Waarom wij nog lang afhankelijk zijn van olie

Om de klimaatopwarming tegen te gaan, moet de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen. Met steenkool lijkt dat redelijk goed te lukken, maar olie zal nog tot ver in de 21ste eeuw een significante rol blijven spelen.

De Europese Unie stelt veel middelen beschikbaar voor het nakomen van de klimaatdeal die recent in Parijs werd gesloten: thematisch gezien gaat het meeste geld uit de EU-begroting naar beleid dat gerelateerd is aan klimaatverandering.

Dat ligt in lijn met eerdere afspraken uit juni van dit jaar, toen de G7 (de VS, Frankrijk, Italië, Duitsland, Groot-Brittannië, Japan en Canada) overeenkwamen het gebruik van fossiele brandstoffen (steenkool, gas en olie) voor het jaar 2100 af te bouwen. De eerste prioriteit is het verminderen van de consumptie van steenkool voor elektriciteitsproductie. Dat die ontwikkeling haalbaar is blijkt al uit het feit dat sinds 2010 63 gigawatt aan geplande steenkoolcentrales is opgeschort, en er voor 124 gigawatt aan oude centrales gesloten is of tegen 2020 gesloten zullen zijn.

Bovendien neemt de VS zijn doelstelling om tegen 2020 84 gigawatt aan oude centrales te sluiten (en geen nieuwe meer te bouwen) zeer serieus. De VS is een grootverbruiker van steenkool: met 288 gigawatt elektriciteitsproductie uit steenkool consumeren de Amerikanen meer dan het dubbele van de andere G7-landen samen. Ook landen als Duitsland, Groot Brittannië, Frankrijk en Italië hebben al concrete maatregelen aangekondigd om het steenkoolgebruik te reduceren.

Grote CO2-uitstoters China en India zijn niet bij die overeenkomst betrokken. Maar ook Japan en Canada blijven investeren in de bouw van nieuwe steenkoolcentrales. Voor Japan ligt de reden in de kernramp van Fukushima, die de afhankelijkheid van steenkool heeft vergroot. Canada heeft de wens om teerzandolie te ontginnen, een zeer vervuilend proces door de hoge CO2-uitstoot, waardoor de Canadezen zich genoodzaakt zagen uit het Kyotoprotocol te stappen. Desalniettemin lijkt het gebruik van steenkool afgebouwd te worden, al blijft de ontginning ervan doorgaan zo lang dit economisch rendabel is.

Oorlog
Anders ligt dit voor olie. Olie wordt tegenwoordig haast niet meer gebruikt voor de productie van elektriciteit, maar voor transport blijft het zwarte goud een onmisbare energiebron. Circa 70 procent van de wereldwijde olieconsumptie wordt aan transport besteed. Ondanks de opkomst van elektrische auto’s blijft olie onmisbaar voor vervoer over water of in de lucht. Om nog maar te zwijgen over het belang van olie in oorlog en conflict.

Volgens de World Energy Outlook van het Internationaal Energie Agentschap (IE˜) blijft olie de komende tientallen jaren dan ook nog van essentieel belang. Zelfs over 25 jaar is nog steeds 70 procent van het transport afhankelijk van olie. Cijfers van oliemaatschappij BP komen neer op eenzelfde schatting uit. En al daalt de vraag vanuit de Europa en de VS door de toenemende energie-efficiëntie; de vraag naar olie zal ook sterk toenemen in groeilanden. Bovendien kan een groot deel van de wereldbevolking thans helemaal niet beschikken over de voor hun noodzakelijke hoeveelheid energie.

Volgens oliekartel OPEC was de vraag naar olie in 2014 91 miljoen vaten per dag. Naar verwachting is dat in 2040 111 miljoen vaten.

Daar komt bij dat sommige experts de uit de jaren ’50 stammende peak oil-theorie niet zo serieus nemen. Er zou geen rekening gehouden zijn met de olievoorraden in Alaska en met de technologische vooruitgang, die het mogelijk maakt veel meer olie uit een bron economisch rendabel te ontginnen. En dan zijn er tegenwoordig ook nog teerzanden, schalie-olie en diepzee-olievelden die het aanbod verder vergroten.

Het belang van olie blijft dan ook onverminderd groot, net als de beschikbaarheid. Enkel klimaatverandering vormt op dit moment een echte bedreiging voor de olie-industrie. Milieubewegingen wijzen echter op het feit dat de mensheid een waardevolle grondstof als olie gebruikt om op te branden in voertuigen in plaats van die te reserveren voor het vervaardigen van hoogwaardige producten. Wellicht zal het nieuwe klimaatakkoord daar verandering in brengen door subsidies aan fossiele brandstoffen af te bouwen. Misschien dat de lage olieprijs daarbij hulp kan bieden.