Hét wapen van Stalin en Poetin: ijshockey

Rutte doceert iedere donderdag maatschappijleer, Merkel bakt graag taarten en Poetin etaleert enthousiast zijn mannelijkheid. Vladimir zwemt, vist en jaagt maar wat graag – als het even kan met ontbloot bovenlijf en in Siberische temperaturen. Zijn ontbijt schijnt te bestaan uit een liter gestold gewapend beton en een potje testosteronsupplementen. En Vladimir houdt ook van sport. Op zijn verjaardag in oktober stond hij nog op het ijs met een hockeystick. Aan die keuze was niets arbitrairs. IJshockey is zo mogelijk nog Russischer dan een wet tegen homopropaganda.

Het verjaardagsfeestje van Poetin, oktober 2015.
Het verjaardagsfeestje van Poetin, oktober 2015.

In Red Army documenteert de Amerikaanse filmmaker Gabe Polsky de bloei van het ijshockey in de Sovjet-Unie ten tijde van de Koude Oorlog. Een subliem stukje geschiedenis. Red Army was vorig jaar al vroegtijdig te zien in Cannes en op het IDFA en wordt door critici zeer terecht geschaard onder de beste films van 2015.

IJshockey ontsproot in de USSR in de jaren dertig, uit de harde, rode Sovjetgrond. Stalin had de ultieme wapens gevonden om de ideologische strijd met het westen – in Canada en Amerika was de sport al geliefd – aan te gaan. De ijzers, de hockeystick en de puck.

Het Sovjetregime investeerde royaal in de professionalisering van ijshockey, en dat wierp zijn vruchten af. In 1946 werd ijshockeyvereniging CSKA, later bekend als het Rode Leger, opgericht. De club geldt tot op de dag van vandaag als een van de grootste triomfen van het Sovjetregime, en was de reden dat de meest kansarme kinderen in de naoorlogse jaren met hoge verwachtingen door hun ouders het ijs op werden gestuurd.

Een isolement van elf maanden per jaar, de godganse dag in de weer met halters en geen verlof bij sterfgevallen – The Red Army stond bekend om trainingskampen in vergelijking waarmee de legeropleiding in het oude Sparta nog best een gezellige bedoening zullen zijn geweest. Maar de Stalinistische methode bracht sterspelers voort, onder wie de in Rusland legendarische Viacheslav ‘Slava’ Fetisov.

Fetisov
Viacheslav ‘Slava’ Fetisov

In Red Army doet Fetisov een boekje open over zijn tijd als de sterspeler van CSKA, en later van het nationale team. In korrelig archiefbeeld zien we hem achteruit schaatsen zoals alleen hij dat kon, puck na puck langs de vijandelijke keeper slingeren, worden toegejuicht door KGB-prominenten op de tribune.

Fetisov en de vier teamgenoten met wie hij de internationale befaamde Russian Five vormde, verwezenlijkten de droom van Stalin: CSKA en het nationale ijshockeyteam behoorden tot de top van de internationale competitie. Terwijl men wereldwijd wachtte op het aanbreken van de oorlog tussen het communisme en het kapitalisme, woedde deze op het ijs al enige tijd en hevig. De Canadezen en Amerikanen leden verlies na verlies. Maar iedere kapitalist weet: talent is te koop.

Fetisov kon eind jaren tachtig de overstap maken naar de VS in ruil voor een flinke zak geld en zo uitgroeien tot de meest succesvolle speler in de NHL, de belangrijkste ijshockeycompetitie op het Noord-Amerikaanse continent. Zijn coach verbood het hem. Een verrader, dat was hij. Slava, de meest populaire sportman in de Sovjet-Unie, was ineens een dissident. Een bezoekje aan de minister van Defensie culmineerde in een tirade. Een enkeltje Siberië, dat kon hij krijgen.

Gebeurde natuurlijk niet. Fetisov verhuisde naar Amerika, werd een sterspeler in de NHL en kreeg na de val van Sovjet-Unie geestig genoeg zelfs een ministerspost. Minister van Sport onder Poetin. Hij bekleedde belangrijke functies in de Russische sportwereld: voorzitter van de Kontinental Hockey League, lid van het Werelddopingagentschap en later president van de hockeyvereniging waar het voor hem allemaal begon.

De hoogdagen van HC CSKA Moscow zijn voorbij, maar het ijshockey heeft decennia kunnen trekken in de communistische soeppan. IJshockeyers van weleer kregen bestuursfuncties, en onder hen werden de Winterspelen van 2014 naar Sotsji gehaald, volgens velen een van de belangrijkste politieke triomfen van hedendaags Rusland.

Regisseur Gabe Polsky, kind van Russische migranten, heeft in Red Army een complex stukje vaderlandsgeschiedenis, waarin ideologie, politiek en sport sterk samenhangen, in 84 minuten weten te proppen. ‘A sports doc for people who don’t give a damn about sports‘, schreef een criticus treffend. Maar bovendien een absolute must-see voor iedereen die tijdens de Olympische Winterspelen tetterde dat politiek en sport niets met elkaar te maken hebben.

‘Red Army’ is hier te bekijken op Netflix.