‘Forza Utreg!’ riep Cristiano Ronaldo

Het was twee weken voor kerst en de stad was bezaaid met kerstmarkten. Er waren gratis kerstmarkten, betaalde kerstmarkten, kerstmarkten voor ouden van dagen, voor zielige kinderen, voor pubers, studentenkerstmarkten, kerstmarkten voor kersthaters en nog wat losse kraampjes waar de rest van de doelgroepen aan z’n trekken konden komen.

Ik had mijn kerstmarktkleren al aan.
De vriendin keek zorgelijk: ‘De Neude staat vol ME, lees ik op Twitter. Daar ga ik niet tussen lopen.’
Ja, ook de vriendin zit tegenwoordig op Twitter. Als @DeVriendin is het de bedoeling dat zij schrijft over wat mij bezighoudt, maar in de praktijk zit ze vooral met haar neus in de accounts van de lokale journalistiek. Ik schoof de gordijntjes opzij en keek naar buiten. Daar stond inderdaad een ME-busje, met een ei van een ME’er ervoor. Hij at een sandwich uit een papieren zak. Verder was er geen kip op straat; zelfs bij de schaatsbaan was nog geen kind met een keukenstoel te bekennen.
‘Het klopt,’ zei ik. ‘Maar het is nu nog lekker rustig.’
‘Wat doet die ME daar?’
‘Die staat daar vanwege Utrecht – Ajax.’
‘Dat klotevoetbal weer?’
Als het erop aankomt, is ze zo scherp als een Voetnoot.
Het duurde twee afleveringen House of Cards voor de vriendin zich over haar ME-weerstand heen zette. Tegen de tijd dat Frank Underwood voor de twaalfde keer z’n wenkbrauwen naar ons had opgetrokken, was ze de politie en Utrecht – Ajax lang en breed vergeten. Ze trok haar foute kersttrui aan – opschrift “Foute Kersttrui” – en vroeg: ‘Kerstmuts met belletje: ja of nee?’
Ik vertelde haar maar niet dat de Ajax-hooligans die niet welkom waren bij de wedstrijd volgens de meest recente voetbalterreurschema’s zo ongeveer rond deze tijd langs onze deur zouden lopen.
We gingen.

Vrede! Vrede!
Op de tweede kerstmarkt, onder de Dom, kregen we ruzie. De vriendin wilden een crêpe en ik wilde de ezel van de levende kerststal aaien. De man van het kraampje van zelfgemaakte, houten iphonehoesjes, moest tussenbeide komen.
‘Zullen we iets doen wat we allebei leuk vinden?’ vroeg ik, nadat zij weer gekalmeerd was.
‘Ja!’ riep ze. ‘Laten we een ME-busje omgooien. Iemand moet het doen.’
Ze had gelijk. Al die over het centrum uitgestrooide vechtmachines stonden zich daar bij ontstentenis van doorgesnoven hooligans stierlijk te vervelen. Af en toe kreeg een kerstmarktbezoeker die zonder links en rechts te kijken de straat overstak met de wapenstok, maar dat kon onmogelijk voldoende bevrediging schenken. Toch zag ik ook meteen de schaduwzijde: een paar nachten in het cachot en een levenslang stadionverbod. De vriendin vond dat kinderachtig.
We kregen bijna weer ruzie.
De man van de houten iphonehoesjes kreeg geen genoeg van zijn bemoeienis met ons: ‘Schud elkaar de hand! Vrede! Vrede! Het is Kerst!’

Om een beetje tot onszelf te komen gingen we op een houten bankje zitten met een kartonnen beker koffie.
Het begon te regenen.
‘Waar blijven die hooligans nou?’ vroeg de vriendin. Ze voelde in haar binnenzak, waar ze haar boksbeugel-voor-je-weet-maar-nooit bewaart.
Ik blies in mijn koffie en dacht aan Dafne Schippers.
‘Hallo? Hallo?! Zit je weer aan Dafne Schippers te denken? Hufter.’
Ik zag hoe de houten iphonehoesjesknutselaar alweer in de startblokken (ook zelfgemaakt, waarschijnlijk) ging staan, maar onze meningsverschillen waren op. ‘Sorry,’ zei ik.
‘Zit jij droog?’ vroeg ze.
Ik schudde mijn hoofd.
‘Ik ook niet. Laten we een Farinheira gaan eten bij het kraampje naast het openbare toilet.’

Yasin Ayoub?
Bij de kraam met de Portugese charcuteria-kraam rook het naar oude sokken.
‘Twee Farinheira’s graag,’ verordonneerde de vriendin.
Achter een zorgwekkend rokende grillplaat stond een bekende in een FC Utrecht-shirt. Ondanks de kerstmuts (met belletje) herkende ik hem onmiddellijk. Hij zag eruit als iemand uit de Merci-reclame.
‘Hoi!’ zei ik.
‘Ha Frank!’ riep de bekende in het charcuteria-kraampje. ‘Forza Utreg!’
‘Kennen jullie elkaar? Twee Farinheira’s graag!’
‘Wat?’ vroeg de bekende in het Utrecht-shirt.
‘Worsten,’ lichtte ik toe. En tegen de vriendin: ‘Zie je niet wie dat is?’
‘Yasin Ayoub?’
Het is jammer, ze doet altijd zo haar best.
Cristiano Ronaldo zei: ‘Deze worsten krijgen jullie van mij.’
‘Da’s aardig,’ zei ik.
‘Voor vier euro,’ voegde hij eraan toe. Hij – en de omstanders – moesten daar erg om lachen. En terwijl ik mijn zakken beklopte om het gevraagde bedrag rond te krijgen, begon de vriendin samen met de man van de iphonehoesjes een ME-bus omver te duwen.