Van aandelen wokken tot tampontaks: de opmerkelijkste financiële begrippen van 2015

“Denk ook even na over wat lijstjes.” Een paar weken geleden kwam Kevin van Vliet, de alleraardigste coördinator van deze website – nee, echt – er al voorzichtig mee op de proppen. Waren er over 2015 in de financieel-economische hoek wellicht nog interessante lijstjes? De duurste, de domste, de dufste: alles kon. December was nu eenmaal lijstjesmaand.

Lijstjes: ik heb niet zo veel mee. Mogelijk omdat ik er zelf zelden op voorkom – een nominatie voor de Zeeuwse literatuurprijs (2014) en De Gouden Greep (2011), de prijs voor de beste producties op het gebied van land- en tuinbouwjournalistiek (!), daargelaten. Er zijn in de journalistiek nu eenmaal meer prijzen dan journalisten. En, o ja, ooit, in een ver verleden, won ik zilver in de leeftijdscategorie 8 tot 10 tijdens het Nederlands kampioenschap postzegelverzamelen van de Nederlandse Vereniging van Postzegelverzamelaars!

Al die opsommingen: ik vind ze vaak obligaat en flauw. Opgewarmde prak, IKEA-journalistiek – als het die benaming überhaupt al verdiend. Ik ken collega’s die erin grossier(d)en. Ook HP/De Tijd kon er wat van in mijn tijd, ook ik heb mij eraan bezondigd. Zelden waren ze lezenswaardig – de literaire pikorde van Jan Zandbergen, een top-40 voor het boekenvak, jaarlijks gepubliceerd vlak voor de Boekenweek, uitgezonderd.

Die ‘boekenlijst’ moest het hebben van Zandbergens netwerk en, vooral, zijn gouden pennetje. Taalkundige spitsvondigheden, doorspekt met een flinke dosis cynisme: daar kon en kan ik geen genoeg van krijgen. Een beroepsdeformatie? Nee, ik ben niet de enige. Taal boeit. Kijk maar naar de verkiezing van het Woord van het jaar. Liefst 40.000 mensen brachten dit jaar hun stem uit. Dat de keuze is gevallen op sjoemeldiesel zal u niet zijn ontgaan. Van NRC Handelsblad tot Teletekst pagina 101: alle media besteedden er aandacht aan.

Een mooie aanleiding om u te vergasten op de tien meest smaakmakende begrippen uit de wereld van financiën en economie in 2015. Ook ik kom er niet langer onderuit. In willekeurige volgorde. Met dank aan De Financiële Begrippenlijst – www.dfbonline, het meest uitgebreide en diepgravende financieel-economische lexicon in het Nederlandse taalgebied, dat inmiddels voor het zesde achtereenvolgende jaar de nieuwe begrippen rondom economie en de financiële markten op een rijtje zet.

Ter lering ende vermaeck.

1. Aandelen wokken.
Oftewel chao gu. In China veelgebruikte term voor het beleggen in aandelen. Ongeveer 70 procent van de Chinese aandelen zijn eigendom van particulieren. Die lenen daarvoor vaak geld. In ruil daarvoor krijgt de bank de aandelen in onderpand. Daalt de waarde van de aandelen onder een vooraf afgesproken koers, dan volgt gedwongen verkoop (margin call). Door dit investeren met geleend geld, is de aandelenmarkt kwetsbaar. Bij sterk dalende koersen slaat de vlam in de wok.

2. Bubblecovery – zeepbelherstel
Samentrekking van de woorden bubble (zeepbel) en recovery (herstel). Duidt het herstel van de economie aan door op grote schaal goedkoop geld in de economie te pompen. Woord van het jaar van Mario Draghi en Janet Yellen.

3. Bamicrash
Aanduiding voor de beurscrash in China. In juni 2015 en augustus 2015 daalde de Shanghai Stock Exchange Composite Index met respectievelijk 30 en 25 procent.

4. Graccident.
Opeenstapeling van niet meer controleerbare gebeurtenissen – slecht nieuws, fouten, onwil – die Griekenland uiteindelijk uit de eurozone duwt, in tegenstelling tot een gecontroleerde exit, de Grexit.

5. Growth hacking
De kunst om een bedrijf met minimale middelen extreem te laten groeien, dit naar voorbeeld van bedrijven als Spotify en Airbnb.

6. Knutselcontract
Een dienstverband waarbij een vast arbeidscontract met een zeer beperkt aantal uren wordt gecombineerd met een flexibel arbeidscontract. Vaak op maat gemaakt. Met dank aan de flexwet, de Wet werk- en (on)zekerheid, een trouvaille van minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher. Een hypotheek afsluiten op basis van een knutselcontract is nauwelijks mogelijk.

7. Operatie kannibaal
Het apart zetten van innovatieve activiteiten door een onderneming, die verder wel voor honderd procent eigenaar blijft. In de hoop dat de kannibaal zeer succesvol wordt en uiteindelijk de moeder opeet. Achterliggende gedachte: bureaucratie en belangen van ‘collega’s’ uit andere bedrijfsonderdelen hebben een verlammende invloed op de innovatie.

8. Tampontaks
Extra belasting van 5 procent die de Europese Unie voorschrijft op ‘luxe producten’ op het gebied van lichaamsverzorging. Vooral de Britten zijn woest over deze nieuwe heffing. Zij zien de ‘tampontaks’ als het summum van de Brusselse bureaucratie. Een tampon is immers een noodzakelijk gebruiksvoorwerp en geen luxe.

9. TIFKAT
The Institutions Formerly Known as Troika, de instellingen die vroeger in Griekenland bekend stonden onder de naam Trojka (de zeer gehate controleurs van de Europese Unie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds). Naar voorbeeld van The Artist Formerly Known As Prince, de naam die de Amerikaanse zanger Prince aannam na een conflict over eigendomsrechten.

10 Onderwaterhypotheek (op speciaal verzoek van Kevin)
Lening bestemd voor mensen die een hogere hypotheek hebben dan de verkoopwaarde van hun huis en willen verhuizen. Het Gelderse Druten was in september dit jaar de eerste gemeente die een onderwaterhypotheek ging verstrekken. De lening bedraagt maximaal 30.000 euro.