Na Parijs zet China zijn beste beentje voor

Afgelopen weekend wisten onderhandelaars op de klimaattop COP21 in Parijs een akkoord te bereiken over het tegengaan van klimaatverandering. De vraag is altijd wat daarvan terecht gaat komen. China heeft vanwege zijn booming economie en bijbehorende gebruik van fossiele brandstoffen lang een naam gehad van een land dat weinig belangstelling heeft voor klimaatverdragen. Dat zou andere regeringen er ook van weerhouden de lat hoog te leggen. Maar die tijd is voorbij. China loopt na het dit weekend niet alleen voorop op het gebied van CO2-emmissiereductie; het land is het beste jongetje van de klas als het gaat om het behalen van groene doelen.

De landen met een hoge CO2-uitstoot hebben op de COP21 klimaattop in Parijs doelstellingen geformuleerd met betrekking tot het reduceren van de uitstoot van broeikasgassen. Het gezamenlijk doel: verandering in atmosfeer, weerpatronen, en ecosystemen te land en ter zee tegengaan.

Met het nieuwe verdrag verplichten de landen zich om iedere vijf jaar hun emissiereductiedoelstellingen te toetsen en te verscherpen. Tegelijkertijd zullen de prijzen van wind- en zonne-energie dalen en moeten investeringen in hernieuwbare energie, elektrische voertuigen en energie-opslag de vervanger worden van fossiele brandstoffen. Ook China streeft ernaar in deze ontwikkeling mee te gaan. Maar dat is nog niet zo makkelijk.

De Chinese energiebehoefte blijft de komende tijd nog even toenemen. Juist daarom wil het Aziatische land in 2030 zijn aandeel niet-fossiele energie verhoogd hebben tot 20 procent van het totale energieverbruik in dat jaar. China heeft ook toegezegd in 2017 een landelijk systeem voor de handel in emissierechten te hebben opgebouwd om zo een prijskaartje te kunnen hangen aan CO2-uitstoot. Critici, waaronder de USA Todaybeweren dat het allemaal gebakken lucht is en de Chinese overheid niet de zelf opgelegde doelen zal (willen) bereiken.

Toch zijn er voldoende redenen om te veronderstellen dat dit wel het geval is.

Hoogste smogalarm
Om te beginnen draagt het aanpakken van klimaatverandering ook bij aan het Chinese streven om de luchtkwaliteit in de steden te verbeteren. En dat is
hard nodig. Al jaren worden grote delen van het land geteisterd door ernstige luchtvervuiling, veroorzaakt door met steenkool aangedreven energiecentrales en fabrieken, en miljoenen auto’s die hun verstikkende uitlaatgassen de lucht in laten stromen. Vorige week maandag kondigde Peking het hoogste smogalarm afgekondigd. Als gevolg werd het toegestane autoverkeer tot 50 procent gereduceerd en scholen gesloten om zo het aantal verkeersbewegingen terug te brengen, in een poging de lucht weer schoon te krijgen.

Ook China erkent dat het gebruik van kolen teruggeschroefd moet worden om zowel de lucht te reinigen, als de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Steenkool is goed voor 50 tot 60 procent van de fijnstofaanmaak en 80 procent van de CO2-uitstoot.

China ligt goed op schema wat betreft de 2020-doelstelling om de koolstofintensiteit te verminderen met 40-45 procent ten opzichte van het niveau van 2005. Die ontwikkeling is mogelijk omdat het gebruik van kolen in China gestaag afneemt, met bijvoorbeeld 2,9 procent in 2014 en bijna 5 procent dit jaar. Als alternatief wordt ingezet op investeringen in schone energie, die de afhankelijkheid van steenkool moeten afbouwen en de Chinese uitstoot van CO2 dit jaar naar verwachting met 3,9 procent zal doen dalen.

Het zijn de Chinese inspanningen die er debet aan zijn dat de wereldwijde CO2-uitstoot niet verder toeneemt, schreef Science Daily, maar mogelijk zelfs minder wordt. China heeft al meer capaciteit voor wind- en zonne-energie dan enig ander land in de wereld, en de investeringen in nieuwe zonne-energie zijn alleen al in 2015 zo fors dat ze de huidige capaciteit van bijvoorbeeld de gehele Verenigde Staten zou verdubbelen.

In 2014 investeerde het Aziatische land 83 miljard dollar in hernieuwbare energie, meer dan het dubbele van de Verenigde Staten, en het is van plan om de capaciteit aan wind- en zonne-energie verder uit te bouwen. Dat maakt China tot de absolute supermacht wat hernieuwbare energie betreft, met verminderde afhankelijkheid van buitenlandse fossiele brandstoffen, schonere lucht, bijsturing van economische ontwikkeling in een meer duurzame richting, alsmede economisch voordeel door innovatie en banencreatie.

China is ook bezig aan een stabiel en betrouwbaar systeem voor de meting, rapportage en verificatie van de uitstoot van broeikasgassen. Het land heeft een verplicht rapportagesysteem voor industriële ondernemingen opgesteld, waarmee het de uitstoot van broeikasgassen in 24 belangrijke industrieën kan volgen. Met de komst van een systeem voor de emissiehandel in 2017 zal het bedrijfsleven zijn uitstoot moeten rapporteren en laten verifiëren door een onafhankelijke instantie. In zijn algemeenheid is China hard bezig zijn energie-statistieken up-to-date te krijgen om zo een helder beeld te krijgen van het feitelijke gebruik van uiteenlopende energiebronnen en zo ontwikkelingen ook accuraat te kunnen monitoren.

Ook op het gebied van milieuwetgeving en -handhaving worden de nodige stappen gezet. Als onderdeel van de strijd tegen de vervuiling heeft China een strikte milieubeschermingswet in het leven geroepen, bijbehorende strenge sancties, officiële prestatie-evaluaties en rechtszaken in het openbaar belang. Met andere woorden: de Chinese overheid heeft meer gezag en maakt het makkelijk vervuilers te straffen. De regering lijkt met deze wetgeving ook te erkennen dat de beschikbaarheid van schone lucht en water voor haar burgers onlosmakelijk verbonden is met strikte naleving van milieuvoorschriften.

Al met al, China spant zich in en lijkt de ernst van klimaatverandering te erkennen. Naast de bereidheid stappen te nemen in eigen land, investeert Peking ook 3,1 miljard dollar in een samenwerkingsfonds dat de bouw van flexibele, koolstofarme gemeenschappen in ontwikkelingslanden ondersteunt.