Hoe IS terrein verliest in Syrië en Irak

Terreurgroep Islamitische Staat heeft in het afgelopen jaar 14 procent van zijn grondgebied verloren, zo laat een analyse van IHS – een militair onderzoeksbureau – zien. Luchtaanvallen en grondoffensieven hebben de groepering genoopt zich uit bepaalde gebieden terug te trekken, vooral in Syrië en Irak. Maar er is ook sprake van terreinwinst in andere regio’s.

IS lijdt een aantal van zijn meest significante verliezen in het noorden van Syrië. Met luchtsteun van de door Amerikanen geleide coalitie herwonnen Koerdische troepen – waaronder de Syrian Kurdish People’s Protection Units (YPG), hierboven op de foto – de controle over een aantal gebieden in de buurt van de Turkse grens.

Afgelopen november wisten Koerdische en Yezidi-strijders de omgeving van het Irakese Sinjar en van delen van een strategische weg tussen Syrië en Irak te veroveren. Dat bemoeilijkt het reizen tussen de beide landen voor de strijders van Islamitische Staat. Maar IS heeft ook nog keuze uit verschillende kleinere wegen in de regio die het stevig in handen heeft en die ook fel verdedigd worden. Ook de greep die de extremisten hebben op grote steden als Raqqa in Syrië en Mosul in Irak, blijft onbetwist. De groepering heeft ook nog steeds de controle over delen van de Syrische grens met Turkije.

Strategie
Volgens IHS vechten de jihadisten van IS niet altijd tot het einde. Wanneer een aanval niets oplevert of een stelling lastig te verdedigen is, trekken de strijders zich terug en zetten elders de (tegen)aanval in. Dat was bijvoorbeeld in mei 2015 goed te zien, toen de groep de controle over gebieden in de buurt van de grens van Syrië en Turkije verloor. In plaats van hun aanwezigheid in de regio te verdedigen, verdubbelden strijders van de Islamitische Staat aanvallen op andere frontlinies.

Ook het uitvoeren van bombardementen en moorden, ver achter de vijandelijk linies, maakt onderdeel uit van de IS-strategie. Zo worden tegenstanders van IS gedwongen hun troepen in te zetten om een groter gebied te bewaken en dat neemt de druk op de frontlinies weg. De groepering was daardoor in staat Palmyra in het centrum van Syrië in te nemen, een stad van historisch en strategisch belang. Ook Ramadi, de hoofdstad van de provincie Anbar, een overwegend soennitische regio in Irak, viel op deze wijze in hun handen. Beide steden stonden voorheen onder de controle van de desbetreffende regeringstroepen.

Soennisme
De verschuiving van troepen en invloedssfeer naar soennitische gebieden is volgens IHS in het voordeel van IS. Daar is het voor IS veel gemakkelijker om vaste voet aan de grond te krijgen, omdat de bevolking aldaar veel positiever tegenover IS staat dan bijvoorbeeld de bewoners van Koerdisch grondgebied. En het hebben van daadwerkelijk gezag over een bepaald gebied is onmisbaar voor de strategie van de Islamitische Staat. De groepering bezigt graag religieus-imperialistische retoriek, zoals de vorming van een kalifaat, omdat dit een aantrekkende werking heeft op buitenlandse strijders. Daarvoor is het natuurlijk wel nodig dat de groep daadwerkelijk gebied controleert en de dagelijkse gang van zaken daar bestemt. Daarnaast is het hebben van grondgebied ook een belangrijke bron van inkomsten: IS heft er belastingen en int boetes.

Waar IS winst boekte in Palmyra, verloor de groep afgelopen april Tikrit, waar de terroristische groepering verdreven werd door een samenwerking van Iraakse regeringstroepen en sjiitische milities. Niet veel anders ziet het eruit in de eerder nog door IS veroverde stad Ramadi. Die stad is weliswaar nog in handen van IS, maar strijders zijn volledig omsingeld en de situatie lijkt tamelijk hopeloos voor de jidadi’s. Iraakse veiligheidstroepen vochten al maanden om de controle over Ramadi, maar na de volledige omsingeling van de stad in december wisten speciale regeringstroepen nu ook al door te dringen tot het centrum van de stad.

Analisten zeggen dat de grootste uitdaging voor de toekomst ligt in het verdrijven van IS uit de steden Raqqa – de facto de hoofdstad – en Mosul -d e grootste stad die IS in handen heeft. De door de Verenigde Staten geleide coalitie voert al meer dan een jaar luchtaanvallen uit, maar een grondaanval om de steden te veroveren laat op zich wachten. “Als het Iraakse leger later in 2016 verder is opgebouwd en aan slagkracht weet te winnen, dan is er een redelijke kans dat Mosul een strategisch project wordt”, aldus IHS.

Op een verdere voortvarende samenwerking met lokale milities mag niet worden gerekend. Volgens IHS zijn de milities minder bereid te vechten in gebieden buiten hun woon- en leefgebied, omdat ze daar niet meer beschikken over de steun van de lokale bevolking. Het gebruik van paramilitairen brengt bovendien sektarische spanningen teweeg. Sjiitische milities in Irak werden na de herovering van Tikrit beschuldigd van het vernietigen van honderden soennitische huizen en winkels.