We zijn fan van iedereen, zolang er maar iets te vieren valt

‘Oranje is meer dan een kleur’, ‘Oranje is een mentaliteit die alle Nederlanders bindt’. Zomaar een paar slogans uit reclames van ING. Een knap staaltje marketing. Maar het klopt wel, als het om sport gaat. Dan worden we ineens een beetje chauvinistisch. En om welke sport het dan gaat dat maakt niet echt uit, bleek dit jaar. Want als ‘we’ ergens goed in zijn, dan is er ineens veel aandacht voor. In de landelijke kranten, op de radio, in de rij bij de kassa en met een beetje geluk zelfs live op de tv.

“Jij bent niet echt gezellig om voetbal mee te kijken.” Dat kreeg ik ooit te horen van een vriend van me. Het was in een kroeg in Amsterdam, na de wedstrijd Nederland-Mexico op het WK 2014. Nederland had gewonnen, met 2-1. Na een onterechte penalty, vond ik. Robben ging veel te makkelijk naar de grond. Zo wil je niet winnen. Maar niemand van de cafébezoekers was het met me eens. Ze werden zelf een beetje boos. ‘We’ zijn toch door? Tijd voor een feestje, vonden ze. Ik besefte ineens hoe weinig deze tijdelijke fans zich interesseerden in de sport voetbal op zich. Het ging vooral om het feit dat het Nederlanders zijn die daar tegen de bal aan staan te schoppen en dat we ons allemaal even ‘Oranje’ mogen voelen. Ik droop wat teleurgesteld af.

Dit jaar waren we – zij het wat minder massaal dan bij voetbal – ineens even fan van waterpolo. De Nederlandse dames bereikten de finale van het WK waarin ze weliswaar verloren van Amerika. Maar het was een goede prestatie. Zelfs in de rij bij de kassa van mijn plaatselijke supermarkt ging het erover: “Ja, ze maken eigenlijk best wel gemene overtredingen hè, bij dat waterpolo. Maar onder water mag dat toch?” Zo analyseerde een vrouw van middelbare leeftijd.

Zelfs Johan Cruijff
We waren ineens fan van handbal. De Nederlandse handbalsters bereikten de finale van het WK en verloren daarin – terecht overigens – van Noorwegen. “Die Tess, dat is wel echt een goede hè?” Mijn ene collega tegen de andere collega bij de koffieautomaat. Tess is Tess Wester, de keepster van het Nederlands handbalteam. Ik heb een vermoeden dat mijn collega’s voor het WK nog niet eens wisten dat er bij handbal ook een keeper op het veld staat. Zelfs Johan Cruijff zat aan de buis gekluisterd en zag nog wel een les die we van de handbalsters konden leren: “Wil je domineren of een voorsprong veilig stellen, blijf dan ver bij je goal vandaan. Zeker in de slotfase van de wedstrijd.”

En we waren ineens fan van Dafne Schippers. Onze nationale heldin na haar gouden medaille op de 200 meter sprint tijdens het WK atletiek. Haar topprestatie maakte haar Sportvrouw van het Jaar en zelfs Nederlander van het Jaar 2015 volgens Elsevier. En ze krijgt een eigen brug in Utrecht. Een fietsbrug, dat dan weer wel.

Het doet je afvragen hoe erg we met z’n allen uit ons dak gaan als al deze dames volgend jaar bij de Olympische Spelen in Rio weer een topprestatie neerzetten. Versieren we onze straten dan met Dafne Schippers-vlaggetjes? En krijg je bij iedere tien euro een gratis badmuts bij de Albert Heijn? Ik stel in dat geval voor dat we ons dan wel wat meer verdiepen in de sport op zich, om het voor de mensen die de sport al jaren volgen ook een beetje leuk te houden. Trouwens, ik vroeg me nog één ding af. Is er eigenlijk al een datum geprikt voor de rondvaarten van de handbalsters en waterpolosters door de grachten in Amsterdam? Jammer dat Dafne daar niet bij mag zijn. Had ze maar tweede moeten worden.