De waarheid achter die schaamteloze portie-mededeling

U kent ze wel, de ‘slechts zoveel calorieën per portie’-informatie op productverpakkingen. Op het eerste oog niets misleidends, toch? Zij het niet dat de fabrikant zelf mag definiëren wat hij verstaat onder een portie. Daar brengt de EU in 2017 verandering in.

Fabrikanten weten met zo’n mededeling de echte, vaak hoge suiker- en caloriegehaltes van voedingsmiddelen succesvol te camoufleren. Een portie chips heeft 162 calorieën, een portie pinda’s 177. Dat klinkt heel redelijk. Maar hoe groot die portie is? En hoeveel calorieën het gekochte product totaal bevat?

Informatie over voedsel is vaak verwarrend. Natuurlijk moeten producenten op alle levensmiddelverpakkingen vermelden hoeveel suiker, vet, eiwit, zout, koolhydraten en calorieën het product bevat. Vaak doen ze dat per 100 gram of 100 mililiter. Inzichtelijk wordt de voedingswaarde daarmee niet. Veel fabrikanten plaatsen namelijk nog een tweede tabel – meestal prominent aanwezig – op de verpakking die een ‘inzicht’ moet geven over de waardes per portie. Daarmee wordt de consument echter eenvoudig op een dwaalspoor gezet, want met een zekere willekeur wordt bepaald hoe groot zo’n portie is.

Voedingsdeskundige Daniela Krehl waarschuwt dat de grootte van een portie door fabrikanten opzettelijk zeer klein wordt gehouden om de hoeveelheid vet en calorieën zo uit te laten komen dat de etenswaren niet als ongezond overkomen. En zo gelooft de consument dat suikerhoudende koekjes helemaal geen dikmakers zijn, omdat een portie slechts 53 calorieën bevat. Met een portie bedoelt de fabrikant echter enkele koekjes. De vraag is natuurlijk of dat echt de hoeveelheid is die een gemiddelde consument tot zich neemt. Daadwerkelijk hebben tests laten zien dat producenten en consumenten zeer verschillende opvattingen hebben over de omvang van een portie.

Natuurlijk biedt de voedingswaarde per 100 gram wel enig inzicht en wordt de consument in de gelegenheid gesteld gelijksoortige producten met elkaar te vergelijken. Daarbij schijnen consumenten weliswaar uit routine en gemak graag te grijpen naar het hun bekende lievelingsproduct. Echter, als de voedingswaarde eenvoudig en goed zichtbaar te lezen is dan beïnvloedt dat de keuze wel degelijk. In de VS heeft een test bij koffieketen Starbucks aangetoond dat consumenten eerder een caloriearm product kiezen als het aantal calorieën van een drankje bij de aankoop wordt medegedeeld.

Vanaf 2017 moeten fabrikanten daarom expliciet aangeven hoeveel van een specifiek ingrediënt in het product verwerkt is, aldus de Europese Commissie. Adverteert een fabrikant bijvoorbeeld met een bepaald ingrediënt, dan moet hij dit ook opnemen in de voedingswaardetabel.

Voorbeeld: als de Duitse snoepfabrikant Storck adverteert met de extra dosis vitamines in de Nimm 2-bonbons, dan moet de producent het exacte vitaminegehalte op de verpakking aangeven, en wel zo dat de verbruiker dat kan vergelijken met de percentages en hoeveelheden suiker, vet en calorieën. Zo kan de consument de hoeveelheid vitamines afzetten tegen bijvoorbeeld het suikergehalte.

De nieuwe regels zijn bedoeld om de verpakkingen consumentvriendelijker te maken. Volgens Daniela Krehl zou het evenwel nog beter zijn om met een stoplichtsysteem te hebben. Dit systeem bestaat al in het Verenigd Koninkrijk. Op de verpakking worden voedingswaarden gekenmerkt met een kleur. Groen betekent een klein aandeel, geel middelmatig en rood een hoog aandeel. “Met dit kleurendisplay kan de consument sneller en gemakkelijker begrijpen en keuzes maken,” zegt Krehl.

Eind 2017 zal de Europese Commissie de resultaten van de nieuwe richtlijn evalueren. Dan kan ook besloten worden om de 100 gram toe te passen op voedingsmiddelen die tot dusver uitgesloten zijn van de verordening, zoals alcohol en tabak.