Naar wie het EU-ontwikkelingsgeld gaat? Het zal u verrassen

Niet Afghanistan, niet Haïti, zelfs niet een van de Afrikaanse landen onder de sahara is de grootste (netto)ontvanger van het Europese ontwikkelingsbudget. Wie wel? Eén van de sterkste economieën ter wereld: Turkije.

De Europese Unie heeft een flink budget voor ontwikkelingshulp. De jaarlijkse begroting ligt iets onder de 15 miljard euro en dan gaat het enkel om de bestedingsmogelijkheden van organisaties als de Europese Commissie, het European Development Fund en de Europese Investeringsbank. Ontwikkelingshulp van lidstaten is dus nog buiten beschouwing gelaten en ook die is aanzienlijk. Volgens de Verenigde Naties neemt de omvang van die ontwikkelingshulp aanhoudend toe. Zo zou het bedrag dat donorlanden wereldwijd reserveerden en besteedden tussen 2000 en 2014 met 66 procent gestegen zijn tot 135,2 miljard dollar.

Het gaat dus om aanzienlijke bedragen en daar gaat ook de EU graag prat op. Tegelijkertijd reserveren donorlanden wereldwijd gemiddeld slechts 0,29 procent van hun BNP voor hulp. De VN-norm is 0,7 procent van het nationaal inkomen, een bedrag dat door slechts vijf landen in de wereld daadwerkelijk wordt gehaald: Noorwegen, Zweden, Denemarken, Luxemburg en Groot-Brittannië. Nederland zit op 0,6 procent.

Turkije
Vreemd genoeg zijn het niet de allerarmste landen waar het geld naartoe gaat.
China, India en Pakistan zijn populair, maar bijvoorbeeld niet Afrika , dat in recordjaar 2013 zelfs 4 procent minder hulp kreeg dan het jaar ervoor. Voor de EU is vooral Turkije interessant. Het land is al jaren de grootste ontvanger van ontwikkelingshulp van de Europese Unie met jaarlijks 2,4 miljard euro, zo blijkt uit gegevens van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Daarbovenop kende de EU onlangs 3 miljard euro toe aan Turkije, zodat het land kan helpen bij de opvang van Syrische vluchtelingen. Niet gek voor een land dat de achttiende economie van de wereld is en daarnaast zelf ook een flinke hulpdonor.

Echter, niet alles wat in de EU-begroting gelabeld is als ontwikkelingsbudget wordt ook aangewend voor waterputten en voedselshulp of voor de inzet van ontwikkelingswerkers en hulpverleners. Een aanzienlijk deel wordt besteed aan diplomaten en ambtenaren die – in het geval van Turkije – het grootste hulpbudget van de EU uitgeven. Onder het kopje ontwikkelingshulp wordt zo jaarlijks gemiddeld 600 miljoen euro gespendeerd, niet aan armoedebestrijdingsprojecten, maar aan toetredingssteun, bedoeld om Turkse wetten en regels aan te passen aan die van Europa.

Ondanks het reusachtige budget dat Turkije de weg naar Europa moet wijzen, wil het maar niet vlotten met het EU-lidmaatschap. Sinds de start van de EU-toetredingsonderhandelingen in 2005 blijkt Turkije nog steeds mijlenver verwijdert van lidmaatschap, getuige het jaarlijkse voortgangsrapport van de Europese Commissie voor kandidaat-lidstaat Turkije: mensenrechten, vrijheid van pers en meningsuiting en onafhankelijkheid van de rechtspraak ontwikkelen zich in de verkeerde richting en het land lijkt zich van Europa vandaan te bewegen. Toch blijven Nederland en alle andere EU-lidstaten betalen voor projecten met een focus op EU-regels in Turkije, met vier miljard euro die in de periode 2014 tot 2020 door Turkije mogen worden aangewend voor de implementatie van goed bestuur en het bevorderen van mensenrechten.