manier waarop we ernaar kijken gelukkig veranderd.

Ik zoek op Facebook opnieuw de bewuste foto op, klik op edit en begin te typen: ‘Jij moet niet raar opkijken als er morgen een geestesverschijning van een grote man (2015: hier stond ooit ‘neger’) met een wandelstok in je deuropening staat.’ Enter.

Foto: Screenshot uit ‘Lost’ (ABC)