De onzichtbaarheidsmantel van Mark Rutte

Na Jan-Peter Balkenende was Mark Rutte een verademing. Balkenende bekeek alles vanuit partijpolitiek perspectief, zijn kabinetten waren vechtkabinetten waarbij hij continu probeerde het onderste voor zijn CDA uit de kan te halen. Al ging dit ten koste van de sfeer binnen de coalitie, klapten ze vanwege de rancune onderlinge verhoudingen. De uitstraling van Harry Potter deed de rest: je stond voor lul in het buitenland met zo’n premier.

Nee, dan Mark Rutte: een goedlachse, fris ogende en welbespraakte kerel die als een manager 2.0 (wat zeg ik: 3.0!) in staat was met werkelijk iedereen zaken te doen.

Heerlijk, zo’n vent.

Maar ook het imago van Rutte is inmiddels fors gedeukt. Vlak voor het kerstreces moest de premier diep door het stof over de Teevendeal – het zwaarste debat uit zijn politieke loopbaan met een motie van afkeuring als resultaat. Naast al het achterhouden en vrijelijk interpreteren, naast de partijpolitieke spelletjes, gaf Rutte toe dat hij zich te laat persoonlijk met de zaak ging bemoeien. Dat hij niet had aangevoeld dat hij blijkbaar eerder de regie had moeten nemen. Premier Rutte geeft verantwoordelijkheid aan zijn ministers en wantrouwt ze niet. Dat valt te prijzen, maar uiteindelijk ben je als premier ook een politiek boegbeeld. Een persoon van wie wordt verwacht dat hij richting geeft als het erop aankomt.

Het verwijt niet zichtbaar genoeg te zijn wordt hem niet voor het eerst gemaakt. In 2011 werd het al geuit over zijn optreden in de crisis met Griekenland. Terwijl de premier op Dance Valley stond te shinen. Toenmalig PvdA-leider Job Cohen verweet Rutte dat hij ‘in alle toonaarden zwijgt‘ over de eurocrisis.

Recenter werden wenkbrauwen gefronst over de manier waarop hij de IS-bombardementen liet aankondigen. Terwijl onze militairen daar hun leven wagen om een van de meest gewelddadige clubs uit de geschiedenis aan te vallen, schoof hij Lodewijk Asscher naar voren om het wereldkundig te maken. De minister-president was de hele avond niet zichtbaar op de dag dat Nederland bekendmaakte 380 militairen in te zetten.

Maar vooral zijn handelen in de vluchtelingencrisis is storend. De heftige reacties op de instroom vereisen een premier die de boel bij elkaar houdt en een heldere visie geeft op hoe Nederland ermee omgaat. De minister-president was echter op handelsmissie in Amerika toen bewindsrookie Klaas Dijkhoff – die zich dapper door de problematiek heenslaat – werd belaagd in Oranje. Het duurde lang voordat Rutte überhaupt reageerde, hij kwam zeker niet eerder naar Nederland om over de situatie te debatteren met de Tweede Kamer. CDA-leider Sybrand Buma destijds: ‘Als hij het belangrijk vindt Coca-Cola te bezoeken, is dat zijn keuze. Maar ik zeg: op dit moment zijn de problemen hier.’

De losse leidersstijl keert zich meer en meer tegen de premier. Nadat in Keulen op grote schaal vrouwen werden aangerand, blijkt Rutte wederom nergens te bekennen. Terwijl dit een van de angsten is die onder het vluchtelingkritische deel van de bevolking leeft – de angst voor binnengehaalde ‘testosteronbommen’ (dixit Geert Wilders).

Als het erom gaat geeft Mark Rutte te laat of helemaal niet thuis. Toont hij zich hooguit een manager, maar geen leider. De man die beweerde dat ‘visie is als de olifant die het uitzicht belemmert’ trekt op het moment dat leiderschap verwacht wordt zijn onzichtbaarheidsmantel aan. En zo zijn we weer terug bij Harry Potter.